PwC: Financiële positie GGZ-sector licht verbeterd

09 juli 2010 PwC

De financiële positie van de Nederlandse GGZ-sector (geestelijke gezondheidszorg) is in 2009 licht verbeterd. Het rendement van GGZ-instellingen is gemiddeld 1,7% van de omzet.

Dat is een verbetering van 0,5% ten opzichte van 2008. Dat blijkt uit een eerste analyse door accountant- en adviesorganisatie PricewaterhouseCoopers (PwC) van de tot nu toe gedeponeerde jaarrekeningen 2009.

Volgens adviesbureau PwC is het onwaarschijnlijk dat instellingen dit rendementsniveau kunnen vasthouden. De positieve resultaten bevatten veel niet-structurele componenten. Bovendien krijgt de sector vanaf dit jaar te maken met een toenemende druk op de resultaten als gevolg van de ‘Klink’-korting, hogere cao-kosten en de versnelde invoering van zorgzwaartebekostiging. Volgens PwC pakken deze ontwikkelingen zich als een donkere wolk samen boven de sector.

Arbeidskosten
Een groot deel van de rendementsverbetering komt voort uit nagekomen budgetten van voorgaande jaren en een vergoeding voor de arbeidskostenontwikkeling die hoger uitviel dan de werkelijke kosten. De arbeidskosten voor het lopende boekjaar zullen daarentegen hoger uitvallen: GGZ-instellingen worden geconfronteerd met cao-afspraken die pas vanaf 2010 effect hebben op de kosten. Dat geldt met name voor de nieuwe cao-regeling per 1 januari 2010 inzake het levensfasebudget.

Betere registratie
De gemiddelde omzet per instelling nam met ruim 8% toe door indexatie van budgetten en meer productie (volumeontwikkeling). De verhouding arbeidskosten ten opzichte van de omzet verbeterde van 72% naar 70% als gevolg van toenemende productiviteit en verbeterde registratie en realisatie van de omzet.

Toenemende druk
Ondanks de resultaat- en omzetverbetering is de gemiddelde solvabiliteit – eigen vermogen uitgedrukt als percentage van de totale omzet - relatief beperkt gegroeid van 14,8% tot 15,3%. Dit is gezien de toenemende risico’s in de sector aan de lage kant. Vanaf 2010 krijgt de sector namelijk niet alleen te maken met toenemende arbeidskosten. Ook de ‘Klink’-korting van 3,5% voor de curatieve GGZ en de versnelde invoering van de ZZP’s (waardoor ongeveer de helft van instellingen het oude budget zal moeten afbouwen) leiden tot toenemende druk op de resultaten. Verder zijn in de brede heroverwegingsvoorstellen bezuinigingen voorgesteld die van grote invloed kunnen zijn op de sector.

Extra buffers
Daarnaast vergen de contracten die een aantal instellingen met Justitie hebben gesloten voor het verlenen van forensische zorg extra vermogensbuffers. 'De afgelopen jaren zijn door Justitie een aantal tenders uitgezet om de capaciteit voor forensische zorg uit te breiden. Sinds 2008 wordt een aanzienlijk deel van de GGZ-budgetten bekostigd door Justitie. Dit is vaak op basis van kortlopende contracten, terwijl wel in specifieke dure voorzieningen moet worden geïnvesteerd. Instellingen lopen hierdoor een verhoogd risico waar extra buffers tegenover zouden moeten staan', aldus PwC Director Frans Stark.

Flexibilteit
Volgens Stark is weliswaar de liquiditeitspositie enigszins genormaliseerd, maar komen de resultaten vanaf 2010 in toenemende mate onder druk te staan. 'Er pakken zich donkere wolken samen boven de sector. GGZ-instellingen zullen hun bedrijfsvoering aan de gewijzigde omstandigheden moeten aanpassen. Het is noodzakelijk om meer flexibiliteit in de kostenstructuur te realiseren zodat instellingen makkelijker mee kunnen veren met mutaties in de opbrengsten. Een aantal instellingen ontkomt niet aan ingrijpende reorganisaties. De sector als geheel heeft voldoende (financiële) ruimte nodig om deze transitie te kunnen doorvoeren.'

Nieuws