KplusV: Structuur kan slagingskans innovatie verbeteren

27 augustus 2014 Consultancy.nl

Innovatie is cruciaal, voor zowel de economie als het bedrijfsleven. Toch blijft het voor veel organisaties een lastig thema. In de praktijk blijkt namelijk dat het aantal succesvolle starters en groeiers in de Nederlandse economie achterblijft. Een beperkt aantal ideeën haalt uiteindelijk de markt en is succesvol. Telkens komen ideeën als gevolg van een breed scala aan redenen niet tot wasdom. Adviesbureau KplusV Organisatieadvies nam het fenomeen onder de loep en bekeek waarom.

Waarom komen innovatieve ideeën niet van de grond? Voor innovatie-experts vormt dit al jaren een populair onderzoeksterrein. Onderzoekers, wetenschapper en consultants hebben hele studies gemaakt om de innovatie-cyclus te analyseren – met als gevolg legio aan verbeterpunten, randvoorwaarden, kritische succes factoren – allemaal met het doel om de slagingskans van innovaties te verbeteren. En daar komt nu een nieuwe zienswijze bij – ditmaal van KplusV, een adviesbureau gespecialiseerd in onder meer innovatie en ondernemerschap. In de white paper ‘Innoveren met Resultaat’ stelt het bureau het geheim achter best practice innovatiemanagement te weten: structuur.

KPlusV - cover text

Maarten van Gils, innovatiespecialist bij KplusV: "Dat een innovatie een ontwikkeling doormaakt van idee tot product is (vaak) bekend. Maar niet alleen de innovatie moet zich ontwikkelen. Er zijn volgens hem nog vier kritische succesfactoren die door- en mee moeten ontwikkelen met de innovatie: de innovator zelf, financiering, faciliteiten en bedrijfsvoering. Die factoren vormen samen de directe omgeving van een innovatie, ofwel de 'habitat' van de innovatie. Door deze factoren goed en gestructureerd bij elkaar te brengen en te ontsluiten voor ondernemers kunnen ideeën tot volwasdom worden gebracht,” aldus de adviseur.

Ontwikkelingstraject

Het begint in eerste instantie allemaal met een innovatief idee. Volgens KplusV doorlopen alle technologie gebaseerde ideeën, ondanks het feit dat de tijdshorizon tot marktintroductie behoorlijk kan verschillen, ruwweg hetzelfde ontwikkelingstraject. Er wordt onderscheid gemaakt in zes fasen:

Innovatie - Fasen

Gedurende het ontwikkelingstraject van een innovatie ziet het adviesbureau (naast een technologisch idee) 4 factoren (ook wel bouwstenen van de habitat) die bepalend zijn voor een ontwikkelingstraject:

  • Innovator: iemand die zich verantwoordelijk voelt voor het idee (en de voortgang ervan) en ermee aan de slag gaat.­
  • Financiering: het geld voor de technologische en commerciële ontwikkeling van het idee.
  • Faciliteiten: technologische ontwikkelingen vragen om een (strategische partner met een) locatie waar de innovator kan werken.
  • Bedrijfsvoering: bedrijfskundige thema’s, zoals een business plan, HRM en intellectueel eigendom die bijdragen aan een professionele organisatie.

Veranderende innovatiebehoefte vraagt om passende invulling van de habitat

Gedurende de ontwikkeling van de innovatie moet de habitat mee ontwikkelen met de fase waarin de innovatie zich bevindt. Van Gils legt uit: “Iedere fase van de innovatieontwikkeling vraagt om een eigen specifieke invulling van de habitat. Een goed voorbeeld is financiering: waar je in het begin via donaties van bijvoorbeeld familie de stap naar een prototype kunt zetten, gaat het in de groeifase (productie) om heel andere bronnen van financiering zoals risicokapitaal of een bancaire lening. Dit geldt ook voor de andere bouwstenen uit het habitat, de innovator zelf, de bedrijfsvoering en de faciliteiten. Met andere woorden: de ideale habitat verandert mee met de volwassenheid van de innovatie.”

Dit is volgens de innovatiespecialist terug te zien de onderstaande zes ontwikkelfasen:

  • De zaaifase - Er is een pril idee (‘het bierviltje’) over de oplossing voor een gesignaleerd probleem. Deze fase is diffuus en doet zich voor in fundamenteel onderzoek of tijdens een gesprek met vrienden.
  • De kiemfase - Er is sprake van een eerste concept bij een onderzoeker, maar nog onzekerheid over de haalbaarheid. In deze fase dient een Proof-of-concept ontwikkeld te worden.
  • De startfase - Een bedrijf wordt opgericht en er is een innovator nodig die bedrijfsmatig kan optreden en betrokken is bij de nog risicovolle ontwikkeling. Eerste modelversies van het product worden gemaakt.
  • De ontwikkelfase - Kleinschalige productie van het product wordt begonnen. De ‘onderzoekende’ ondernemer leidt het bedrijf tot ca. 10fte. In deze fase gaat men op zoek naar risicokapitaal.
  • De groeifase - Volledige productie wordt voorbereid. De innovator of hiervoor ingehuurd personeel richt zich compleet op ondernemen. Groeifinanciering komt deels van eigen resultaten, deels van risicodragend of bancair kapitaal.
  • De consolidatiefase - De organisatie staat, de omzet is stabiel en de marktpositie is ingenomen op basis van de innovatie. Het opbouwen van een productportfolio op basis van het initiële product is nu het doel.

Ontwikkeling

Visie KplusV: een biotoop als innovatieversneller
Maar hoe kom je tot een juiste invulling van de bouwstenen rondom een innovatie. Hoe geef je dit efficiënt en effectief vorm? Van Gils: "Wij zien in de praktijk niet één, maar honderden innovaties en innovators die in het proces blijven steken. Die kun je individueel ondersteunen, maar interessanter is het nog wanneer je meerdere innovaties kunt ondersteunen binnen een overkoepelende innovatiestructuur. Dit zien we op meerdere manieren gebeuren. Bij KplusV onderscheiden we drie vormen: een netwerk, een innovatie ecosysteem en de biotoop."

I. Een Netwerk

De meest voorkomende vorm. Partijen verenigingen zich en komen fysiek bij elkaar om innovatie te versnellen. Voor concrete resultaten op met betrekking tot individuele innovaties zijn ze echter afhankelijk van het toeval. Om de succeskans te vergroten, telt vaak het credo: hoe meer partijen, hoe beter. "KplusV kiest deze ‘netwerk’-vorm zelf (vrijwel) nooit om innovatie te stimuleren. Wij zijn van mening dat dergelijke evenementen interessant kúnnen zijn, met name vanuit relatie-perspectief, maar dat wanneer écht concrete, inhoudelijke resultaten gewenst zijn, een netwerk-structuur in de regel te weinig oplevert," aldus Van Gils.

De voorkeur van KplusV gaat dus uit naar twee andere vormen, te weten:

II. Innovatie Ecosysteem

een groots, (vnl.) zelfregulerend ensemble van de 4O’s waarin het gehele innovatieproces is afgedekt.

III. Innovatie Biotoop

een geselecteerde en gedirigeerde ecosysteem doorsnede waarin één bouwsteen centraal staat.

Maarten van Gils - KplusV

Van Gils: "De biotoop is een nieuwe werkwijze die in de praktijk heel goed werkt. Waarom? Omdat het de gulden middenweg is tussen een netwerk en een innovatie ecosysteem. Het is open innovatie in een besloten systeem. Door te focussen op één bouwsteen (bijvoorbeeld faciliteiten of financiering) is de biotoop relevant voor alle betrokkenen. Iedereen spreekt er dezelfde taal en daardoor vind je sneller wat, of wie je nodig hebt.”

Nieuws