Arthur D Little verliest bijna alle Nederlandse partners

03 november 2001 Consultancy.nl

In zes maanden tijd zijn bijna alle Nederlandse partners van het gerenommeerde consultantskantoor Arthur D. Little opgestapt. Eens was er een hecht team van twaalf mensen, nu heeft managing director Jacques Hurkmans nog één medestander over.

Nu opnieuw drie partners van Arthur D. Little zijn opgestapt, ligt de Nederlandse afdeling van het consultancykantoor volledig op zijn gat. Behalve managing director Jacques Hurkmans is alleen John Kerkhoven nog over. Een jaar geleden telde het kantoor nog twaalf partners. Hurkmans laat via een secretaresse weten dat “de heer Kerkhoven noch de heer Hurkmans op dit moment behoefte heeft aan commentaar”.

Arthur D. Little banner

Donderdagochtend dienden René Seyger, Tyo Collot d’Escury en Jerôme Koelewijn hun ontslag in. Sinds dit voorjaar hadden al zeven anderen het internationaal geöriënteerde ADL, dat concurreert met kantoren als McKinsey, de rug toegekeerd. Onder hen waren bekende namen als telecom- en organisatiespecialist Eric Hoving, voormalig Content- en Origin Nederland-directeur Hans Stellingsma en Martijn van der Mandele, oprichter van ADL-Nederland.

De problemen bij Arthur D. Little hangen samen met aanhoudende verliezen van de Amerikaanse divisie, de voor consultants ongewone hiërarchische leiding en de vorig jaar op de valreep afgeblazen beursgang van C-quential, de divisie die zich bezighield met telecom, informatica, media en elektronica.

Door de verliezen van de Amerikaanse tak van ADL verdampte de winst die de Europese vestigingen maakten. De partners konden fluiten naar de bonussen, die in vroeger jaren de torenhoge salarissen konden verdubbelen. Gelijktijdig trok het Amerikaanse hoofdkantoor in Cambridge, Massachusetts de teugels strakker aan, waar de aan vrijheid gewende consultants niet van gediend waren.

Kenmerkend was de manier waarop ‘Cambridge’ begin vorig jaar aankondigde dat het een deel van de activiteiten onder de naam C-quential naar de beurs zou brengen: een groot deel van de partners is daar nooit over geraadpleegd. De operatie leidde tot een splitsing binnen het concern tussen de kennelijk hippe types van C-quential en de losers van het oude ADL. In Engeland en Duitsland hielden de managing directors het al snel voor gezien.

De partners en consultants in Rotterdam vormden jarenlang een uiterst hecht team. Ook dat kantoor zou vanwege de beursplannen in stukken gesplitst moeten worden. Slechts een derde van het kantoor is werkzaam in telecom, informatica, media en elektronica, met klanten als Philips en KPN. De rest werkt voor bedrijven uit de ‘oude economie’, zoals Corus. Maar in het chique ADL-kantoor langs de Maas werd eensluidend besloten dat heel Rotterdam zou opgaan in C-quential.

Het hoofdkantoor van Arthur D. Little in de VS zag het optreden van de Rotterdammers met lede ogen aan. Managing partner Hurkmans werd onder druk gezet en koos uiteindelijk de kant van Cambridge. Toen een van de partners weg wilde gaan, dreigde Hurkmans hem voor de rechter te dagen. De betrokkene bleef ten slotte, maar zijn collega’s vonden het onaanvaardbaar dat Hurkmans een van hen op die manier onder druk zette. Hurkmans moest het veld ruimen. Hij werd bestuursvoorzitter van de beursgenoteerde plasticfabrikant EVC, maar moest na drie maanden opstappen.

Toen de problemen met Cambridge groter werden, kwamen allerlei ideeën op tafel, zoals een partnership met een andere consultancyfirma en het opzetten van een nieuwe maatschap. Omdat iedereen besefte dat de merknaam Arthur D. Little zo belangrijk was voor de praktijk, is van die plannen niets terechtgekomen.

Uiteindelijk is het Rotterdamse kantoor toch kapot gegaan door de druk vanuit de VS. Toen de beursgang van C-quential werd afgeblazen, knapte er iets bij partner Eric Hoving. Hij zou een belangrijke rol gaan spelen bij het nieuwe bedrijf. Dit voorjaar nam hij zijn ontslag. “Ik had geen zin op C-quential opnieuw in Arthur D. Little te integreren”, zegt hij door de telefoon. “Ik vond het na tien jaar ook wel welletjes. Ik ben net weer vader geworden en vond dat ik meer tijd aan mijn gezin moest besteden.” Sinds kort werkt hij enkele dagen per week bij het Belgische telecombedrijf Telenet.

Door het vertrek van Hoving was het verband zoek. Hoving, die het belangrijke werkterrein telecom in zijn portefeuille had, was een van de gezichtsbepalende partners. Kort na zijn vertrek stapten enkele andere partners ook op. Een van hun argumenten was dat het internationale netwerk van ADL stil was komen te liggen. “Er waren geen trainingen en partnermeetings meer. Dan kun je beter bij een landelijk georganiseerd bureau als Boer & Croon gaan werken”, zegt een van hen, die anoniem wil blijven.

Tot veler verbazing werd Hurkmans, die kennelijk goede relaties had onderhouden met het hoofdkantoor, drie weken geleden weer benoemd tot managing partner. Toen dat bekend werd, besloten ook de laatste partners van Arthur D. Little zich op hun positie te ‘heroriënteren’.

Nieuws