Atos Consulting: hoger onderwijs moet flexibeler

30 september 2010 Consultancy.nl

De ambitie om het hoger onderwijs in Nederland te flexibiliseren, kan alleen worden gerealiseerd als de onderwijslogistiek wordt geprofessionaliseerd. Hogescholen erkennen dat zij bij het vaststellen van ambities op het gebied van vraaggestuurd onderwijs nog te weinig rekening houden met de vraag of de onderwijslogistiek dit wel aankan. Hierdoor verloopt de flexibilisering van het onderwijs vaak nog moeizaam. Dat concludeert Atos Consulting in een onderzoek naar de stand van zaken van vraaggestuurd onderwijs bij zeven Nederlandse hogescholen.

Flexibilisering van het onderwijs is alleen mogelijk als sprake is van een integrale inrichting van de logistieke processen, organisatie en de informatiearchitectuur. Hierbij moet het management op centraal niveau de regie in handen nemen.

De noodzaak het onderwijs flexibeler in te richten, is sterk toegenomen volgens het adviesbureau. Uit onderzoek van de HBO-raad blijkt dat Nederland kampt met een tekort aan hoogopgeleiden. Tegelijkertijd heeft het hoger onderwijs te maken met forse bezuinigingen. De onderwijssector moet niet alleen meer studenten aantrekken, maar er ook voor zorgen dat studie-uitval wordt terug gedrongen. Om dit realiseren, staat het hoger onderwijs voor de uitdaging meer vraaggericht onderwijs aan te bieden. “Bij de inrichting van flexibel onderwijs zijn de kenmerken en behoeften van studenten het belangrijkste uitgangspunt. Het betekent dat zij op verschillende momenten in het jaar kunnen instromen of afstuderen.

Studenten kunnen zelf hun pakket samenstellen uit een breed onderwijsaanbod en via allerlei internettoepassingen op afstand studeren. Lokalen en middelen kunnen veel efficiënter - ook na schooltijd - worden gebruikt”, vertelt Jim Bijlstra, Principal Consultant van Atos Consulting. “Het organiseren van flexibel onderwijs raakt veel organisatieonderdelen: van het inroosteren en plannen van colleges tot en met de IT-applicaties waarmee de belangrijkste logistieke afdelingen werken.”

De ‘nieuwe docent’

Uit het onderzoek blijkt dat flexibilisering van het onderwijs een veelbesproken thema is dat bij veel instellingen voor hoger onderwijs hoog op de agenda staat. Alle onderwijsinstellingen kennen een zekere mate van flexibilisering. De meeste hogescholen flexibiliseren op de inhoud van de leerstof en in mindere mate op organisatie en didactiek. Een belangrijke overeenkomst is dat zij ervoor kiezen deze flexibiliteit pas na twee of drie jaar aan te bieden. Studenten zijn dan beter in staat een bewuste keuze te maken uit een steeds vrijer verkrijgbaar studieaanbod. Om hen hierbij terzijde te staan, vervult de docent steeds meer de rol van coach en vakinhoudelijke loopbaanbegeleider. “De docent is niet langer degene die alleen maar voor de klas staat en het overdragen en toetsen van leerstof in zijn pakket heeft”, aldus Bijlstra. “Hij transformeert steeds meer naar een coach en sparring partner die leeromgevingen aanbiedt en studenten in staat stelt een leervraag te ontwikkelen. De hogescholen zijn druk doende om invulling te geven aan deze rol van de ‘nieuwe docent’.”

Flexibiliseren door standaardiseren

De logistieke processen binnen HBO-instellingen zijn meestal op verschillende niveaus en bij verschillende afdelingen belegd. Bij de meeste instellingen is nauwelijks sprake van een uniforme en integrale inrichting van de logistieke processen, zoals plannen, inroosteren, het arrangeren van de leervraag en het beheer van de onderwijscatalogus. Zo zijn veel onderwijsafdelingen autonoom en werken zij dikwijls met hun eigen systemen. Hierdoor krijgt de flexibilisering van het onderwijs op centraal niveau moeizaam gestalte en kan er onvoldoende worden gestuurd op de kwaliteit van de totale procesketen. Door de sterk versnipperde decentrale procesinrichting - gekenmerkt door een uiterst divers applicatielandschap - laten de efficiency en kwaliteit dikwijls te wensen over. Er is veel efficiencywinst te behalen door alle logistieke processen op centraal niveau te beleggen.

Ook het vaststellen van standaarden voor de inrichting en procedures voor de belangrijkste onderwijslogistieke processen zijn belangrijke stappen naar meer uniformiteit. Hierdoor wordt de kwaliteit van deze processen vergroot en is de organisatie beter en sneller in staat te anticiperen op veranderingen. Om flexibilisering echt door te voeren, moet bovendien een integrale informatiearchitectuur worden ontworpen en op centraal niveau worden geïmplementeerd. De sturing van deze integrale en centrale IT dient op het niveau van het College van Bestuur gestalte te krijgen.

“Op strategisch niveau hebben bestuur en management van hogescholen dikwijls ambitieuze plannen, maar betrekken zij de logistieke afdelingen niet altijd voldoende bij de besluitvorming. Hierdoor lopen instellingen het risico dat plannen onvoldoende of helemaal niet kunnen worden geïmplementeerd”, benadrukt Bijlstra. “Alvorens een strategische keuze te maken, moet een organisatie goed weten wat zij aankan met het oog op flexibilisering. Om hiervan een beeld te krijgen, dienen de gevolgen voor logistieke processen in kaart te worden gebracht. Om de invoering van de gewenste strategie succesvol te laten verlopen, moeten bestuur en management de regie in handen nemen en op centraal niveau sturing geven aan de logistieke afdelingen. Daarnaast moeten zij op een stapsgewijze en projectmatige manier realisering van veranderingen afdwingen om de kans op succes te vergroten.”

Nieuws

Meer nieuws over