Ecofys: Windenergie op land afspraken een uitdaging

14 mei 2014 Consultancy.nl

De afspraken in het Energieakkoord over windenergie op land zijn alleen haalbaar als het rijk, de betrokken provincies en gemeenten in hun beleid meer aandacht besteden aan de optimale benutting van elke locatie. Ecofys adviseert de overheid om de focus te verleggen van opgesteld vermogen naar de werkelijke energieopbrengst en het monitoren daarvan. 

Adviesbureau Ecofys heeft in een studie het Energieakkoord doorgelicht op de bijdrage van windenergie op land. Het rijk en de provincies maakten daarover twee afspraken. Enerzijds willen zij in 2020 in totaal 6.000 megawatt (MW) operationeel windvermogen hebben gerealiseerd. Anderzijds moeten deze windturbines in totaal 15 miljard kilowattuur (54 petajoule) opwekken. Beide afspraken kunnen alleen tegelijk worden gehaald als alle turbines gemiddeld een equivalent van 2.500 uur per jaar op hun volledige vermogen kunnen draaien. Zo’n aantal ‘vollasturen’ stelt eisen aan de locatie, de inpassing en aan het type windturbine. 

Ecofys - Windenergie

In 2020 zal nog ongeveer 1600 MW aan turbines staan opgesteld die zijn gebouwd tussen 2005 en 2013. Deze oudere turbines hebben gemiddeld een ashoogte van 70 m en halen met de windsnelheden op die hoogte ongeveer 2.300 vollasturen. Om in 2020 het gemiddelde aantal vollasturen naar 2.500 te trekken, zal het nieuw geplaatst vermogen – na verrekening van verliezen – gemiddeld meer dan 2.600 vollasturen moeten maken. Op basis van haar netwerk van windmeetmasten en LiDARs (laser wind meetapparatuur) heeft Ecofys vastgesteld dat dit alleen haalbaar is bij een gemiddelde ashoogte van 120 meter en met de best beschikbare technieken. 

De overheid kan het realiseren van maximale opbrengst voor elke nieuwe windturbine verder bevorderen door onder andere:

  • Het richten van de stimulans voor windenergie (via de SDE-regeling, of anderszins) op de grootst mogelijk productie per locatie, en niet zoals nu alleen op zo goedkoop mogelijke windstroom.
  • Het toestaan, daar waar de landschappelijke inpassing dat toelaat, van grotere ashoogtes, zeker bij grotere windparken.
  • Het toestaan van grotere rotoren, in het geval de ashoogte niet verhoogd kan worden (vanwege vliegverkeer, defensie of landschapsbeperkingen).
  • Geen strengere eisen voor geluid en schaduw dan wettelijk nodig.
  • Verkorte procedures voor saneren en vervangen van bestaand windvermogen door grotere turbines.
  • Het faciliteren van flexibele vergunningen, dat optimale turbinekeuze mogelijk maakt op het moment van realisatie.

Nieuws

Meer nieuws over