PwC pleit voor onderzoek bij politieke benoemingen

21 februari 2013 Consultancy.nl

Met het verlies aan vertrouwen in de integriteit van publieke personen en van organisaties groeit de behoefte om meer zekerheid vooraf te krijgen of iemand wel is die men zegt te zijn en of een organisatie even betrouwbaar en integer is als ze lijkt. Daarom moet een integriteitsonderzoek verplicht worden gesteld bij de aanstelling van bestuurders op publiekgevoelige posities en bij de overname van grotere ondernemingen.

Door een groot aantal affaires is het vertrouwen ondermijnd in de kwaliteit van de selectie voor het publieke ambt én de zorgvuldigheid van de zoektocht naar verborgen lijken bij overnames. Zo moesten vier staatssecretarissen aftreden, omdat achteraf bleek dat ze hun cv hadden opgeleukt of een eerder schandaal verzwegen. Recent moest de aanstelling van de nieuwe voorzitter van FNV Bouw worden teruggedraaid, omdat pas na zijn aantreden bleek dat er een strafzaak tegen hem loopt. Ook op lagere bestuurlijke niveaus komt het teleurstellend vaak voor dat bestuurders en bazen moeten worden weggestuurd om ‘vergeten’ feiten uit hun verleden.
 
Uit de ‘Monitor Integriteit Openbaar Bestuur 2012’ blijkt dat zulke affaires een ontluisterend effect hebben op het vertrouwen van bestuurders in elkaar. Eén op de tien bestuurders bij gemeenten, provincies en waterschappen geeft aan te twijfelen aan de integriteit van medebestuurders en collega-politici. In plaats dat dit groeiende wantrouwen leidt tot meer klachten en procedures moest de Commissie integriteit overheid worden opgeheven door een gebrek aan meldingen. De verontwaardiging is dus niet zo groot dat men zelf aan de bel trekt.
 
Monitor Integriteit Openbaar Bestuur 2012
 
De bedrijfsovernamepraktijk toont een al even somber beeld. Als forensisch onderzoeker weet ik dat bestaande boekenonderzoeken alleen niet genoeg zijn om integriteitinbreuken op te sporen of om vast te stellen of de ‘com­pliance-structuur’ van het over te nemen bedrijf afdoende is om mogelijke fraude- of corruptiegevallen te traceren.
 
Daarom moet bij politiek gevoelige benoemingen (in het publieke en private domein) en bij materieel belangwekkende overnames van bedrijven en instellingen voortaan een ‘integrity due diligence’ of integriteitonderzoek verplicht worden.
 
Bij benoemingen van personen betekent dit een gedegen antecedentenonderzoek. In combinatie met een plausibiliteitonderzoek (hoe groot is de kans dat iemand zal zondigen tegen de geldende integriteitcodes, en hoe zwaar mag men hem dit aanrekenen?) ontstaat een integriteitprofiel dat recht doet aan de situatie waarin het betreffende individu moet (en moest) acteren en dat discutabele feiten boven water haalt. In grote lijnen is deze aanpak ook geschikt om de integriteit van organisaties te toetsen.
 
Een artikel van André Mikkers, partner en forensisch onderzoeker bij PwC.

Nieuws

Meer nieuws over