Wijzigingen en handvatten voor implementatie van nieuwe Arbowet

07 september 2017 Consultancy.nl

Begin juli 2017 is de nieuwe Arbowet in werking getreden. De wijzigingen in de wet hebben vooral betrekking op een betere preventie, waarmee arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten zoveel mogelijk worden voorkomen. Non-compliance met de nieuwe wetgeving – de Inspectie SZW is verantwoordelijk voor het toezicht – kan leiden tot (hoge) boetes. Siep van der Galiën, adviseur bij Leeuwendaal, licht de belangrijkste updates van de nieuwe Arbowet toe en geeft een aantal handvatten voor implementatie.

De nieuwe Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), die op 1 juli 2017 in werking is getreden, heeft volgens Van der Galiën een nobel doel voor ogen. Door nieuwe regels te introduceren op het gebied van ziektepreventie, hoopt de overheid het aantal arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten in Nederland terug te dringen, zodat meer werknemers veilig en gezond de pensioengerechtigde leeftijd kunnen bereiken.

Ook werkgevers zelf zijn daarbij gebaat, stelt de adviseur van HR-adviesbureau Leeuwendaal. “Wel is het zaak dat werkgevers goed bedenken hoe ze uitvoering willen geven aan de nieuwe regels en dat ze tijdig actie ondernemen om te zorgen dat alles op tijd op orde is”, vertelt Van der Galiën. Naleving van de nieuwe wetgeving zal worden gecontroleerd door de Inspectie SZW en deze kan in het geval van onvoldoende naleving boetes opleggen. Om organisaties te helpen deze boetes te voorkomen, licht Van der Galiën een aantal belangrijke veranderingen ten opzichte van de vorige versie van de Arbowet uit.

Wijzigingen en handvatten voor implementatie van nieuwe Arbowet

Belangrijke veranderingen

De nieuwe Arbowet brengt onder meer een aantal veranderingen rondom de rol van de bedrijfsarts/arbodienstverlener. In het basiscontract dat is afgesloten met de arbodienstverlener dienen volgens de nieuwe wet verschillende randvoorwaarden te zijn opgenomen. Van der Galiën vertelt: “Zo moet vastgelegd worden dat de bedrijfsarts iedere werkplek kan bezoeken, dat hij een klachtenprocedure heeft en dat hij nauw samenwerkt met de preventiemedewerker en het medezeggenschapsorgaan. Ook moet de bedrijfsarts iemand in staat stellen (op kosten van werkgever) een second opinion te vragen aan een andere bedrijfsarts.” Deze laatste voorziening komt bovenop het al eerder geïntroduceerde recht van werknemers om een deskundigenoordeel aan te vragen van het UWV.

Om de actieve opstelling van werknemers wat betreft hun eigen gezondheid te stimuleren, hebben zij volgens de nieuwe wet het recht om eenvoudig toegang te krijgen tot een bedrijfsarts om werkgerelateerde vragen te stellen aangaande hun gezondheid. Onnodige drempels om contact op te kunnen nemen met een bedrijfsarts moeten daarom worden weggenomen en er moet een mogelijkheid zijn om de consultatie bij de bedrijfsarts anoniem te laten gebeuren. Tot slot zijn werkgevers verplicht om hun werknemers op de hoogte te stellen van deze mogelijkheid, bijvoorbeeld door dit op te nemen in het verzuimprotocol.

Een andere belangrijke verandering in de nieuwe Arbowet is de verplichting aan bedrijven om een preventiemedewerker aan te wijzen. Van der Galiën legt de rol van deze preventiemedewerker uit: “De preventiemedewerker moet niet alleen adviseren aan de bedrijfsarts en samenwerken met hem en andere arbodienstverleners, maar ook overleggen met het medezeggenschapsorgaan over maatregelen voor een goed arbeidsomstandighedenbeleid.” Tenminste één keer per jaar moet de stand van zaken op het terrein van gezond en veilig werken in de organisatie worden besproken tussen het medezeggenschapsorgaan, de preventiemedewerker, de bedrijfsarts en de werkgever.

Van der Galiën vervolgt: “Daarnaast heeft deze medewerker als taak het (mede) opstellen en uitvoeren van de risico- inventarisatie en evaluatie.” Welke persoon wordt aangewezen als preventiemedewerker wordt mede bepaald door het medezeggenschapsorgaan, dat ook instemmingsrecht heeft over diens positionering in de organisatie.

Quote van Siep van der Galien

Praktische handvatten

Wat er in ieder geval moet zijn gebeurd om de nieuwe Arbowet na te leven, is de aanpassing van het contract met de arbodienstverlener. Het huidige contract met de arbodienstverlener dient te worden gecontroleerd en aangepast aan de wijzigingen van de regelgeving. “De ervaring leert, dat contracten die al jaren geleden zijn afgesloten ook op andere punten vernieuwd moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan contracten met de zelfstandige bedrijfsarts, waarin nog wordt gesproken over de (inmiddels afgeschafte) VAR-verklaring”, aldus Van der Galiën.

Ook dient er een instemmingsprocedure te worden opgesteld voor wat betreft de keuze en de positie van de preventiemedewerker in de organisatie. “Start hiermee op tijd en ook met het maken van afspraken over hoe het overleg tussen het medezeggenschapsorgaan, preventiemedewerker, bedrijfsarts en werkgever georganiseerd wordt”, adviseert Van der Galiën.

Van der Galiën raadt werkgevers daarnaast aan om tijdens het controleren van hun arbobeleid ook direct aandacht te besteden aan andere regelingen die mogelijk aangepast over verbeterd kunnen worden. “Daarbij kan een rol spelen of er tevredenheid bestaat over de huidige arbodienstverlener(s), over het arbobeleid, over het ziekteverzuimprotocol en andere zaken die betrekking hebben op preventie van gezondheidsklachten en ziekte.” Hierbij kan ook de arbodienstverlener en het medezeggenschapsorgaan worden gevraagd om input te leveren.

Volgens Van der Galiën is het echter minstens zo belangrijk dat er “goed zicht is op de problematiek” en dat er gezamenlijk wordt gewerkt aan hetzelfde doel, “namelijk dat bedrijfsziekten en arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten zoveel mogelijk worden voorkomen”, sluit hij af.

Nieuws

Meer nieuws over