KplusV: 10 themas voor rekenkameronderzoek in 2015

18 december 2014 Consultancy.nl

Voor gemeenten belooft 2015 een druk jaar te worden. Onder meer door de drie decentralisaties in het sociaal domein. Veel rekenkamers staan dan ook voor belangrijke keuzes komende maand. Want bij welke thema’s moet de gemeenteraad volgend jaar zijn kaderstellende en controlerende rol pakken? Martijn Dekker van KplusV presenteert een top 10 thema’s voor het doen van rekenkameronderzoek.

1. Participatiewet, Wmo en Jeugdzorg
Vanaf 2015 zijn gemeenten onder meer verantwoordelijk voor de Participatiewet, Wmo en Jeugdzorg. Een omvangrijke nieuwe taak met veel maatschappelijke impact. Als rekenkamer kunt u hierbij een aantal zaken onderzoeken. Zoals:

  • De effectiviteit waarmee de drie decentralisaties worden uitgevoerd. Tegen welke problemen loopt een gemeente aan in de praktijk? Wordt er voldoende rekening gehouden met innovatie en ondernemerschap? En hoe functioneren de sociale en jeugdteams in een gemeente?
  • De rechtmatigheid en effectiviteit van de aanbestedingen die hebben plaatsgevonden voor de decentralisaties. Zijn de procedures voor alle zorgaanbieders eerlijk verlopen? En heeft de gemeente de juiste zorg voor de juiste prijs ingekocht?
  • De regionale samenwerking die is gevormd voor de decentralisaties. Welke meerwaarde biedt deze samenwerking? Hoe zijn de zelfstandige rollen van de individuele gemeenteraden hierin vertaald? En welke invloed hebben de raden op gezamenlijke regelingen en andere samenwerkingsconstructies?
  • De invulling van het relatiemanagement waarmee gemeenten sturen op de inkoop en uitvoering van de Wmo en Jeugdzorg. Hoe is dit relatiemanagement tot stand gekomen? Zijn de directies van zorgorganisaties hierbij betrokken? En is het gebaseerd op kennis van de werkvloer?

10 themas voor rekenkameronderzoek in 2015

2. Samenwerking, fusie of herindeling
De laatste drie jaar zijn veel gemeenten tal van samenwerkingsverbanden aangegaan voor meer kwaliteit, minder kwetsbaarheid en lagere kosten. De vraag voor de rekenkamer is: zijn deze doelen bereikt? Door dit te evalueren, krijgen raad en college meer kennis over de effecten van samenwerken. Met de lessen die hieruit voortkomen, kunt u in de toekomst sturen op een betere invulling van een samenwerkingsverband óf uw eigen wensen en verwachtingen voor zo’n samenwerking onderbouwen. Vragen om te onderzoeken, zijn: Wat is de democratische legitimiteit van een samenwerkingsvorm? En hoe verhoudt die zich tot het spanningsveld tussen individuele gemeentelijke ambities, gezamenlijke ambities en ambtelijke inzet?

3. Raadsagenda’s
Om hun kaderstellende rol gestructureerd in te vullen, kunnen gemeenteraden raadsagenda’s opstellen. Inmiddels zijn de nieuwe raden ruim een half jaar in functie, de bestuursakkoorden gesloten en de coalitieprioriteiten helder. Daarom is 2015 het jaar om te onderzoeken: Welke afspraken hebben raadsfracties met elkaar gemaakt over die kaderstellende rol? Bij welke onderwerpen, trajecten of initiatieven willen zij worden betrokken én hoe? Zijn deze afspraken waargemaakt? En wat kan de raad ervan leren voor zijn kaderstellende taken?

4. Duurzaamheid
Duurzaamheid staat hoog op de gemeentelijke agenda. Het is een dynamisch thema waarbij de rol van de gemeente behoorlijk is veranderd: van normsteller en regisseur naar facilitator. Ook de inhoud verschuift voortdurend, met nieuwe ontwikkelingen als ‘smart sustainable cities’. Belangrijk om als rekenkamer te bepalen: Anticipeert de gemeente op deze ontwikkelingen? Levert zij een effectieve bijdrage aan duurzaamheid? Treffen haar acties voor de Lokale Klimaatagenda doel? En welke mogelijkheden zijn er nu de budgetten onder druk staan?

Duurzaamheid KplusV

5. Omgevingsdiensten
Sinds 2013 voeren omgevingsdiensten de vergunningverlening en handhaving uit op het gebied van milieu en soms ook bouwen. Niet alle gemeenten zijn onverdeeld positief hierover. Vooral de informatievoorziening blijft achter, maar ook de invloed die gemeenten hebben op het uitvoerings-programma van de omgevingsdienst. En dat terwijl zij als opdrachtgever eindverantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de taken en het bepalen van de kaders. Een vraag om te beantwoorden: Hoe is die opdrachtgeversrol ingevuld?

6. Revolverende fondsen
Steeds meer gemeenten kiezen ervoor om revolverende fondsen in te zetten. Zo’n fonds houdt zichzelf in stand doordat leningen worden terugbetaald. Omdat in risicovolle initiatieven wordt geïnvesteerd, kan dit echter nadelige financiële gevolgen hebben voor een gemeente. Het is de vraag of de raad dit goed in beeld heeft, en of revolverende fondsen bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen. Als rekenkamer kunt u zich buigen over dit soort vragen: Welke financiële risico’s loopt de gemeente? Welke kosten/baten-afwegingen liggen hieraan te grondslag? En welke invloed heeft de raad hierop gehad?

7. Bezuinigingen
Door de economische crisis en de rijkskortingen op het gemeentefonds moeten gemeenten blijven bezuinigen. In sommige gevallen gaat dit gepaard met aanzienlijke frictiekosten, ingrijpende organisatieveranderingen of ongewenste neveneffecten. Tegelijkertijd zijn gemeenten druk met een veelvoud aan taken. De spreekwoordelijke winkel moet dus wel openblijven tijdens de verbouwing. Dat maakt het lastig om geplande bezuinigingen op tijd te realiseren. Onderzoeksvragen kunnen dan zijn: Heeft de gemeente de vastgestelde besparingen doorgevoerd? Leidt dit tot onacceptabele neveneffecten? En wat betekent dat voor bezuinigingen die nog gaan komen?

Martijn Dekker - Adviseur bij KplusV

8. Wegenonderhoud
Jarenlang was wegenonderhoud een vaste kostenpost op de gemeentebegroting. Onder druk van dreigende tekorten bezuinigen steeds meer gemeenten hierop. Dat lijkt aantrekkelijk, omdat je deze bezuinigingen direct kunt inboeken en kwaliteitsvermindering van het wegennet pas later ziet. Maar hoelang blijven dit soort besparingen verantwoord, zonder dat het de veiligheid in gevaar brengt? Uw rekenkameronderzoek kan zich richten op: Welke bezuinigingen zijn gerealiseerd? Ontstaan hierdoor schadelijke neveneffecten en risicofactoren? En hoe beleven burgers die bezuinigingen op het wegenonderhoud? 

9. Burgerparticipatie
Nu gemeenten – onder druk van bezuinigingen – kritisch kijken naar hun rol, krijgt burgerparticipatie extra aandacht. Burgers kunnen bijvoorbeeld helpen om gemeentelijke plantsoenen te beheren en onderhouden, of om kleine ergernissen in de openbare ruimte op te lossen. De vragen die u zich kunt stellen: Wat betekent dit voor de raad, het college en de ambtelijke organisatie? Hoe vult de gemeente burgerparticipatie in en hoe bereidt zij haar inwoners hierop voor? Welke kaders geef je als raad aan je burgers mee? En hoe kun je daar vervolgens op sturen? 

10. Toezicht en handhaving
De politie beperkt zich steeds meer tot haar kerntaken. Hierdoor komt de aanpak van kleine ergernissen in de openbare ruimte steeds meer bij gemeenten te liggen. Dit vraagt om extra inspanningen van de gemeentelijke handhavers en toezichthouders. Net als de controle op alcoholverstrekking aan minderjarigen; sinds 2013 een nieuwe taak voor gemeenten. Als rekenkamer kunt u onderzoek doen naar: Heeft de gemeente de uitvoering van voormalige politietaken goed op orde? Hoe is het toezicht op naleving van het alcoholverbod voor jongeren georganiseerd? En hoe ervaren burgers toezicht en handhaving door de gemeente?

Nieuws