OC&C: Gematigde internationale expansie beste strategie

06 mei 2014 Consultancy.nl

Internationalisering wordt door veel CEO’s en bestuurders gezien als de belangrijkste aanjager van groei en financieel succes. Een nieuw onderzoek door OC&C Strategy Consultants laat echter zien dat voor service-organisaties die een pure internationale strategie volgen, dit niet per se de beste optie hoeft te zijn. De succesformule ligt juist in het vinden van de juiste balans tussen nationale- en internationale inspanningen.

In het rapport ‘Global Warning’ nam OC&C het financiële resultaat van de top 200 wereldwijde B2B organisaties onder de loep. De geselecteerde organisaties besloegen diverse wereldwijde industrieën en regio’s. De analyse laat zien dat de afgelopen drie jaar de internationale zakenmarkt belangrijker was voor groei ten opzichte van activiteiten binnen de nationale markten. In totaal vindt tweederde van de groei zijn oorsprong binnen internationale markten, waarbij fusie- en overname transacties de grootste bijdrage leverden.

B2B 200 revenue growth by domestic and international

De consultants zien een aantal redenen voor de toenemende drang voor meer internationalisering. Zo geeft het toegang tot economieën met een hogere groei ten opzichte van thuismarkten met een lagere groei. Ook helpt het bij het realiseren van strategische doelstellingen als schaalvergroting, kostenbesparing (bijv. verschuiving van productie naar lage loon-landen) en risicospreiding. Tot slot zijn over de hele linie historische barrières voor internationalsering, waaronder protectionisme, teruggebracht.

Internationalisering maar met mate
Ondanks het toenemende aandeel van internationale omzet, toont het OC&C rapport aan dat het simpelweg volgen van een internationale strategie niet per definitie de beste weg is. De adviseurs splitsten de 200 organisaties op binnen drie categorieën:

  • Domestic Champions – organisaties die zich richten op de thuismarkt; <5% van de omzet komt van buiten de thuismarkt.
  • Travellers – organisaties met een gebalanceerd profiel; 5% tot 50% van de omzet komt uit het buitenland.
  • Globetrotters – pure internationale organisaties waarbij >50% van de omzet gerealiseerd wordt in het buitenland, en een aanwezigheid in tenminste 2 continenten.

Performance by level of international development

Kijkend naar de omzet presteren Globetrotters substantieel slechter dan Travellers, en zelfs lichtelijk slechter dan Domestic Champions. Ook op het gebied van groeimarges deden Globetrotters het significant slechter dan de andere twee categorieën. Bovendien kent de Globetrotters groep het hoogste percentage van (45%) bedrijven die een daling zagen van de marge in deze periode, wat aantoont dat het een zeer risicovolle aanpak is, waarbij veel op het spel staat.

Selectieve internationalisering
Op basis van de bevindingen heeft OC&C een helder advies voor de service-organisaties in de B2B markt. “Organisaties die een ‘Flag the Map’ strategie volgen – zij maximaliseren hun wereldwijde footprint om een puur internationaal merk te worden – lopen het risico hun focus te verliezen. Deze aanpak mist voldoende prioritisering van markten of benut de inzet van middelen onvoldoende om succes te realiseren in die locaties” aldus de onderzoekers. Om de kans op succes te optimaliseren, ligt de sleutel in het focussen op de diepte binnen een land, dan op de breedte binnen meedere landen. Bovendien moeten ze er voor zorgen dat aan diverse randvoorwaarden voldaan is, op het gebied van customer intimacy, supply chain infrastructuur en intellectueel eigendom. Dit alles tezamen vormt volgens OC&C de “winnende formule”.

Nieuws