Autofabrikanten verduurzamen niet snel genoeg voor EU-doelstellingen

23 oktober 2017 Consultancy.nl

Grote autofabrikanten zoals BMW, Volkswagen, Fiat Chrysler en Peugeot Citroën lopen het risico op torenhoge boetes, tot in de honderden miljoenen euro’s, als zij de CO2-uitstoot van hun auto’s niet terugbrengen. In de huidige situatie lijkt het erop dat maar liefst zeven van de elf grote autofabrikanten de nieuwe Europese doelstellingen niet zullen halen, blijkt uit recent onderzoek.

Europa wil de duurzaamheid van de auto-industrie verbeteren – de Europese Commissie ziet de verduurzaming van personenauto’s als belangrijk middel om de CO2-uitstoot in Europa terug te brengen. Naast plannen voor de langere termijn, zoals de verkoop van auto’s met alleen verbrandingsmotoren een halt toeroepen (in 2025 in Noorwegen en Nederland en rond 2040 in de UK en Frankrijk), heeft de Europese Unie een nieuwe wet geïntroduceerd die vanaf 2021 autofabrikanten zal dwingen om te voldoen aan strengere eisen rondom CO2-emissie. Volgens de nieuwe wet moeten autofabrikanten de gemiddelde uitstoot van hun de door hen geproduceerde auto’s terugbrengen naar onder de 95 gram CO2 per kilometer.

Een analyse van de CO2-uitstoot van elf grote autofabrikanten door PA Consulting Group toont aan dat slechts vier van de elf de Europese CO2-emissiedoelstellingen voor 2021 zullen halen. De overige zeven staan enorme boetes te wachten – de boetes bedragen €95 voor elke gram CO2 boven de uitstootgrens vermenigvuldigd met het aantal auto’s die de fabrikant in 2020 verkoopt.

CO2 uitstoot ranglijst autofabrikanten

In de huidige situatie hangt Volkswagen, tevens eigenaar van Audi en Porsche, de grootste boete boven het hoofd – volgens de onderzoekers een boete van €1,7 miljard. Volkswagen, dat momenteel nog worstelt met de consequenties van het dieselsoftware-schandaal, is zich bewust van de uitdaging en heeft in reactie de ‘Together’-strategie gelanceerd. De strategie, die volgens Volkswagen de grootste verandering in de geschiedenis van de fabrikant presenteert, focust zich tot 2025 op automatisering, de ontwikkeling van accu’s en de productie van elektrische voertuigen om de CO2-voetafdruk te verbeteren. Volgens PA zal de nieuwe richting pas na 2020 zijn vruchten afwerpen, wat de kans op boetes in de eerste jaren van de nieuwe wetgeving vergroot.

In de analyse van PA krijgt ieder bedrijf zijn eigen individuele doel toegewezen, aangezien de nieuwe EU-doelstellingen rekening houden met het type voertuigen dat verkocht wordt. Bedrijven die voornamelijk kleinere personenauto’s verkopen krijgen te maken met strengere eisen dan de groep die zich voornamelijk focust op de productie en verkoop van zwaardere, grotere voertuigen. Als onderdeel van dit systeem krijgen de autofabrikanten ook “super credits” voor iedere volledig elektrische auto die zij verkopen, waarmee zij de impact van hun meer vervuilende voertuigen kunnen compenseren.

BMW en Fiat Chrysler

Het komt niet als een verrassing dat ook BMW, de rivaal van Volkswagen op de Duitse markt, een flinke boete boven het hoofd hangt. De fabrikant kan volgens de onderzoekers rekenen op een boete van €600 miljoen omdat de verkoop van elektrische BMW-modellen niet snel genoeg groeit ten opzichte van de populaire grotere benzine- en dieselvoertuigen. Naar verwachting zal de fabrikant de 2021-doelstelling missen met 4 gram CO2 per kilometer.

De op een-na-grootste boete gaat echter naar Fiat Chrysler, die €1,2 miljard zullen moeten betalen als zij zich niet op tijd aan de doelstelling weten aan te passen. Chrysler verkoopt de laatste jaren steeds meer grote auto’s en SUV’s. Zo heeft de populariteit van Jeep, een van de merken van Fiat Chrysler, ervoor gezorgd dat Fiat Chrysler zijn gemiddelde uitstoot de afgelopen vijf jaar drie maal zag stijgen in plaats van dalen. Ondanks dat de fabrikant waarschijnlijk het verste zal afwijken van de doelstelling, onderneemt Fiat Chrysler nog slechts kleine stappen richting de productie van elektrische voertuigen.

De grootste daling in de lijst wordt gemaakt door Peugeot Citroën. Volgens de consultants van PA, die veel van de grote fabrikanten in de automotive industrie adviseren, was Peugeot Citroën vorig jaar juist goed voorbereid op de komende wetgeving. De fusie met Opel en Vauxhall heeft eerder dit jaar echter roet in het eten gegooid, waardoor de toppresteerder van vorig jaar nu gezakt is naar de vijfde plek en naar verwachting de doelstelling zal missen met 3 gram CO2 per kilometer. Dit onderstreept het relatief vervuilende karakter van Opel- en Vauxhall-voertuigen, terwijl de doelstelling van Peugeot- en Citroën-fabrikant PSA om tegen 2023 een aandeel van 85% te realiseren van elektrisch of hybride voertuigen in de totale verkoop waarschijnlijk te laat zal komen voor het halen van de 2021-doelstelling.

CO2-uitstoot van auto’s in geselecteerde EU-landen

Volvo presteert dit jaar het best en maakt een spectaculaire stijging van de zevende plek vorig jaar naar de eerste plaats dit jaar. Die snelle klim heeft de Zweedse autofabrikant te danken aan de strategie om vanaf 2019 alleen nog elektrische en hybride auto’s te verkopen. Door te stoppen met de verkoop van voertuigen met alleen een verbrandingsmotor zorgt Volvo voor een enorme verbetering in zijn CO2-prestaties voor 2021. Om de keuze voor consumenten tussen verschillende modellen niet te veel te beperken, wil de fabrikant tussen 2019 en 2021 vijf nieuwe elektrische modellen introduceren.

Toyota behoudt zijn tweede plaats, dankzij een aanzienlijke verbetering van zijn CO2-prestaties voor 2021. Verder lijken ook Renault-Nissan en Jaguar Land Rover hun doelstellingen voor 2021 te zullen behalen, waarbij Jaguar Land Rover voor het eerst groen kleurt in plaats van oranje in de benchmark van PA.

In een reactie op de onderzoeksresultaten zegt Thomas Göttle, head automotive bij PA Consulting Group: “Autofabrikanten in heel Europa moeten radicaal veranderen als ze de EU CO2-emissierichtlijnen voor 2021 willen halen. Voor veel fabrikanten is het belangrijk om nu te focussen op de ontwikkeling van nieuwe modellen die de consument aanspreken én een bijdrage te leveren aan het halen van de doelstellingen. De auto-industrie staat voor niets minder dan een revolutie en de fabrikanten die de ontwikkelingen niet kunnen bijbenen, lopen het risico op miljardenboetes.”

Frank Witter, Chief Financial Officer van Volkswagen, gaf eerder aan dat momenteel het grootste deel van het gigantische R&D-budget van de fabrikant opgaat aan het voldoen aan de CO2-doelstellingen. “Dit is het vraagstuk dat momenteel alles overkoepelt. De andere uitdagingen – investeren in en ontwikkelen van nieuwe technologieën, zelfrijdende auto’s, connectiviteit en elektrisch rijden – zijn zeker belangrijk, maar het voldoen aan de CO2-eisen is de meest cruciale.”

Daadwerkelijke uitstoot tegenover testresultaat

Vooruitgang per land

Vanuit een landenperspectief gaat Noorwegen aan kop, met de laagste CO2-uitstoot (94,2 gram CO2/km) en het grootste aandeel nieuw verkochte plug-in hybrides en elektrische auto’s (29,1%). Daarmee is Noorwegen goed op weg met de plannen om vanaf 2025 de verbrandingsmotor uit te bannen. Nederland staat op de tweede plaats in de EU. Het uitstootniveau in Nederland kwam in 2016 uit op 105,7 gram CO2/km en 5,9% van alle verkochte nieuwe auto’s was elektrisch. Belangrijke aanjager in het verduurzamen van de Nederlandse automarkt is ook de verduurzaming van het leasebeleid in het Nederlandse bedrijfsleven, waardoor steeds meer bedrijfsauto’s elektrisch of hybride zijn. Niet alleen op het gebied van C02-uitstoot is Nederland vooruitstrevend, op het gebied van zelfrijdende auto’s is Nederland zelfs de wereldwijde koploper.

Het Verenigd Koninkrijk zal het moeilijker hebben om de ambities om vanaf 2040 de verbrandingsmotor uit te bannen te realiseren. De auto-industrie is daar nog erg afhankelijk van conventionele motoren en inmiddels gaat het Verenigd Koninkrijk richting de onderkant in de lijst van Europese landen. De ontwikkeling van alternatieven loopt achter bij andere landen. Het Verenigd Koninkrijk produceert momenteel 2,5 miljoen verbrandingsmotoren per jaar, 15% van het Europese totaal, en daarmee is het voor hen lastig om de overstap naar elektrische opties te maken.

Monitoren van de vooruitgang

Voor de EU en overige regelgevers is het van belang dat zij de transitie van de industrie naar een duurzamere voetafdruk kunnen monitoren en de verbetering in kaart kunnen brengen. Momenteel wordt de CO2-uitstoot van auto’s gemeten met een testcyclus genaamd de New European Driving Cycle (NEDC). Deze standaardprocedure is er op gericht om verschillende voertuigen te testen onder dezelfde omstandigheden.

Autofabrikanten besteden veel aandacht aan het zo goed mogelijk doorstaan van de tests, waardoor deze echter niet altijd de beste weerspiegeling geven van de prestaties van een auto in het dagelijkse verkeer. Analyse heeft aangetoond dat de kloof tussen de daadwerkelijke uitstoot bij gebruik en de NEDC tests meer dan verdubbeld is in de afgelopen jaren. Op het moment zit er een kloof van 35% tussen de testresultaten en de uitstoot van daadwerkelijk gebruik, en deze kloof neemt verder toe.

Daarom heeft de Europese Unie besloten om een nieuwe testprocedure te omarmen, de zogenaamde Worldwide Harmonised Light Vehicles Test Procedure (WLTP), waarin ook rekening gehouden wordt met langere ritten, hogere snelheden en meer acceleraties en afremmingen om echte rijomstandigheden beter te represtenteren. In veel gevallen weten de autofabrikanten hun auto’s zo af te stellen dat deze goed door de test komen, maar de zorg blijft bestaan dat er wordt valsgespeeld, zoals bij het dieselschandaal – ten koste van de reputatie van de industrie en de EU.

Gerelateerd: Boete van €2 miljard hangt boven hoofd van Europese autoindustrie.

Nieuws