Adviezen AEF aan basis verandering in SOA aanpak

16 juli 2014 Consultancy.nl

De overheid gaat de komende periode diverse wijzigingen doorvoeren in de manier waarop het seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) landelijk bestrijdt. De beleidswijzigingen zijn mede gebaseerd op een adviesrapport van Andersson Elffers Felix.

ASG
Nadat eind jaren ’90 en begin jaren ’00 het aantal SOA’s toenam, nam hiermee tevens het gevaar voor de volksgezondheid toe. Om deze reden werd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in 2006 een regeling voor Aanvullende Curatieve Soa-bestrijding (ACS) in het leven geroepen. SOA-zorg werd hiermee uitgebreid tot een landelijke dekking, in plaats van alleen in de grote steden, waardoor er meer aandacht kwam voor een uniforme werkwijze omtrent SOA-hulpverlening, gericht op risicogroepen die op een laagdrempelige wijze vroege opsporing en behandeling van SOA’s aan wilden bieden. 

In 2008 kwam er een nieuwe regeling: de Aanvullende Seksualiteitshulpverlening (ASH), waarin Sense-spreekuren werden gefinancierd. Hierbij krijgen jongeren tot 25 jaar de mogelijkheid tot seksualiteits-hulpverlening, waar zaken als ongewenst zwangerschap en seksueel geweld besproken konden worden. Deze twee regelingen zijn in 2012 samengevoegd tot de 'Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg'.

De lasten van de lusten

Effectiviteit
Om de effectiviteit van deze regeling te meten heeft het ministerie van VWS onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) in de arm genomen. De belangrijkste onderzoeksvraag hierbij was hoe de ASG in het totale stelsel van preventie en zorg rond seksuele gezondheid functioneert. Naast de focus op doelmatigheid kreeg AEF ook de taak om de financiële houdbaarheid van de regeling onder de loep te nemen. Om tot een antwoord te komen voerde het documentenonderzoek uit en sprak het Utrechtse adviesbureau met 80 experts uit het veld. 

SOA-consulten
Uit de analyse van AEF blijkt dat het aantal SOA-consulten evenals het vindpercentage de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen is. In 2012 werden bijna 120.000 consulten geregistreerd met een vindpercentage van iets meer dan 15%. Hierbij zijn consulten per e-mail en telefoon niet meegerekend. In totaal is dus bij ruim 17.000 mensen een SOA aangetroffen in 2012, met in totaal 19.000 SOA’s, wat verklaard kan worden doordat sommigen meerdere SOA’s hadden.

Aantal consulenten

Per regio zijn er sterke verschillen zichtbaar. Hierbij is de toename van aantal consulten in Noord-Holland en Flevoland opvallend, en de daling te zien in Utrecht en Limburg. De stijging van het aantal consulten kan bijna volledig verklaard worden door het toegenomen aantal consulten in Noord-Holland en Flevoland. 

Aantal consulenten per regio

Sense-consulten
Bij het onderzoek is tevens gekeken naar het aantal Sense-consulten. Sense is een centrum voor seksuele gezondheid en maakt onderdeel uit van acht regionale GGD’en in Nederland en richt zich op jongeren tot 25 jaar, die gratis en anoniem on- en offline advies kunnen verkrijgen over seksualiteit. De organisatie wordt gefinancierd door VWS. 

Sense registreerde 12.606 consultenten in 2012, een lichte afname ten opzichte van 2011. Deze getallen hebben betrekking op fysieke consulten. Naar verwachting kunnen hierbij nog duizenden telefonische en e-mailvragen worden opgeteld. 

Aanbevelingen
Op basis van de doorlichting concludeert AEF dat de ASG-regeling over de hele linie een duidelijke meerwaarde heeft voor de volksgezondheid. Wel constateren de adviseurs op verschillende deelgebieden verbetermogelijkheden. Zo het op het gebied van seksualiteitshulpverlening verstandig zijn om op landelijk niveau meer te coördineren – momenteel wordt door de verschillende partners in veel gevallen dubbel werk gedaan. Ook zou de overheid er verstandig aan doen om de mogelijkheden voor het benutten van het online kanaal verder te onderzoeken en kan de registratie van de consulten enerzijds huisartsen en anderzijds Sense-consulten beter op elkaar worden afgestemd. Dit om kosten te besparen en tegemoet te komen aan de veranderende behoeftes van klanten. Tot slot adviseert AEF om de grote verschillen tussen laboratoriumkosten per regio aan te pakken.

Andersson Elffers Felix - Wachtkamer

Financieel plafond
Op het gebied van financiën hebben de onderzoekers een waarschuwing in petto. Als gevolg van het stijgende aantal consulten en toenemende vindpercentage zullen ook de uitgaven verder oplopen. Tussen 2008 en 2012 is het budget gestegen van €23 miljoen naar bijna €30 miljoen, en indien de regeling ongewijzigd blijft zal ook de komende jaren het budget verder stijgen. Aanbevolen wordt dan ook, vanwege het onwenselijke karakter van een stijging in financiële kosten, om een financieel plafond aan te brengen in de regeling. 

Kamerbrief
In een recente kamerbrief informeerde Martin van Rijn, de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Tweede Kamer over de uitkomsten van het onderzoek. In de brief schrijft hij verder dat diverse aanbevelingen van AEF zijn overgenomen, waarvan de belangrijkste de invoering van een financieel plafond betreft. “Vanuit doelmatigheid en kostenperspectief wil ik een financieel plafond aanbrengen in de regeling, welke niet gebaseerd is op het aantal consulten, maar zich richt op efficiënter werken. De hoogte van het plafond wordt vastgesteld op het huidige niveau van het benodigde budget voor de regeling: €30 miljoen.”

Nieuws

Meer nieuws over