BDO: Nederlandse bedrijven willen uitbreiden

29 oktober 2010 BDO Accountants en Adviseurs

Nederlandse bedrijven willen weer volop internationaal uitbreiden. En ze hebben er alle vertrouwen in dat hun internationale expansieplannen succesvol gaan zijn. Dit blijkt uit een rapport van BDO Accountants en Adviseurs op basis van interviews met directeuren van internationaal opererende bedrijven in Nederland. Naast Nederland werd de 'BDO Ambition Survey: Global Opportunities' in negen andere landen, waaronder China, Rusland en de VS, gelijktijdig uitgevoerd. Het onderzoek biedt daardoor een wereldwijd inzicht in de internationale expansieplannen van bedrijven.

Tweederde (66%) van de internationale ondernemingen in de tien ondervraagde landen zegt dit jaar nog agressiever naar andere landen te willen uitbreiden dan in de voorgaande jaren. Daarnaast heeft 95 procent van de ondervraagden er vertrouwen in dat toekomstige uitbreiding succesvol gaat zijn. In Nederland is dit respectievelijk 56 en 96 procent. Reinder Brummelman, voorzitter Raad van Bestuur BDO Nederland, is niet verrast door de cijfers: “In gesprekken met klanten merkten we al dat internationale groei bij veel ondernemers hoog op de agenda staat. Buitenlandse BDO kantoren zagen dit ook. Ons gezamenlijk onderzoek geeft een doorkijk in de internationale expansieplannen en brengt in kaart wat in dit opzicht de grootste struikelblokken en succesfactoren zijn.”

Focus op BRIC-landen en Duitsland

De ondervraagde internationale directeuren zeggen met name binnen de eigen sector te willen uitbreiden (69%) en in mindere mate daarbuiten (15%). Nederlandse bedrijven lijken wat avontuurlijker ingesteld met 54 procent die binnen de eigen sector wil blijven en 29 procent die via andere sectoren of producten wil uitbreiden. In Nederland zijn meer ondernemingen pessimistisch over de groei van de eigen sector en markt (resp. 24% en 16%) dan wereldwijd (resp. 9% en 11%).

De BRIC-landen staan bovenaan in de lijst van beoogde expansielanden, zowel wereldwijd als vanuit Nederland gezien. Nederlandse ondernemingen richten zich dan met name op China (28%), India (16%) en Brazilië (16%). Daarnaast krijgt ook Duitsland een opvallend hoge notering (24%). Edwin Schrijver, partner bij BDO met internationaal opererende cliënten: “Van oudsher is Nederland natuurlijk een goede handelspartner van Duitsland maar daarnaast doet de Duitse economie het momenteel goed. Dat biedt een stevige basis voor toekomstige groei en Nederlandse bedrijven verwachten hier waarschijnlijk van te kunnen profiteren.”

Lokaal personeel grootste uitdaging

Het vinden van betrouwbare lokale partners en leveranciers en het vinden van het juiste lokale personeel zijn voor ondernemingen wereldwijd (resp. 17% en 28%) en in Nederland (resp. 15% en 20%) de belangrijkste barrières bij grensoverschrijdende uitbreiding. Zoals een van de Nederlandse respondenten aangeeft: ‘Start niet in het buitenland voor je de juiste mensen op de juiste plek hebt en je betrouwbare partners hebt gevonden. Al het andere kan opgelost worden.’ Nederlandse ondernemingen noemen ook de grote lokale concurrentie en (in bepaalde landen) de corruptie als uitdagend. Schrijver: “Internationale expansie is niet eenvoudig, dat bleek ook weer uit de gesprekken met Nederlandse respondenten. In Nederland organiseert BDO dan ook rondetafelgesprekken voor ondernemers met expansieplannen. Want een goede voorbereiding door onder andere te praten met Nederlandse en lokale adviseurs in het beoogde land is essentieel.”

“Cultuur opdringen werkt niet”

De onderzoekers van BDO vroegen de respondenten aan te geven wat de belangrijkste voorwaarden zijn voor een succesvolle internationale uitbreiding. Van de Nederlandse respondenten noemden 24 procent de grootte van de buitenlandse markt en 20 procent de bereidheid van het management om tijd en kapitaal in de uitbreiding te investeren als belangrijkste voorwaarde. “BDO zit met ruim 600 kantoren in de ontwikkelde en opkomende landen. We zitten daardoor dichtbij de buitenlandse vestigingen van onze Nederlandse klanten en zien met eigen ogen dat internationale uitbreiding een precair proces is. Wat in ieder geval niet werkt, is vanuit je hoofdkantoor je cultuur willen opdringen. Bij succesvolle internationale groei moet er een goede balans zijn tussen centrale aansturing en het lokale ondernemerschap in het expansieland. Je moet enerzijds duidelijke richtlijnen opzetten en anderzijds rekening houden met de lokale cultuur. Die combinatie vindt niet elke ondernemer altijd gemakkelijk”, besluit Brummelman.

Nieuws