BMC verkenning naar Wet Werken naar vermogen

28 september 2011 Consultancy.nl

Het bestuurlijk akkoord tussen gemeenten, rijk en provincies is nog geen gesneden koek. Tijdens de grote Decentralisatiebijeenkomst bij BMC in Amersfoort op 14 september legde de voorzitter van de directieraad van de VNG uit dat de Wet werken naar vermogen nog een belangrijk bespreekpunt is. De gemeenten hebben er alle belang bij dat zij voldoende tijd, geld en beleidsruimte krijgen om alle nieuwe taken goed uit te voeren, binnen de veel smallere budgetten. Marco Wilke, directeur SW-bedrijf Drechtwerk en Maurits Depla senior adviseur Sociale Zekerheid bij BMC, verkenden met gemeentebestuurders en topambtenaren de innovatieve mogelijkheden van de Wet Werken naar vermogen, ingegeven vanuit de praktijk.

Verdienvermogen
Beide inleiders gingen uit van het onherroepelijke van de kabinetsplannen, de onderhandelingsinspanningen van de VNG ten spijt. Er waren verder nog drie gezamenlijke rode lijnen in beide inleidingen te ontdekken. In de eerste plaats: de arbeidsmogelijkheden, dus ‘het verdienvermogen’ van mensen moet centraal staan en niet het wegwerken van “belemmeringen”. Ten tweede: vertrouw op het oordeel van de ervaren professional in plaats van dure en complexe indicatieprocedures. De derde lijn betrof de noodzaak tot intensievere samenwerking met andere partijen, waaronder bedrijven.

Vertouwen op ervaren professional
Marco Wilke: “ Het principe van werken naar vermogen dwingt ertoe om te kijken naar wat mensen wel kunnen en niet om de belemmeringen die hun maximale inzet in de weg staan. Sommige cliënten hoeven niet eerst helemaal door de mangel om hun persoonlijke situatie te optimaliseren voordat ze kunnen worden ingezet voor een arbeidsproces. Een voorbeeld vormt de groep werknemers die een drugsverslaving hebben. Verslaafden met verdienvermogen hoeven niet eerst af te kicken voor ze aan het werk gaan. Programma’s om daaraan te sleutelen vergroten de afstand tot de arbeidsmarkt voor deze mensen. Stop met re-integratietrajecten voor de groep die in beginsel een normaal loon kan verdienen. De kunst is om deze groep te herkennen, dat is de eerste stap. Kijk vervolgens naar ieders mogelijkheden en doe dat professioneel en efficiënt. De ervaren professional heeft geen ingewikkelde test- en indicatieprocedures nodig om een inschatting te maken van iemands mogelijkheden. Dat gaat natuurlijk wel eens een enkele keer mis, maar dat gebeurt net zo goed bij alle ingewikkelde screeningsprocedures. En die kosten veel tijd en geld. Blijft onverlet dat de overheid wel strak moet toezien op de rechtmatigheid van uitkeringen.”

“Mensen met bijlagen”
Net zoals we in de samenleving moeten accepteren dat sommige mensen nu eenmaal een drugsprobleem hebben, moeten we accepteren dat het voor anderen een illusie is om via de reguliere weg aan het werk te komen. Het zijn vaak mensen die om verschillende redenen kwetsbaar zijn, die in een gewone sollicitatieprocedure bij een gewoon bedrijf geen kans maken. Zij moeten in de gelegenheid worden gesteld om te wennen aan de gevraagde taken, aan de regelmaat en aan de werkomgeving. De risico’s die een bedrijf loopt met het aannemen van zo iemand, moeten worden weggenomen. En er is een terugval-optie noodzakelijk. Want een flinke deel van deze groep wisselt productieve perioden af met heel moeizame.

“Het is zaak bedrijven te interesseren voor mensen ‘met bijlagen’, inclusief de financiële prikkel en het appel aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid”, aldus Marco Wilke. “Voor een bepaalde categorie is het echt een illusie dat ze op een normale manier aan het werk kunnen. De kosten om deze mensen aan de slag te zetten, wegen niet op tegen wat ze voor een werkgever opleveren. Het is aan de gemeente om een keuze te maken. Deze groep achter de geraniums laten zitten is de goedkoopste oplossing. Of ze toch met begeleiding aan het werk te zetten, maar dat kost wat meer.”

Intelligente inzet budgetten
Depla ziet mogelijkheden om de gemeentelijke inspanning voor het stimuleren van de onderkant van de arbeidsmarkt beter – dus goedkoper – te organiseren. “Doublures in de keten moeten geschrapt worden, dus niet èn een klantmanager van de sociale dienst die de cliënt begeleidt èn een begeleider in het SW-bedrijf. Als je erin slaagt de professionals in de frontlinie ‘over de eigen grenzen heen te laten kijken’, ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor samenwerking. Dan moeten bestuurders gaan sturen op maatschappelijke doelen in plaats van iedere kolom aan te sturen met smalle prestatie-indicatoren. Die mogelijkheden zijn altijd afhankelijk van de specifieke situatie, per gemeente of per samenwerkingsverband.”

Meer netwerken vanuit gelijkwaardigheid
Volgens Maurits Depla verandert er met de nieuwe wet niets aan de doelstellingen in de gemeentelijke sociale zekerheid: zoveel mogelijk mensen moeten hun eigen boterham verdienen, minder mensen moeten afhankelijk worden van een uitkering. Nieuw is wel dat dat nu ook gaat gelden voor mensen die niet in staat zijn het volledige minimumloon te verdienen. En: terwijl de doelgroep groeit, krijgen gemeenten véél minder geld om die burgers te ondersteunen. Daarom is echte vernieuwing nodig. Gemeenten hoeven niet te wachten op de nieuwe wet. Ze kunnen nu al sturen op de kosten en omvang van de ‘oude’ WSW. Met zoveel minder budget zullen gemeenten hun rol als ‘opdrachtgever’ los moeten laten. Partners worden echte partners. ‘Wie betaalt, bepaalt’ wordt vervangen door ‘win-win’. Er is ook geen geld meer om alle interventies te vertalen in individuele trajecten. Klantmanagers worden weer professional. Gemeenten moeten kritisch kijken naar de toegevoegde waarde van instrumenten.

Werkplein echt nodig?
Depla adviseert gemeenten om vooral niet automatisch in het gat te stappen dat het UWV achterlaat op het werkplein. Is het werkplein wel echt nodig? Hetzelfde innovatieve denken is nodig bij het verkennen van mogelijkheden om het SW-bedrijf en de Sociale Dienst samen te voegen. Depla doet een beroep op bestuurders: “Er zijn talloze varianten denkbaar, maar maak duidelijk keuzen en laat de professionals hun ideeën ontwikkelen. Geef eventueel ook ruimte in dit proces aan marktpartijen. Daarbij niet te snel denken ‘dat dat toch niet kan’. Werkelijke innovatie vraagt om echt nieuwe en creatieve benaderingen.”

Nieuws