KPMG: energiecentrales grote inkomstenbron voor bouw

16 februari 2012 Consultancy.nl

Bouwbedrijven en energiebedrijven zien de bouw van nieuwe energiecentrales wereldwijd de komende twaalf maanden als de belangrijkste bron van inkomsten. Dit geldt met name voor bedrijven in Noord- en Zuid-Amerika. Naast energiecentrales verwachten vooral bouwbedrijven in Europa de meeste omzet te realiseren met infrastructurele projecten. Dit blijkt uit een internationaal onderzoek van KPMG onder ruim 160 bestuurders in de bouwsector. 

"Vooral de toename van de wereldbevolking, de verstedelijking en de groeiende noodzaak om bestaande energiecentrales te vervangen, gaat voor substantiële nieuwbouw van centrales zorgen", zegt Pieter van der Zwet, segmentleider Building & Construction bij het adviesbureau. Van der Zwet: "Het feit dat de bouw van een nieuwe centrale vaak meer dan zes jaar duurt, legt echter een enorme druk op de sector. Bovendien vraagt de bouw van dit soort centrales in het algemeen om bijzonder geschoold personeel." 

Zorgen over stagnerende overheidsuitgaven
Uit het onderzoek van KPMG blijkt voorts dat een meerderheid van de ondernemingen zich zorgen maakt over de stagnerende overheidsuitgaven. Van der Zwet: "De bouwbedrijven hebben er weinig vertrouwen in dat de overheid de investeringen in de infrastructuur een impuls zou kunnen geven. Volgens 80% van de onderzochte bedrijven is dit te wijten aan het ontbreken van leiderschap. Desondanks vindt tweederde van de bedrijven dat ook de ondernemingen zelf te weinig initiatieven tonen om investeringen te stimuleren. Daarbij moet worden aangetekend dat de openbare aanbestedingsregels het wel erg moeilijk maken om van een goed idee te kunnen profiteren zonder dat het meteen bloot wordt gesteld aan de concurrentie." 

Hoge economische onzekerheid voor bouwbedrijven
Iets meer dan 70% van de bedrijven in de bouwsector geeft aan zich de meeste zorgen te maken over de economische onzekerheid. Daarnaast geeft 30% aan dat het gebrek aan vakkundig personeel een punt van zorg is. En nog eens 30% geeft aan dat het overheidstekort zorgen baart. Van der Zwet: "Het is duidelijk dat de bedrijven in Europa zich gezien de eurocrisis de meeste zorgen maken over de economische vooruitzichten. Ondernemingen in Asia Pacific zijn veel minder pessimistisch. Bij deze bedrijven spelen het gebrek aan deskundigheid en de groeiende inflatie een grotere rol”. 

Groei in orderportefeuille
Bijna 60% van de onderzochte bedrijven geeft aan dat de orderportefeuille in 2011 is gegroeid. En ook voor de nabije toekomst zijn de meeste bedrijven optimistisch. De helft verwacht dat de orderportefeuille ook dit jaar zal groeien. Iets meer dan 10% voorziet een daling van het aantal opdrachten. Vooral bedrijven in Asia Pacific hebben vertrouwen in de groei van hun portefeuille, vooral als gevolg van de verwachte hausse aan infrastructurele projecten in met name China en Hongkong. 

Dalende marges
Toch denken de bedrijven dat de marges op nieuwe bouwprojecten vergeleken met bestaande projecten nauwelijks zullen stijgen. Ruim 60% verwacht dat de marges niet zullen veranderen en dat de winstgevendheid op hetzelfde niveau zal blijven. Slechts 13% voorziet een stijging van de marges op nieuwe projecten. De bedrijven gaan er dan ook vanuit dat ook de winstgevendheid op hetzelfde niveau zal blijven. Reductie van kosten blijft dan ook wereldwijd hoog op de agenda staan. 

Van der Zwet: "De interne bedrijfscultuur wordt door de bedrijven gezien als grootste uitdaging om de kosten te reduceren. Daarnaast geeft bijna 60% aan dat de marges vooral kunnen worden vergroot door het verbeteren van de inkoop en het optimaliseren van de keten door met marktpartijen strategische, meerjarige allianties aan te gaan."

Nieuws

Meer nieuws over