BCG: Helft Amsterdamse daken met zonnecellen

26 november 2009 Parool

Op de helft van alle Amsterdamse daken moeten zonnecollectoren komen en zijn zeventig extra windmolens nodig om de uitstoot van broeikasgas in 2025 veertig procent te verminderen ten opzichte van 1990, zoals de bedoeling is.

Dat werd gisteren gemeld op een bijeenkomst van gemeenteraadsleden, wethouder Marijke Vos en deskundigen op het gebied van duurzame energie. Daar werd een onderzoek gepresenteerd van de strategie adviesbureau Boston Consulting Group (BCG) naar de plannen van Amsterdam.

Volgens BCG kan Amsterdam bij de internationale top gaan horen op het gebied van duurzame energie, al zijn daar wel grote inspanningen voor nodig.

Stefan Luxembourg, onderzoeker van het Energieonderzoek Centrum Nederland, wees op enkele haken en ogen bij de grootschalige introductie van zonne-energie. Zo kunnen huurders niet verplicht worden de energie af te nemen. Anderen wezen op de talloze verenigingen van eigenaren die op één lijn zouden moeten komen over de aanschaf van zonnepanelen. De helft van de dakoppervlakte in Amsterdam (in totaal 22 vierkante kilometer) is geschikt voor het opwekken van zonne-energie.

Een ander punt is het vinden van locaties voor windmolens. Buiten het havengebied zouden nog enkele tientallen windmolens geplaatst moeten worden. De ervaring leert dat omwonenden daar bezwaar tegen kunnen hebben.

Eerder bepleitte Vos de oprichting van een gemeentelijk energiebedrijf. In de raad bestaat daarvoor weinig draagvlak en gisteren leek het alsof het idee van tafel is.

BCG ziet een beperkte rol voor de gemeente, die moet 'faciliteren'. De gemeente moet vergunningaanvragen uit handen van private partijen nemen, bestemmingsplannen tijdig aanpassen, partijen bij elkaar brengen en soms garant staan voor bepaalde risico's. Hans Kursten van Eneco waarschuwde dat de stad 'niet opnieuw het wiel moet uitvinden'. ''En overschat je rol als gemeente niet.''

Nieuws