Personeelsbestand van waterschappen krimpt licht en veroudert

18 oktober 2017 Consultancy.nl

De Nederlandse sector waterschappen heeft te maken met een lichte krimp in het personeelsbestand. Tegelijkertijd ziet de sector een flinke stijging van het aantal openstaande vacatures en stijgt de vertegenwoordiging van vrouwen onder het personeel in de sector. Het huidige personeelsbestand wordt steeds ouder en ziekteverzuim neemt toe. Dat, en meer, blijkt uit onderzoek van Panteia.

Het onderzoek wordt elke twee jaar uitgevoerd om de sociale partners input te geven voor cao-onderhandelingen en voor de ontwikkeling en evaluatie van sectoraal beleid. Ook moeten de resultaten, gebundeld in de ‘HR-monitor 2016: Sector waterschappen in beeld’, een maatstaf vormen waarmee organisaties binnen de sector hun eigen prestaties kunnen afzetten tegen die van de sector in zijn geheel en individuele organisaties. Naast het sectorrapport is een digitaal dashboard ontwikkeld waarin de organisaties hun prestaties kunnen vergelijken met die van andere organisaties in de sector. 

Onderzoeksbureau Panteia voerde de studie uit in opdracht van De Stichting Arbeidsmarkt & Ontwikkelingsfonds Waterschappen (A&O-fonds Waterschappen), dat HR-beleidsvoerders en medewerkers ondersteunt bij het werken aan goed werkgever- en werknemerschap. Aan het onderzoek – waarin de kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkelingen op het gebied van diverse HR-thema’s binnen waterschaporganisaties in kaart werden gebracht – namen 27 organisaties uit de sector deel. Hier een overzicht van enkele van de meest opvallende conclusies. 

In- en uitstroom

Ten eerste is gekeken naar de ontwikkeling van het aantal mensen dat binnen de sector werkzaam is. De personeelsomvang blijkt tussen 2014 en 2016 met 55 personen – oftewel 0,4% – te zijn afgenomen. Het afgelopen jaar werkten er 12.359 werknemers in de sector, waarvan 11.206 in dienst waren bij de 22 waterschappen en nog eens 1.153 bij elf gelieerde organisaties*. Wel nam de instroom van nieuwe medewerkers in de sector toe. Waar deze in 2014 nog uitkwam op 4,2%, is deze nu gestegen tot 5,5%. Er traden vooral mensen met een leeftijd van tussen de 25 en 50 jaar in dienst.

Interne mobiliteit - Persoonsgebonden basisbudget

Anderzijds nam ook de uitstroom van personeel toe. In 2014 stond deze op 3,8% maar in 2016 is het percentage gestegen tot 4,9%. De meest genoemde reden voor het vertrekken van werknemers is ontslag op eigen verzoek. Daarnaast steeg de uitstroom door pensioen en AOW flink, van 9% in 2014 naar 30% in 2016. Het personeel van 65 jaar of ouder is daarnaast met 36% ook verantwoordelijk voor de grootste uitstroom van medewerkers. De hoeveelheid uittreders wegens een keuzepensioen nam tegelijk fors af, van 32% in 2014 tot slechts 9% in 2016. 

Openstaande vacatures

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat het aantal openstaande vacatures binnen de sector in 2016 naar schatting op 1.288 uitkwam, oftewel 10,4% van het totale personeelsbestand. Dit is een ruime verdubbeling ten opzichte van 2014, toen dat er nog 630 waren (5,1% van het toenmalige personeelsbestand). Bij bijna alle waterschappen en de daaraan gelieerde organisaties (93%) stonden in 2016 vacatures open. 

Ook had bijna driekwart van de waterschappen het afgelopen jaar te maken met moeilijk vervulbare vacatures, tegenover 66% in 2014. In totaal ging het om 108 moeilijk in te vullen arbeidsplaatsen. Uitgedrukt in procenten van het aantal werknemers, kwam de hoeveelheid in 2016 uit op 1%, waarmee er ook sprake is van een (lichte) relatieve stijging ten opzichte van 2014. De waterschappen en de daaraan gelieerde organisaties waren vorig jaar vooral op zoek naar personeel voor bedrijfsvoering en waterzuivering. Ongeveer een derde van de vacatures betrof een functie op een van deze twee gebieden. Daarnaast was er ook veel vraag naar professionals voor het beheer en onderhoud van watersystemen en waterkeringen.

Vertegenwoordiging vrouwen

Bij de waterschappen en de daaraan gelieerde organisaties werken in vergelijking met andere sectoren weinig vrouwen, hoewel hun aandeel wel stijgende is. 68% van het personeel bestaat uit mannen, zodat slechts 32% van het vrouwelijke geslacht is. In 2014 was dit aandeel met 28% nog wat kleiner. Onder leidinggevenden is het percentage vrouwen nog iets lager: in 2016 was 24% van hen vrouw, ten opzichte van 21% in 2014. Deze lichte ondervertegenwoordiging in leidinggevende posities is ook terug te zien wanneer er gekeken wordt naar het verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft salarisschaal. Mannen zitten gemiddeld gezien meer in de hoge salarisschalen, terwijl vrouwen zich verhoudingsgewijs vaak in de lagere schalen bevinden. 

Personeelsopbouw - Ziekteverzuim

Vergrijzing

Wanneer de samenstelling van het personeel binnen de sector wordt bekeken op basis van leeftijd, wordt duidelijk dat het personeelsbestand gemiddeld ouder is dan in voorgaande jaren. In 2016 komt deze uit op 48,2 jaar waar deze in 2014 nog 47,8 bedroeg. De mannelijke werknemers zijn met gemiddeld 48,8 jaar iets ouder dan hun vrouwelijke collega’s, die gemiddeld 46,7 jaar oud zijn. Hiermee is het leeftijdsverschil volgens de onderzoekers van Panteia wel iets afgenomen.

In vergelijking met de gehele Nederlandse beroepsbevolking is het personeel van de waterschappen aan de oude kant. Zo is 29% van het personeel 55 jaar of ouder, terwijl dat voor de gehele beroepsbevolking niet meer dan 19% is. Daarnaast is 66% ouder dan 45, waar dat voor heel Nederland slechts 44% is. Het aandeel jonge werknemers ligt juist weer fors lager dan het Nederlandse gemiddelde: maar 10% van de waterschapmedewerkers is jonger dan 35, waar dit bij de gehele beroepsbevolking geldt voor 36%. Als gevolg van de hoge gemiddelde leeftijd is er bij de waterschappen ook sprake van veel lange dienstverbanden, in 2016 was 59% van het personeel al tien jaar of langer in dienst. 

Ziekteverzuim

De respondenten werd ook gevraagd naar het ziekteverzuim binnen hun organisatie. Inclusief langdurig verzuim (langer dan één jaar) en exclusief zwangerschapsverlof steeg het verzuim van 4,1% in 2014 naar 4,6% in 2016. Hiermee komt de sector ver boven het landelijk gemiddelde van 3,8% uit. Wanneer naast het zwangerschapsverlof het langdurig verzuim ook niet wordt meegerekend is er sprake van 4,1% verzuim, tegenover 3,8% in 2014. Ook de gemiddelde duur van het verzuim is iets opgelopen in vergelijking met twee jaar eerder, van dertien naar veertien dagen. In 2007 – toen het onderzoek voor het eerst werd gehouden – bedroeg die zelfs nog maar acht dagen. Sindsdien is de duur van het verzuim bij waterschappen gestaag opgelopen.

In vergelijking met het vorige onderzoek hebben ook flink meer waterschappen te maken met langdurig zieken. Waar dit er in 2014 gold voor 54%, is dat aandeel in 2016 opgelopen tot maar liefst 87%. Bij deze organisaties waren gemiddeld 3,6 werknemers langer dan één jaar ziek, terwijl dat er in 2014 3,3 waren. In totaal betrof het aantal langdurig zieken voor de sector naar schatting 84, oftewel 0,7% van de gehele bezetting. Hiermee daalde dit percentage heel licht ten opzichte van de 0,8% van 2014. De grootste groep (35%) van de langdurig zieken bestaat uit werknemers van tussen de 45 en 55 jaar, gevolgd door 30% die tot de leeftijdscategorie 55-65 jaar behoort. 

Aan de hand van de meldingsfrequentie wordt gekeken naar het gemiddelde aantal keren dat een werknemer zich ziekmeldt. In 2016 kwam dit uit op 1,2 – een lichte stijging ten opzichte van de 1,1 van twee jaar eerder. Hiermee is er sprake van een trendbreuk met eerdere jaren, aangezien de frequentie tussen 2007 en 2014 steeds een daling vertoonde.

In het onderzoek wordt door Panteia niet gewezen op een mogelijk verband tussen de stijgende gemiddelde leeftijd van het personeel en het toenemend ziekteverzuim. Uit een eerder onderzoek van Mercer kwam wel naar voren dat oudere werknemers niet per se vaker verzuimen dan hun jongere collega’s, maar gemiddeld wel langer afwezig zijn wanneer ze dit wel doen.

Interne mobiliteit - Persoonsgebonden basisbudget

Interne mobiliteit

Er was ook aandacht voor de doorstroom binnen de verschillende waterschaporganisaties. Het afgelopen jaar maakte 5,5% van het personeel vrijwillig de overstap naar een andere functie, al dan niet binnen dezelfde afdeling. Het grootste deel van deze groep – 47% – veranderde zowel van functie als afdeling, terwijl 42% wel van functie veranderde maar binnen dezelfde afdeling bleef en de overige 11% dezelfde functie ging vervullen binnen een andere afdeling.

Persoonsgebonden Basis Budget

Ten slotte was er in het onderzoek van dit jaar speciale aandacht voor het Persoonsgebonden Basis Budget (PBB), aangezien iedere medewerker binnen de sector waterschappen met ingang van 1 januari 2016 recht heeft op zo’n PBB, bestaande uit een bedrag van €5.000 dat in een periode van vijf jaar kan worden gebruikt voor de eigen opleiding, ontwikkeling en vitaliteit. Het PBB vormt een aanvulling op het collectieve opleidingsbudget van de organisaties. Daarom werd aan de respondenten voor het eerst gevraagd of medewerkers gebruikmaken van de nieuwe regeling. Hieruit komt naar voren dat in 2016 24% van de medewerkers gebruikmaakte van het PBB om individuele opleidings- en ontwikkelingsactiviteiten te financieren, terwijl de overige 76% dit niet deed. Per werknemer werd er gemiddeld €1.270 van het PBB besteed.

Panteia voert met enige regelmaat onderzoeken uit voor verschillende overheidsinstanties. Zo onderzocht het onderzoeksbureau uit Zoetermeer kortgeleden samen met KWINK groep en Rebel Group een mogelijke aanpassing van de Archiefwet. 

* Naast de 22 waterschappen in Nederland, maken nog elf gelieerde organisaties onderdeel uit van de sector. Dit zijn: Aquon, Aqualysis, BsGW, BSR, Hefpunt, GR GBLT, De RBG, SVHW, Waterproef, Waterschapsbedrijf Limburg en Het Waterschapshuis.

Nieuws