Rebel: Energietransitie doorbraak in Overijssel

17 januari 2013 Consultancy.nl

Veel decentrale overheden tooien zich met stevige duurzame energieambities. De doelstellingen lijken soms haasje over te doen; duizenden groene banen, 50% hernieuwbaar in 2030 en 50% CO2-reductie in 2025. Alsof het vanzelf gaat. Met name door kapitaalgebrek worden veel ambities niet waargemaakt. 

De provincies Overijssel heeft gezorgd voor een doorbraak door een fors energiefonds op te richten en het beheer in handen te leggen van professionals. Overijssel laat ook zien hoe (decentrale) overheden op een slimme en innovatieve manier projecten kunnen stimuleren. 

Onmiskenbaar is onder invloed van de huidige bezuinigingsgolf het financieel oplossend vermogen van overheden beperkt. De budgetten lopen terug, maar de beleidsambities blijven. Dit betekent dat de beperkte middelen op een effectievere manier moeten worden ingezet. 

Om dit te realiseren moeten overheden het aandurven de traditionele vormen van stimulering (subsidies) af te zetten tegen meer innovatieve instrumenten (goed ingerichte garanties, leningen en participaties). Marktgericht maar niet blind voor de maatschappelijke context. Wel zakelijk en revolverend, maar niet gekoppeld aan onmogelijke renten of terugverdientijden. De instrumenten worden op afstand van de overheid gezet en vormgegeven in samenwerking met private partners. Deze weg kan – mits goed opgezet – veel meer impact opleveren voor dezelfde euro. Zelfs als die middelen in tijden van bezuinigingen beperkt zijn.

De daadkracht van Overijssel wil niet zeggen dat de opgave alleen decentraal ligt, ook het rijk moet hervormen. De SDE+ is een veel te rigide instrument om goed complementair te kunnen werken met slim decentraal instrumentarium. De SDE+ nodigt uit tot opportunistisch inschrijven om een exploitatiesubsidie zeker te stellen zonder dat de kwaliteit van het project (goede borging lokale participatie, realiseerbaarheid) een voldoende rol speelt. Wie serieus gaat voor 16% duurzaam zou nooit “ongebruikte” SDE+ gelden inzetten om gaten te dichten in de begroting zoals recent gebeurd is. Er moet meer maatwerk mogelijk zijn, in ieder geval voor grotere projecten. 

Lef en zorgvuldigheid zijn nodig om de verandering concreet te maken. Revolverende fondsen lijken soms verworden tot panacee voor overheden die én moeten bezuinigen én willen investeren in duurzaamheid. Overspannen verwachtingen en eisen leiden tot teleurstellingen. Er liggen geen goudgerande rendementen klaar. Wie bancaire eisen stelt, krijgt geen projecten van de grond maar eerder vragen over de meerwaarde van publieke betrokkenheid. Een overheid die een private partij wil interesseren voor fondsbeheer of directe investeringen, moet bijbehorende consequenties aanvaarden. Dat betekent afstand nemen van subsidievoorwaarden en interventiemogelijkheden per geval bekijken. Het bestuur dat direct invloed wil sturen op investeringen, moet niet rekenen op een grote private ‘multiplier’. 

De term ‘revolving’ niet moet worden vereenzelvigd met een gegarandeerd rendement. Revolving betekent alleen dat de middelen meer dan een keer kunnen worden ingezet. De hele ratio van een overheidsinterventie is juist dat zaken mogelijk worden gemaakt die niet op reguliere wijze te financieren zijn, door extra risico of een lager rendement te accepteren. Voor een overheid is dat geen bezwaar zolang hier maar voldoende maatschappelijk rendement tegenover staat en het project in zijn aard goed in elkaar zit. De financieel-economische en maatschappelijke kenmerken van het project staan centraal. 

De provincies Overijssel was succesvol door een mengsel van nuchterheid en doorzettingsvermogen van zowel ambtenaren, bestuurders en statenleden. Buiten geëigende kaders treden is niet altijd

makkelijk. Dit vraagt ook van private partijen een stap. Zij moeten niet in de eigen verdienmodellen blijven zitten, maar ook oog hebben voor het maatschappelijk belang en de publieke rol van

overheden. Doen zij dit, dan is meer mogelijk om publiek-private ambities waar te maken. 

Een artikel van Jan-Coen van Elburg en Irlen Janssen, beiden werkzaam bij adviesbureau Rebel uit Rotterdam. Zij hebben de provincie Overijssel begeleid bij opzet en aanbesteding van het Energiefonds.

Nieuws

Meer nieuws over