Adviesbureau BMC wekt ergernis van provincies

13 juni 2008 BinnenlandsBestuur

Alle provincies zijn boos op adviesbureau BMC. Zij vinden dat de organisatieadviseur over morele grenzen is heengegaan met het pleidooi om provincies op te heffen. ‘Het is tendentieus om mee te deinen op de golven van het populisme.’ De twaalf provinciesecretarissen van de twaalf Nederlandse provincies voelen zich onheus aangevallen door het in Leusden gevestigde adviesbureau BMC.

Het adviesbureau maakte in Binnenlands Bestuur 22 van 30 mei, onder de titel ‘Angst herinrichting Thorbecke-huis verlamt decentralisatiedebat’ per advertentie bekend dat de provincies moeten verdwijnen. Uit de advertentie: ‘Niet alleen voelen burgers zich weinig betrokken bij provincies, het provincieapparaat weet te weinig wat er onder de bevolking speelt en de ambtenaren zijn experts die helaas vaak verzanden in goedbedoeld hobbyisme. De kwaliteit van de medewerkers, hun rapporten en analyses is uitstekend, maar ze missen vaak de aansluiting met de werkelijkheid.’

De Utrechtse provinciesecretaris Herman Sietsma, plaatsvervangend voorzitter van de kring van provinciesecretarissen: ‘Het is niet de taak van een adviesbureau om politieke uitspraken te doen. En zeker niet op deze manier.’

Zesde macht

De provinciesecretarissen kwalificeren BMC als de zesde macht in het openbaar bestuur. ‘Het is bekend dat de macht van adviesbureaus groter is dan die van menig democratisch orgaan, dat geldt vooral voor de grote adviesbureaus. Als betaalde adviseurs zich per advertentie gaan richten op beslissers in het openbaar bestuur en positie kiezen in bestuurlijk-politieke vraagstukken, leidt dat pas echt tot democratische tekorten; door invloed namelijk van adviseurs die het contact met de werkelijkheid missen’, schrijven de voorzitter van de kring van provinciesecretarissen, Harry Timmermans, tevens secretaris van Overijssel en Sietsma.

De provinciesecretarissen voelen zich beledigd door BMC. Zij vinden dat het adviesbureau ongefundeerd provincie-ambtenaren hobbyisme verwijt. Het verwijt van BMC aan het adres van de provincies dat zij niet doelmatig zouden werken, noemen de provincies ‘op zijn minst opmerkelijk’. Zij wijzen er in dit verband op dat nota bene BMC adviseert over hoe provincies doelmatiger moeten werken. Dat BMC ter onderstreping van zijn betoog er ook de partij van Rita Verdonk, Trots op Nederland, bijhaalt die ook gepleit heeft voor het opheffen van provincies, noemen de provinciesecretarissen tendentieus. Sietsma: ‘Ik vind dat het niet kan als BMC zich in die categorie schaart. Het is heel goedkoop om mee te deinen op de golven van het populisme.’

BMC noemt de reactie van de provinciesecretarissen te gemakkelijk, want te veel gericht op het adviesbureau en niet op de inhoud van de BMC-boodschap. Het adviesbureau voelt zich vereerd door de kwalificatie ‘zesde macht’, zegt senior adviseur Ard Schilder van BMC. ‘Maar we moeten niet vergeten dat we invloed hebben omdat overheidsinstanties ons die invloed geven. Als men vindt dat BMC geen bijdrage levert aan de verbetering van de publieke sector zou het snel met ons zijn gedaan.’

Het Leusdense adviesbureau rekent het tot zijn taak de discussie over de verbetering van de publieke sector aan te zwengelen. ‘Het betekent dat we niet alleen doen wat men vraagt, maar af en toe ook dat wij prikkelen en plagen om mensen uit de tent te lokken. Dat is deze keer goed gelukt’, aldus Schilder.

BMC: voor en achter de schermen van decentralisatie

BMC heeft de afgelopen maanden een nadrukkelijke rol achter de schermen gespeeld in het debat over decentralisatie. De voormalige burgemeester van Nijmegen, Ed d’Hondt, lid van de Raad van Commissarissen van BMC, werd door minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst gevraagd om voorzitter te worden van de interbestuurlijke taakgroep gemeenten. De commissie-D’Hondt bracht vorige week haar advies uit over de decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden naar gemeenten.

In opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) maakte BMC het rapport Loslaten en uitdagen. Hierin staat dat geen enkele gemeente gedecentraliseerde taken alleen kan uitvoeren. De VNG gebruikt het rapport als grondstof voor de discussie over hoe gemeente het beste gedecentraliseerde taken kunnen uitvoeren.

Nieuws