PwC onderzoekt economische waarde EK voetbal voor vrouwen

11 juli 2017 Consultancy.nl

Twee jaar nadat PwC de economische waarde van het Nederlandse mannenvoetbal in kaart heeft gebracht, gaat het Big Four kantoor in opdracht van de KNVB nu ook een vergelijkbare analyse uitvoeren voor het vrouwenvoetbal. Kernvraag van het onderzoek: wat is de economische en maatschappelijke impact van het EK voetbal 2017 voor vrouwen? 

Op 16 juli start Women’s EURO 2017, de vrouwelijke tegenhanger van het bekende EK voetbal, dat dit jaar voor de twaalfde keer plaatsvindt. De 2017 editie van het ‘Europees continentaal kampioenschap voetbal voor vrouwen’ wordt door Nederland georganiseerd, dat als gastland automatisch geplaatst is. Naast Nederland doen dit jaar nog vijftien andere landen mee, waaronder Duitsland, dat de afgelopen zes edities wist te winnen, Zweden, Portugal en ook Rusland.

Al jaren is de populariteit van het vrouwenvoetbal aan het toenemen. Zo tonen cijfers van de KNVB aan dat tussen 1998 en 2016 het aantal vrouwelijke KNVB-leden is gestegen van 65.000 tot ruim 151.000. Bij geen enkele andere Europese voetbalbond werden de afgelopen vijf jaar zoveel meisjes en vrouwen lid als bij de KNVB. Het Women’s EURO 2017 toernooi, dat dit jaar voor het eerst in ons land wordt gehouden, zal de sport onder vrouwen naar verwachting nog verder bevorderen, tegenover de van oorsprong onder vrouwen populaire sporten als hockey, turnen, zwemmen, tennis en paardrijden.

Wat is de economische waarde van het EK voetbal voor vrouwen?

Het aanstaande EK, dat komende zondag van start zal gaan, vormde voor de KNVB de aanleiding om accountants- en advieskantoor PwC in te schakelen om een onderzoek uit te voeren. Volgens Inzake, een publicatie van PwC, gaat het onderzoek in kaart brengen hoeveel vrouwenvoetbal in waarde toevoegt, niet alleen voor de sport zelf, maar ook voor de economie en de maatschappij. Er heerst veel discussie of dergelijke toernooien waarde toevoegen – voorstanders wijzen op de positieve branding die het organiseren van een dergelijk groot evenement wereldwijd teweegbrengt, zoals bijvoorbeeld de Tour de France. Tegenstanders benadrukken veelal de lasten die dit meebrengt voor gemeenten en de kosten die nodig zijn voor de organisatie, marketing en beveiliging van het evenement.

Het onderzoek zal de zelfde lijn volgen als het PwC-onderzoek uit 2015 (ook in opdracht van de KNVB), waaruit bleek dat het Nederlandse voetbal een waarde heeft van €2,18 miljard, zo’n 0,34% van het Nederlands bruto binnenlands product. Daarmee draagt voetbal meer bij aan de Nederlandse samenleving dan dat het kost, stelde destijds Bert van Oostveen*, toen nog in zijn rol als KNVB directeur, naar aanleiding van de bevindingen. 

“Bij dit toernooi kijken we niet naar de continue kracht”, vertelt Charlotte Bech, die vanuit PwC bij het actuele onderzoek is betrokken, “maar naar wat de invloed is van een dergelijk evenement. We onderzoeken nu hoofdzakelijk de economische impact en kwantificeren waar mogelijk ook de maatschappelijke effecten.” Ze voegt toe dat het onderzoek ook voor gemeenten bijzonder waardevol kan zijn: “Bij dit evenement wordt van de zeven organiserende steden veel gevraagd op het gebied van organisatie, infrastructuur en veiligheid. Een rapport dat vervolgens laat zien wat een toernooi heeft opgeleverd op economisch en maatschappelijk vlak is voor hen bijzonder waardevol in hun verantwoording richting stakeholders.”

Het uiteindelijke rapport wordt binnenkort overhandigd aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

* Bert van Oostveen trad eind 2016 af als Bestuursvoorzitter Betaald Voetbal binnen de KNVB en vervult inmiddels de rol van Toernooidirecteur van het EK 2017 voor vrouwen.

Nieuws

Meer nieuws over