Capgemini: BPM volwassenheid verbetert prestaties

09 juni 2011 Consultancy.nl

Capgemini heeft de tweede editie uitgebracht van het rapport Business Process Management in Nederland. Het rapport maakt duidelijk in welke mate Business Process Management (BPM) wordt toegepast door Nederlandse organisaties. Ook zijn de succesfactoren van BPM-initiatieven en het gebruik van BPM-technologie geanalyseerd. Daarnaast worden zeven essentiële lessen uitgelicht en zeven trends waargenomen. Het rapport is op basis van een gezamenlijk onderzoek met de Universiteit Utrecht opgesteld.

De onderzoeksresultaten wijzen op een correlatie tussen BPM-volwassenheid en prestaties van processen. Dit betekent dat investeren in BPM-volwassenheid een goede strategie is om processen en de daaruit voortkomende prestaties te verbeteren. In reactie op het rapport merkt Roeland Loggen, consultant BPM bij Capgemini Nederland en initiatiefnemer van het onderzoek, het volgende op: ‘In onze ogen is BPM geen oplossing meer die op zoek is naar een probleem. Managers moeten zich realiseren dat BPM een strategische keuze is die leidt tot een duurzame verbetering van de prestaties van de processen.’ Verder meldt Loggen: ‘Daarbij is het noodzakelijk dat het management een actieve rol speelt bij de verbetering van processen, want dat leidt tot topprestaties. Dit is namelijk bij adoptie van BPM het grote verschil dat bij alle topperformers wordt waargenomen ten opzichte van minder presterende bedrijven.’

Uit het rapport blijkt dat BPM in Nederland aan belang wint. De meeste organisaties geven aan de komende twee jaar BPM-initiatieven te willen starten. Ook beweegt BPM gestaag richting klantgerichte processen (sales, customer service en frontoffice). Het onderzoek bevestigt dat BPM en BPM-technologie bedrijven helpen bij het verbeteren van de communicatie en afstemming van organisatie en IT. Tevens wordt duidelijk dat het meten van de prestaties van de processen een belangrijke trend is. Opmerkelijk is dat dikke muren tussen functiegebieden en de functionele cultuur die in een dergelijke omgeving van toepassing is, de grootste obstakels blijven voor de invoering van BPM.

Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking drie onderzoekers aan de Universiteit Utrecht. Pascal Ravesteijn, een van de onderzoekers van de Universiteit Utrecht over het belang van het rapport: ‘Het BPM-onderzoek van 2011 is baanbrekend in de zin dat hiermee voor het eerst een relatie wordt aangetoond tussen de BPM-volwassenheid van een organisatie en de prestatie van haar processen. De voordelen van procesdenken worden hiermee duidelijk bewezen.’

Het onderzoek is gebaseerd op een online-enquête waaraan werd deelgenomen door 168 personen (een toename van 50 procent ten opzichte van het vorige rapport) uit diverse Nederlandse organisaties actief in de openbare sector en de privésector. Het onderzoek is een samenwerkingsproject tussen Capgemini Nederland en Universiteit Utrecht.

Nieuws