Andersson Elffers Felix: Maak NS weer monopolist

18 november 2011 Consultancy.nl

De minister wil de competitie om spoorlijnen aanwakkeren. Dit is geen goed idee. Het spoor is gebaat bij monopolie op het hoofdrailnet betoogt Maarten Veraar, adviseur bij adviesbureau Andersson Elffers Felix, in een opinieartikel.
 
Het ziet ernaar uit dat minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) de greep op het belangrijkste deel van het Nederlandse spoor gunt aan de NS. Andere vervoerders mogen bieden op regionale lijnen. Een groter deel van het regionetwerk wordt uitbesteed. Streekvervoerders Arriva, Connexxion en Veolia willen graag de stoptreinen buiten de Randstad verzorgen. Meer concurrentie in de spoorsector zal volgens hen leiden tot betere vervoersprestaties. Treinreizigers zullen ervan profiteren.
 
Concurrentie
Is dit zo? Concurrentie levert inderdaad efficiency en innovatie bij vervoersbedrijven op. De streekvervoerders houden NS, dat negen op de tien treinreizigers vervoert, scherp. Maar concurrentie op het spoor heeft ook een prijs. Het spoorsysteem wordt ingewikkelder, inefficiënter en minder robuust.
 
De logistieke processen van de vervoerder en de infrabeheerder op het spoor zijn sterk met elkaar verweven. Dit geldt voor heel Europa, maar in Nederland – met zijn druk bereden netwerk – in nog sterkere mate. De splitsing tussen NS en ProRail creëerde allerlei afstemmingsproblemen. De minister heeft niet voor niets betere samenwerking geëist van deze twee bedrijven.
 
Bij meer concurrentie op het spoor moet de samenwerking tussen NS en ProRail worden aangepakt door de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Concurrentie verbiedt immers bevoordeling van een van de vervoerders. De functies in deze sector zullen verder worden opgesplitst. Gesproken wordt over het afsplitsen van vastgoedbedrijf NS Poort en het onderbrengen van het spoorwegmaterieel in een zelfstandig bedrijf. Dit moet gelijke kansen creëren voor vervoersbedrijven.
 
Splitsing NS en ProRail?
Zo’n opsplitsing zal leiden tot grote afstemmingsproblemen en tot ondoelmatigheid van het systeem. Deze nadelen zullen de voordelen verre overtreffen, nog los van praktische problemen als meer overstappen en de gezamenlijke tariefstelling en afrekening. Bedrijven zullen meer bezig zijn met elkaar en de infrabeheerder, stationsbeheerder en materieelbeheerder dan met reizigers. Het risico bestaat dat ProRail de regierol krijgt opgedrongen voor het reizigersvervoer. Hierop zit ProRail niet te wachten. Het bedrijf is er bovendien niet op toegerust.
 
Gebaat bij een monopolist
Het Nederlandse spoorsysteem is gebaat bij een monopolist voor vervoer op het hoofdrailnet. Het risico is dat zo’n monopolist misbruik maakt van zijn machtspositie. Tegendruk is dus nodig om reizigersbelangen te verdedigen. Dit kan op een aantal manieren.
 
Het ministerie kan als concessiehouder de vervoersprestaties zo precies en concreet vastleggen als het wil. De rijksoverheid kan als aandeelhouder invloed uitoefenen op de strategie en het beleid van NS. Het interne toezicht kan worden versterkt door reizigersorganisaties het recht te geven omleden voor te dragen voor de raad van commissarissen.
 
Een uitruil is op komst. NS verliest een aantal regionale stoptreinen, in ruil voor aanpassing van de concessievoorwaarden voor de hogesnelheidslijn (HSL). De HSL wordt waarschijnlijk geïntegreerd in het hoofdrailnet. Hiermee wordt de NS verlost van een grote verliespost. Voor reizigers kan dit betekenen dat het onderscheid tussen reguliere intercity’s en de Fyra vervalt tussen Amsterdam en Breda. De streekvervoerders kunnen bieden op concessies voor regionale stoptreinen. Waarschijnlijk wordt een deel van de stoptreinen in het Zuiden direct aanbesteed. Mogelijkheden voor aanbesteding van stoptreinen in andere delen van het land zullen worden onderzocht.
 
Met deze uitruil gokt de minister er waarschijnlijk op dat de grote spoorbedrijven Deutsche Bahn en Veolia zullen afzien van juridische procedures tegen de aanpassing van de HSL-concessie. Komt dit uit? Partijen als Virgin Rail zullen zich niet gebonden voelen aan een dergelijke ‘deal’.
 
De te verwachten discussies over de uitruil verbloemt evenwel een principiële stap in het besluit. Het afsplitsen van stoptreinen is een eerste stap naar concurrentie op het spoor. Dit maakt verdere opsplitsing van de spoorsector onvermijdelijk. Besluitvorming over de concessies kan dus niet zonder een visie op de toekomstige ordening van de spoorsector.
 
Advies
Mijn advies is dat de politiek kiest voor het continueren van het publieke monopolie en niet voor het avontuur met concurrentie op het spoor.

Nieuws