Berenschot: Kunst en cultuur moet keuzes maken

30 augustus 2010 Consultancy.nl

De geplande bezuiniging van €200 miljoen in de kunst- en cultuursector kan alleen met ingrijpende keuzes worden gehaald. De kaasschaafmethode zal onvoldoende geld opleveren, want kunst- en cultuurinstellingen hebben te weinig mogelijkheden om kosten te besparen. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau Berenschot.

Kunst afhankelijk van toerisme
Berenschot investariseerde de economische waarde van kunst en cultuur. In totaal heeft de sector een waarde van ongeveer €70 miljard, waarvan de helft wordt verdiend door inkomsten uit toerisme. Zo verdient Maastricht jaarlijks €20 miljoen aan kunstbeurs Tefaf. De resultaten werden tijdens een debat in Paradiso (Amsterdam) bekendgemaakt door consultant Bastiaan Vinkenburg van Berenschot.

Verschillende keuzes
Mogelijk bezuinigingen binnen de sector zijn volgens Mark Harbers, Tweede Kamerlid voor de VVD, minder musea, de verhoging van entreeprijzen, afschaffing van de cultuurkaart voor middelbare scholieren, afschaffing van de uitkering voor kunstenaars en het opheffen van één of twee orkesten. Volgens Boris van der Ham, Tweede Kamerlid voor D66, is het aantal kunstopleidingen een mogelijke bezuinigingspost. Daarvan zijn er teveel in verhouding met het aantal banen in de sector.

Waarde van kunst en cultuur
Tijdens het debat in Paradiso werd door de meeste sprekers herinnerd aan de economische waarde van kunst en cultuur. Jos Vranken, directeur van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen, gaf bijvoorbeeld aan dat cultureel geïnteresseerde toeristen meer geld uitgeven dan gemiddelde toeristen. Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van het Prins Bernhard Cultuurfonds, wees erop dat de creatieve industrie al 265.000 banen kent en door het vorige kabinet samen met de chemie-industrie werd benoemd tot sterkste economische sector.

Nieuws

Meer nieuws over