Unilever en P&G buigen diep voor Chinese overheid

15 april 2011 Consultancy.nl / FD

Unilever en Procter & Gamble hebben grote concessies gedaan aan de Chinese overheid. De consumentengoederenproducenten zouden per 1 april hun prijzen verhogen, maar hebben dat besluit na een “verzoek van de Chinese Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie” uitgesteld.

Prijsverhogingen tot 15%

Nadat in China bekend werd dat Unilever en Procter & Gamble hun productprijzen tot 15% wilden verhogen, heeft de overheid meteen een einde gemaakt aan het plan. Beide multinationals willen de specifieke eisen van China niet bekendmaken.

Volgens Roy Lenders, supply chain management consultant bij Capgemini Consulting heeft China de prijsverhogingen waarschijnlijk niet direct verboden. In plaats daarvan zouden beide bedrijven bepaalde vergunningen niet krijgen. Omdat Unilever en Procter & Gamble dan weinig kans hebben op de Chinese markt zijn deze vergunningen voor hen belangrijker dan de prijsverhogingen.

Paul Polman, topman bij Unilever, zei het volgende tegen het FD: “We moeten kijken wat haalbaar is. Opkomende markten blijven voor ons erg belangrijk.” De Chinese economie groeit ieder jaar met minstens 8%. De salarissen stijgen jaarlijks met ongeveer 30%, waardoor ook de bevolking steeds meer kan consumeren.

Moeilijke markt voor multinationals

China is ondanks het enorme groeipotentieel een moeilijke markt voor buitenlandse multinationals. Volgens de adviseur van Capgemini Consulting hebben bedrijven als Unilever moeite om in China voet aan de grond te krijgen. Het overgrote deel van de productie – maar liefst 80% - wordt verkocht door kleine lokale winkeltjes.

Deze winkels krijgen hun producten geleverd door lokale distributeurs als Yili (zuivel) en Huiyuan (voeding). In tegenstelling tot de veel grotere westerse multinationals hebben zij een enorm distributienetwerk tot diep in het Chinese binnenland.

Daarnaast zijn de Chinezen nog gewend aan vers voedsel van het platteland. Vaak zijn ze nog niet rijk genoeg om het bewerkte voedsel van westerse ketens te kopen, en hebben ze hier ook geen behoefte aan. Lenders concludeert dat de Chinese markt nog niet rijp is voor de grote westerse merken.

Nieuws

Meer nieuws over