Voorzichtigheid geboden bij verkoop sleutelinfrastructuur

25 november 2014 Consultancy.nl

In augustus van afgelopen jaar deed het Zuid-Amerikaanse telecombedrijf América Móvil een ‘vijandig’ bod op KPN. Carlos Slim was van plan een aandelenmeerderheid van KPN in handen te krijgen. Interessant, omdat KPN eigenaar is van de Nederlandse telecominfrastructuur waar de meeste Nederlandse consumenten hun telefoon- en internetaansluiting van afnemen. De ondernemingsraad reageerde angstig: de continuïteit en kwaliteit zouden in gevaar komen. Daarbij vroeg Nederland zich af wie na de snelle influx van geïnvesteerd geld de uiteindelijke winst zou innen.

Hoe schadelijk zouden deze overnames van Nederlandse infrastructuur door een externe (buitenlandse) partij zijn? Blijft het consumentenbelang gegarandeerd? Wat betekent dit voor onze economie? Hoe zit dat eigenlijk bij andere landen?

KPN INFRASTRUCTUUR

De trend die hier aan de orde is, is tweeledig: de transitie van publiek naar privaat bezit, in zowel commerciële infrastructuur (KPN) als zuiver publieke infrastructuur. Deel twee van de trend kan worden geschetst met een typerend voorbeeld: vorige maand werd bekend dat Gemeente Delft op weg is naar een faillissement. De reden: kostbare projecten zoals bijvoorbeeld de Spoortunnel, de Buitenhofwijk, of Tramlijn 19. En dat terwijl de stad deze ontwikkelingen echt nodig heeft. Zou projectovername door een private equity partij in de korte en lange termijn vruchten afwerpen? Zou met deze uitverkoop het verdienmodel van BV Nederland op de lange termijn plat komen te liggen? Wat moeten wij vinden van de trend naar privaat bezit?

Positieve ontwikkelingen: buitenlandse overnames van transportbedrijven
Nu was dit Nederlandse voorbeeld nog relatief onschuldig. In het Verenigd Koninkrijk zijn in 2006 op grootschalig niveau essentialia van de infrastructuur in de (uit)verkoop gezet. Vanaf dat moment waren de Londense luchthavens Heathrow, Stansted en Gatwick in Spaans bezit.

Niet alleen luchthavens zijn verkocht, ook het bedrijf AB Ports (ABP), een consortium dat 21 havenbedrijven exploiteerde, is opgekocht door Infracapital, uit het Verenigd Koninkrijk. In eerste instantie werd hier met veel kritiek en angst op gereageerd. De media verhaalden over de ontwikkeling als “het verkopen van de ziel van een ooit grootse handelsnatie.” De strategische belangen van het land zelf zouden ondergeschikt worden, waardoor consumenten, gelinieerde ondernemers en de overheid het onderspit zouden delven onder de belofte van waardeverhoging.

Intern kunnen er ook problemen ontstaan. Kunnen werknemers zich bijvoorbeeld nog identificeren met een bedrijf dat overgenomen is door een buitenlandse geldschieter?

Luchthaven - Haven

Bijzonder genoeg kwam geen enkele van deze scenario’s uit. Na zes jaar vertelt James Cooper, de directeur van ABP, ons een duidelijk positief verhaal. Met de investering van Infracapital stegen de winstcijfers over die periode met 25%. De lokale overheden beslisten nog steeds mee in uitbreidingsvraagstukken. De investering van privékapitaal in havens wordt door Cooper zeker aanbevolen. Dit klinkt als een aanrader voor Nederland. In noodweer zou onze logistieke machine, volgens velen het stokpaardje van de Nederlandse economie, zonder meer van zulk kapitaal en expertise gebruik mogen maken.

Negatieve gevolgen: privé-investeringen in publieke infrastructuur
De discussie gaat verder. Aan de andere kant van de wereld, in Australië, denken economen er tegenwoordig compleet anders over. Het begrotingstekort van de constructie van de CityLink, een tolweg in Melbourne, is in 2009 met $2 miljard aan privékapitaal gedicht. Dit pakte bijzonder goed uit voor de investeringsmaatschappij, toen zij begonnen met in totaal $4 miljard aan tolgeld op te strijken. 

De oplossing is niet het minimaliseren van publieke schuld. Het gaat om maximaliseren van de publieke waarde. Dat verschil betekende twee miljard die gebruikt had kunnen worden voor investerings-mogelijkheden in andere projecten of om staatsschulden af te lossen. Welk voordeel haalde de Australische overheid hier uit? Slechts het afkopen van het risico, door zowel de kosten als de baten aan de investeerder te geven.

Terug naar het westerse halfrond. Tijdens mijn studiereis in de VS afgelopen weken werd mij door ingenieurs verteld dat marktvrijheid leidt tot ernstige afname van kwaliteit. Een fietspad wordt bijvoorbeeld aangeduid met een verfstreep in de goot. Het energienet is ingericht op het repareren van ‘blackouts’, in plaats van ze te voorkomen. Iedere staat wordt geteisterd door meerdere sociale problemen die hij niet kan oplossen, simpelweg om dat hij de macht niet (meer) heeft. Wanneer het staatsuitgavenbeleid wordt gedomineerd door de sterksten worden de voorzieningen minimaal omdat niemand zich meer bezighoudt met essentiële investeringen.

Binnenhof Den Haag

Dan wordt de vraag opgeworpen: tot waar moet de overheid de touwtjes in eigen hand houden? De drie beschouwde voorbeelden kunnen wellicht samen de vraag beantwoorden.

Conclusie: visie op kwaliteitsbehoud
Over de ‘uitverkoop’ van Nederlandse eigendommen is veel bericht. Na de dreigende overname van KPN is hier in Nederland uitgebreid over gediscussieerd. Een van de argumenten ten behoeve van de overname is dat Nederlandse bedrijven voor €78 miljard hadden overgenomen in het buitenland, terwijl er andersom maar €43 miljard aan Nederlandse eigendommen zijn overgenomen. Wij zijn dus zeker niet vies van een potje Monopoly op mondiaal niveau.

Het tweede onderdeel, overnames van zuiver publieke belangen, ligt stukken lastiger. De Gemeente Delft zou voor de spoortunnel kunnen kiezen tussen leningen of compleet privé-eigendom met tolstructuur, wat hen financiële ademruimte zou opleveren. Het blijkt echter op de korte en lange termijn een bijzonder slecht idee te zijn om privévermogen hierover te laten regeren. Daarom is het belangrijk om strak zelfbeschikkingsbeleid te voeren rondom onze essentiële consumenten-infrastructuur, met sterke controle vanuit de overheid. Als Nederland bezitten wij nog steeds belangrijke voorzieningen, waaronder het spoornetwerk (ProRail) en het energienet (TenneT).

Adriaan Taal - Young Advisory Group

Om deze op de lange termijn te behouden, moet er juist een beschermende visie zijn omtrent toekomstige situaties, wanneer direct commerciële voorzieningen zoals telecommunicatie in gevaar zijn. In Nederland is het nu eenmaal zo dat ministers over een miljard meer of minder in infrastructuur echt hard moeten nadenken. Zo kunnen we tenminste blijven waken dat er een langetermijnvisie bestaat waarin kwaliteit de hoofdrol speelt.

Een artikel van Adriaan Taal, consultant bij studenten-adviesbureau De Young Advisory Group.

Nieuws

Meer nieuws over