Overzicht van de pensioenstelsels van vijf Europese landen

18 juli 2017 Consultancy.nl

Al jaren ligt het Nederlandse pensioenstelsel onder een vergrootglas in de politiek en media. Door onder meer de vergrijzing, economische ontwikkelingen en veranderende behoeftes van de toekomstige pensionado’s wordt de roep om verandering steeds luider. Afgezet tegenover buitenlandse pensioenstelsels presteert het Nederlandse pensioensysteem echter relatief goed – Wichert Hoekert, senior consultant bij Willis Towers Watson, geeft op hoofdlijnen inzicht in de pensioenstelsels van vijf Europese landen.

Duitsland

Net als in Nederland bestaat het pensioenstelstel bij onze oosterburen uit drie pijlers. Alle werknemers zijn verplicht verzekerd voor de ‘Deutsche Rentenversicherung’. Dit is het staatspensioen gefinancierd op basis van een omslagstelsel, waarvoor werkgevers en werknemers gleichmäßig betalen. De Rentenversicherung vormt ongeveer 80% van alle pensioenen. De hoogte van het pensioen hangt af van het jaarlijkse loon, wat ieder jaar wordt vertaald in zogenoemde ‘Entgeltpunkte’. Op de pensioenleeftijd wordt dit, ongetwijfeld met de nodige pünktlichkeit, vertaald naar een pensioen door de verzamelde Entgeltpunkte te vermenigvuldigen met de eurowaarde per punt op dat moment (‘Aktueller Rentenwert’). De tweede pijler van vrijwillige bedrijfspensioenen - of in goed Duits: ‘Betriebliche Altervorsorge’ - en de derde pijler met particuliere pensioenvoorzieningen vormen een relatief beperkt deel van de pensioenen.

Das Renteneintrittsalter? 67 in 2029

Frankrijk

Naast een AOW-achtige minimumcomponent, voor alle inwoners van Frankrijk, bestaat de eerste pijler in la douce France uit een verplicht op omslagbasis gefinancierd staatspensioen voor werknemers. Dit pensioen, of ‘retraite’, bedraagt maximaal 50% van het gemiddelde inkomen gedurende de beste 25 jaar (qua inkomen, red.) uit iemands carrière, tot een maximaal salaris van circa €39.000. Daar bovenop komt een verplichte beroepsgerelateerde DC-regeling, die beoogt het niveau van de pensioenuitkering van 50% naar circa 70% à 80% te verhogen. Binnen deze tweede pijler wordt onderscheid gemaakt naar ‘blue-collar’ (ARRCO) en ‘white-collar’ (AGIRC) fondsen. Het pensioen is gebaseerd op een puntensysteem, dat is gekoppeld aan de ingelegde premies. De financiering is (grotendeels) op omslagbasis. De derde pijler bestaat uit fiscaalvriendelijke collectieve en individuele spaarregelingen.

L’âge de départ? 67 in 2023.

Overzicht van de pensioenstelsels van vijf Europese landen

Spanje

Het pensioenstelsel in Spanje bestaat uit een verplicht overheidspensioen gebaseerd op een omslagstelsel, en tevens de belangrijkste inkomensbron voor gepensioneerden, en daarnaast vrijwillige individuele en collectieve regelingen. Voor lage en middeninkomens is de vervangingsratio van het overheidspensioen bijna 90%. ­¡Olé! Het totaal aan uitgekeerd overheidspensioen in Spanje is op Griekenland na dan ook het hoogst in Europa. Zoals je op de meeste lijstjes maar beter uit de buurt van dát vakantieland kunt blijven, geldt dat hier net zo. De verhouding tussen bijdragende werkenden en het aantal gepensioneerden wordt slechter, zodat de houdbaarheid van het huidige systeem in gevaar komt. De afgelopen jaren heeft Spanje steeds een beroep moeten doen op het ‘Fondo de Reserva de la Seguridad Social’, een soort spaarvarken voor slechtere tijden waarin sinds 2000 de meevallers zijn gestort.

La edad de jubilación? 67 in 2027.

België

In België kent men drie pensioenpijlers. Het wettelijke ‘rustpensioen’ op omslagbasis, voor iedereen die gewerkt heeft. Het aanvullende of ‘extralegale’ pensioen, de collectieve pensioenopbouw bij de werkgever. En tot slot het individuele pensioenspaarplan. Het rustpensioen is afhankelijk van de loopbaan en het niveau is circa 60% van het gemiddeld verdiende loon. Het extralegale pensioen, waarover blijkbaar geen enkele twijfel bestaat of het aan de wet voldoet, bestaat uit een kapitaal dat grotendeels door premiebijdragen van de werkgever is gevormd. Het kan als een levenslange maandelijkse rente óf als een eenmalige uitkering op de pensioenleeftijd worden uitgekeerd.

De pensioenleeftijd? 67 in 2030.

Italië

Net als in Spanje komt in Italië het grootste deel van de pensioenen uit de eerste pijler. Het land kent hierin naast een basisouderdomspensioen (‘vecchiaia’) een uitkering die afhangt van het arbeidsverleden (‘anzianità’). De algemene regel tot 1992 was dat je na 35 jaar werken met pensioen mocht. Voor ambtenaren was de grens 20 jaar, voor getrouwde vrouwelijke ambtenaren zelfs 15 jaar. De uitkering was bovendien gekoppeld aan het laatstverdiende salaris. Tja, la vita è bella! Maar ook onbetaalbaar. Hervormingen volgden (lees: hogere pensioenleeftijden en lagere pensioenen) en er wordt nog verder gesleuteld aan het stelsel.

L’età pensionabile? 67 in 2021.

Nieuws

Meer nieuws over