Commissaris wil vingers niet branden aan stakeholder-management

17 mei 2017 Consultancy.nl

Ondanks het groeiende belang van een nauwe samenwerking met externe stakeholders, beschouwen Nederlandse commissarissen die activiteit als minst belangrijke onderdeel van hun takenpakket. Over hun eigen functioneren zijn commissarissen over de hele linie relatief tevreden. Volgens een nieuw rapport van vormt dit een groeiend governance risico, vooral gezien de toenemende behoefte aan meer verantwoordelijkheid, monitoring van strategisch beleid en door meer overnamerisico’s.

Ieder jaar voert Grant Thornton
 het ‘Commissarissen benchmarkonderzoek’ uit, een onderzoek gehouden onder commissarissen, directieleden en RvC secretaressen van zowel beursgenoteerde als niet-beursgenoteerde bedrijven. Het onderzoek is voor het achtste jaar op rij uitgevoerd en telde dit jaar 366 respondenten. Uit deze meest recente editie komt naar voren dat het aandachtsgebied informatievoorziening aan de Raad van Commissarissen voor het eerst sinds 2013 weer op de eerste plaats staat. In de voorgaande onderzoeken scoorde dit aandachtsgebied meestal een top 3 positie.

Opvallend is volgens de onderzoekers de lage prioriteit die gegeven wordt aan relatiebeheer, gezien het vijandige overnameklimaat waarin Nederlandse bedrijven zich bevinden. “De krantenkoppen staan vol van pogingen tot overnames van Nederlandse bedrijven, zoals AkzoNobel, PostNL, Telegraaf Media Groep (TMG) en Unilever. Agendabepalende gebeurtenissen voor RvC’s waarbij relatiebeheer met stakeholders van doorslaggevend belang is”, zegt Bart Jonker, partner bij Grant Thornton. 

Belangrijkste aandachtgebieden binnen het commissariaat

Relatiebeheer met stakeholders kreeg in de 2017-editie een nog lagere score (7,1) dan vorig jaar (7,6) en is hiermee nog vaster op de laatste plaats gekomen van de vijftien onder de loep genomen aandachtsgebieden. De lage prioriteit vormt volgens Jonker een risico voor het bedrijfsleven omdat commissarissen mogelijk onvoldoende kennis en expertise hebben over hoe ze in bepaalde situaties het beste kunnen schakelen met externe partijen. “De lage prioriteit doet vermoeden dat een RvC eerder vanuit een reactieve instelling opereert dan vanuit een proactieve. Dit is een risico, want bij een overnamebod staat de RvC dan al 1-0 achter. De RvC dient immers hier, maar ook bij de uitoefening van al zijn andere taken, rekening te houden met de belangen van diverse stakeholders.” 

De onderzoekers benadrukken dat Nederland mogelijk een hoop kan leren van andere westerse landen, ten aanzien van hoe commissarissen daar een solide governance hanteren. Zo worden bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk commissarissen al dan niet wettelijk ‘gestimuleerd’ op voorhand meer open te staan voor een vorm van relatiebeheer met in ieder geval een deel van de stakeholders. Dit geldt onder andere voor de relatie van de non-executives in de board met de grootaandeelhouders. 

Andere aandachtsgebieden die hoog scoren zijn de samenwerking tussen RvB-RvC, de samenstelling van de RvC en de invulling van de toezichtstaak. Over het algemeen vinden Nederlandse commissarissen dat zij laatstgenoemde taak goed invullen – zo goed zelfs dat ze amper verbeterwensen hebben. Bij de overige onderzochte aandachtgebieden lijkt er ook sprake te zijn van een zekere zelftevredenheid bij de commissarissen.

Volgens Jonker wijzen deze signalen er op dat “nadere bezinning bij commissarissen” een aandachtspunt zou moeten vormen. Tegelijkertijd ligt hier ook meteen een van de uitdagingen binnen het commissariaat. Eerder onderzoek toonde reeds aan dat commissarissen nog altijd vaak hun eigen vlees keuren. Hoe objectief commissarissen over hun eigen functioneren kunnen zijn, is in dat geval dan een terechte en voor de hand liggende vraag. 

Belangrijkste uitdagingen voor commissarissen

Doelstellingen en uitdagingen

Het onderzoek van het accountants- en adviesbureau keek ook naar de belangrijkste doelstellingen en uitdagingen waar commissarissen mee te maken krijgen. Op de vraag waar hun bedrijf/organisatie over vijf tot tien jaar moet staan, werd bij de profitsector relatief het meest genoemd: omzetgroei (24%), verbetering van de winstgevendheid, meer geografische spreiding (veelal ook internationalisering) en verbreding van het product-/dienstenportfolio. Bij de non-profitsector waren dit: omzetgroei (14%), gelijkblijvende geografische spreiding, gelijkblijvende omzet en meer samenwerking en/of fusies. 

Als belangrijkste uitdaging voor de toekomst binnen de profitsector wezen respondenten op de ‘menselijke factor’ (kwaliteit en aantal van mensen en management). Een opvallend gegeven is dat dit vooral bij familiebedrijven als uitdaging geldt, terwijl deze factor nauwelijks een rol speelt in de non-profitsector. Eerder onderzoek van PwC bijvoorbeeld toonde aan dat talentmanagement behoort tot de belangrijkste zorgen van familiebedrijven wereldwijd. En ook uit ander onderzoek, uitgevoerd door EY, bleek dat de beschikbaarheid van talent binnen families een grote bottleneck vormt en dat opvolging binnen het familiebedrijf verliest aan populariteit. 

Bij de non-profitsector zijn de zorgen het grootst over de rol van de overheid (30%), gevolgd door marktomstandigheden en concurrentie. 

* Het onderzoek werd uitgevoerd door Aalt Klaasen, Dirk-Jaap Klaassen en Herbert Rijken.

Nieuws

Meer nieuws over