Aantal fusies en samenwerkingsverbanden in zorgsector neemt toe

03 februari 2017 Consultancy.nl

Na twee voorzichtige jaren zijn zorginstellingen het afgelopen jaar weer meer gaan samenwerken. Het leeuwendeel van de fusies, transacties en nieuwe samenwerkingen vindt nog steeds plaats in het cure-segment. Het soort transacties is echter aan het veranderen en verschuift steeds vaker naar ingrijpende wijzigingen in de eigendomsstructuur.

In een nieuw rapport van JBR, getiteld ‘de Zorgsamenwerkingsmonitor’, hebben de auteurs alle aangegane samenwerkingsverbanden van het afgelopen jaar onder de loep genomen en die vergeleken met de transacties die tussen 2011 en 2015 werden gesloten. De onderzoekers concluderen dat er in 2016 sprake is geweest van een sterke toename in het aantal zorgtransacties. In 2013 en 2014 was er een stagnatie van het aantal zorgdeals, grotendeels het gevolg van de marktomstandigheden en het feit dat bestuurders strategische beslissingen uitstelden met het oog op de onzekerheid rondom nieuwe wet- en regelgeving. 

In 2015, een jaar waarin grote wijzigingen in de financieringsstromen binnen de branche werden aangebracht, was er een lichte stijging te zien, naar 97 samenwerkingsverbanden, terwijl het afgelopen jaar werd afgesloten met maar liefst 152 deals. De groei is volgende Caspar van der Geest, partner bij JBR, toe te schrijven aan twee grote factoren. Door een betere markt en meer zekerheid in het zorglandschap gingen zorginstellingen weer meer keuzes maken in hun portfolio en activiteiten samenvoegen en was er een significante stijging in het aantal transacties vanuit een doorstart (als consequentie van lagere tarieven en volumes), legt Van der Geest uit.

Totaal aantal zorgtransacties

De cure sector, die 83 deals telde ten opzichte van de 54 het jaar er voor, heeft nog steeds het grootste aandeel in zorgtransacties, met 55% per jaar. Deze groei kwam voornamelijk voort uit ziekenhuizen die met elkaar of met een ZBC expertises bundelden in een gezamenlijk centrum, of een joint venture vormden. Dit heeft volgens Van der Geest enerzijds betrekking op concentratie van zorg (één discipline uit verschillende ziekenhuizen dat in een centrum wordt ondergebracht), anderzijds zijn enkele transacties geënt op het overhevelen van minder complexe zorg van de derde lijn naar de tweede lijn. 

Voorbeelden van de eerste case zijn onder andere de overeenkomst van Radboud UMC en Erasmus MC om één centrum voor aangeboren hartaandoeningen te creëren, en het Integraal Prostaatcentrum Noord-Nederland, een samenwerking van ziekenhuizen in Groningen en Drenthe. De oprichting van Cardiologie Centrum AMC door AMX en Cardiologie Centra Nederland, waarin niet-spoedeisende, minder complexe zorg wordt ondergebracht, en het reumatologie centrum van Radboud UMC en Sint Maartenskliniek zijn bekende voorbeelden van portfoliokeuzes en samenwerking tussen 3de en 2de lijns zorg.

Zorgtransacties in de cure-sector

De fusiegolf in de ziekenhuissector lijkt op zijn retour, zo stellen de consultants. Hoewel het aantal zorgtransacties bij ziekenhuizen meer dan verdubbeld is ten opzichte van 2015, ging het vooral om samenwerkingsverbanden en gezamenlijke centra en joint ventures. “De echte fusiegolf die we in het ziekenhuislandschap sinds 2011 hebben gezien (circa dertig fusies/overnames waarvan inmiddels meer dan de helft bestuurlijk of juridisch gefuseerd of overgenomen is, red.) lijkt dan ook ten einde te zijn gekomen”, zegt Van der Geest.

Het aantal zorgtransacties met betrekking tot ZBC’s (Zelfstandig Behandelcentra, red.) is afgelopen drie jaar stabiel gebleven met ongeveer acht per jaar, blijkt verder uit het onderzoek. En hoewel in absolute aantallen nog steeds gering, is het aantal transacties in de kraamzorg verdubbeld het afgelopen jaar − steeds meer partijen zijn zich gaan voorsorteren op de invoering van de integrale bekostiging geboortezorg. 

Type samenwerkingen ziekenhuizen | Type samenwerkingen GGZ 

Care en welzijn

De sectoren ‘care’ en ‘welzijn’ zijn aan een opmars bezig – de toename wordt vooral gedreven door transacties in het VVT-segment binnen de care en het huishoudelijke hulp-segment binnen welzijn, gestuwd door beleidsontwikkelingen. In de care kampen instellingen met een druk op de tarieven en volumes en de hoger wordende werkkapitaaleisen, hierdoor weten zorgaanbieders elkaar weer meer te vinden. “Het merendeel van de transacties betreft horizontale zorgtransacties, er is weinig instroom van partijen buiten het eigen segment”, zegt Van der Geest.

Zorgtransacties in de care-sector

Bij welzijnsinstellingen betreffen de transacties met name fusies tussen instellingen zelf. Door het creëren van schaalgrootte spelen de welzijnsinstellingen in op de bezuinigingen van de gemeenten en kunnen zij een meer gedifferentieerd aanbod leveren aan klanten en andere spelers in de keten.

Marktconsolidatie

Een diepere analyse van de transacties laat zien dat maar liefst 86% van de zorgtransacties in 2016 een horizontale samenwerking of overname betrof, wat volgens Van der Geest de sterke hang naar consolidatie binnen de branche weergeeft. “Het aantal nieuwe aanbieders dat via een overname een specifieke zorgsector wil betreden, is sterk gedaald”, aldus de adviseur. Was deze in 2011 nog 24%, en in 2015 zelfs 36% (“een uitschieter”), zo kwam in 2016 het toetredingspercentage uit op 14%. Dit komt volgens Van der Geest omdat de markt een aantal hoge toetredingsdrempels heeft. “Het is in de praktijk niet eenvoudig om contracten bij zorgverzekeraars te verkrijgen als nieuwkomer, daarnaast is het rendementsperspectief voor de meeste segmenten binnen de zorg relatief onzeker.” 

De onderzoekers constateren ook dat zorgtransacties steeds vaker een wijziging in de eigendomsstructuur met zich meebrengen. Zo was in 2014 54% van de zorgtransacties nog in de vorm van een samenwerking (zonder wijziging in eigendomsstructuur) en in de jaren daarvoor lag dit rond de 37%, het aandeel zorgtransacties met een wijziging in de eigendomsstructuur is de afgelopen twee jaren gestegen naar bijna 70%. Bijna een kwart daarvan betrof een fusie (22%), in 41% van de gevallen ging het om een overname / participatie en in 11% draaide de transactie om een gezamenlijk centrum / joint venture. 

Zorgtransacties naar type integratie 

De toename is deels het gevolg van overnames van (delen van) de boedels van failliete instellingen en deels het gevolg van zorginstellingen die daadwerkelijk afscheid hebben genomen van onderdelen in hun totale dienstenportefeuille. “Daarnaast lijkt het besef te groeien dat voor echte samenwerking en integratie ook een gedeeld belang in eigendom gecreëerd dient te worden. Werken vanuit eenheid van belang. Niet alleen ten aanzien van kwalitatieve doelstellingen, maar ook vanuit een gedeeld financieel belang”, licht Van der Geest toe.

Succesfactoren

Tegen de achtergrond van het groeiende aantal fusies, transacties en samenwerkingsverbanden, constateert JBR dat er regelmatig transacties worden gesloten die niet leiden tot de gewenste resultaten. Van der Geest stelt dat, op basis van hun ervaring in de zorgbranche, JBR drie succesfactoren in de markt onderscheidt. De eerste is dat initiatiefnemers moeten zoeken naar positieve drijfveren – met een focus op de activiteiten – waar de organisatie in uitblinkt, en minder nadruk zou moeten leggen op zoals hij het noemt “defensieve drijfveren” – zoals puur positiebehoud richting zorgverzekeraars of het stellen van schaalgrootte als een doel op zich.

Een ander advies is dat zorgspelers bij het zoeken naar synergiën zich moeten richten op hoe een transactie het primaire proces kan verbeteren. Tenslotte schuilt een derde succesfactor in de uitvoering: aandacht voor het voortraject en het vooraf opstellen van een businessplan / implementatieplan vormt een belangrijke succesfactor bij een transactie. “Meerdere transacties met de juiste intenties zijn in het verleden gestruikeld door een ondoordachte implementatie en weerstand van buiten en binnen de organisatie”, besluit Van der Geest.

Nieuws

Meer nieuws over