Nederland een wereldmacht in de internationale zuivelsector

09 mei 2017 Consultancy.nl

De Nederlandse zuivelsector doet het internationaal gezien uitstekend. Met een productie van 14,5 miljard kilo aan koemelk neemt ons land wereldwijd een vierde plek in, na de grootmachten Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De totale waarde van de zuivelindustrie wordt geschat op €7,1 miljard. Toch mag de branche niet op z’n lauweren rusten – het landschap krijgt de komende jaren te maken met grote veranderingen.

In opdracht van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) deed accountants- en advieskantoor EY onderzoek naar het economisch en maatschappelijk belang van de Nederlandse zuivelsector. Het overheersende beeld in het rapport, getiteld ‘De kracht van zuivel’, is dat de Nederlandse branche een sterke bijdrage levert aan de Nederlandse economie en dat de industrie Nederland wereldwijd goed op de kaart zet. Met het oog op de toekomst wijzen de onderzoekers op het belang van duurzame ontwikkeling en wereldwijde voedselzekerheid.

De hoofdpunten uit het rapport zijn door de onderzoekers samengevat tot vier kernboodschappen.

1. Nederland groot in zuivel en zuivel groot in Nederland

De Nederlandse zuivelsector heeft een ijzersterke internationale positie. Het afgelopen jaar was de productiewaarde van de zuivelindustrie goed voor €6,6 miljard – ons land is daarbij in de EU de meest actieve lidstaat op de wereldmarkt met een aandeel van bijna 5% in het wereldhandelsvolume. Alleen Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten en Australië hebben een groter marktaandeel in termen van volume.

Handelsoverschot Nederland

Het grote marktaandeel van Nederland wordt volgens de onderzoekers verklaard door een aantal factoren. Zo noemen ze de kennis en het vakmanschap die in de Nederlandse zuivelsector aanwezig zijn en de daaraan gerelateerde hoogwaardige kwaliteit van de producten. Ook de geschiktheid van het klimaat en de bodem dragen bij aan de goede concurrentiepositie, evenals Nederlands gunstige ligging en goede infrastructuur.

De kracht van Nederland op de internationale zuivelmarkt zorgt ervoor dat de zuivelsector een belangrijk deel uitmaakt van de Nederlandse economie. Er zijn in Nederland 17.890 melkveebedrijven die, door direct aan de consument te verkopen of ingrediënten aan andere bedrijven te leveren, gezamenlijk zorgen voor een productiewaarde van €4,3 miljard. De Nederlandse zuivelindustrie in zijn geheel komt uit op een productiewaarde van €6,6 miljard en zorgt voor 45.000 directe voltijdbanen.

Ongeveer 35% van de zuivelproductie blijft op de binnenlandse markt en zo’n 45% procent is bestemd voor andere EU-landen. De overige 20% gaat naar landen buiten de EU en daarmee is Nederland binnen die afzetmarkt ’s werelds grootste leverancier van zuivelproducten. Mede hierdoor is de Nederlandse zuivelsector verantwoordelijk voor 8% van het Nederlandse handelsoverschot. Kaas vormt natuurlijk een belangrijk deel van de export, maar ook melkpoeder en gecondenseerde melk doen het goed.

2. Duurzaamheid en dierenwelzijn

Nederland is volgens de onderzoekers ook op het gebied van duurzaamheid, diergezondheid en dierenwelzijn toonaangevend, onder meer dankzij het hanteren van sluitende kwaliteitssystemen en leveringsvoorwaarden op het gebied van hygiëne, melkkwaliteit en diergezondheid. Dit is ook terug te zien in de relatief zeer lage CO2-uitstoot van Nederlandse koeien: waar het gemiddelde wereldwijd op 2,4 kg CO2 per liter melk ligt, is dat in Nederland slechts de helft, circa 1,2 kg CO2 per liter melk.

Om de koploperspositie die Nederland heeft op het gebied van duurzaamheid te behouden, achten de onderzoekers het noodzakelijk om te blijven ontwikkelen. Ter bevordering van deze ontwikkeling hebben de NZO en LTO (Land- en Tuinbouworganisatie) ‘Nederland de Duurzame Zuivelketen’ geïnitieerd, gericht op een toekomstbestendige en verantwoorde zuivelsector. Vanuit dit verband zijn voor 2020 een aantal doelstellingen geformuleerd. Zo streeft de sector naar klimaatneutrale ontwikkeling, een constante verbetering van diergezondheid en dierenwelzijn en een behoud van de weidegang, van de biodiversiteit en het milieu.

Werkgelegenheid

Wat betreft het behalen van deze doelen heeft de zuivelsector volgens het rapport al redelijk wat vooruitgang geboekt. Zo is het gebruik van antibiotica in de periode 2009-2015 met 47% afgenomen en geldt het gebruik van verantwoorde soja inmiddels als leveringsvoorwaarde voor alle individuele zuiverondernemingen. Extra aandacht vergen nog wel de doelstellingen omtrent weidegang en met name omtrent de uitstoot van broeikasgassen, ammoniak en fosfaat.

Zo ligt de uitstoot van ammoniak nog altijd 22% boven het voor 2020 afgesproken doel. Wat betreft de uitstoot van fosfaat heeft de sector bovendien te maken met de wet fosfaatrechten. Deze wet werd eind 2016 door de Tweede kamer aangenomen en moet er vanaf 2018 voor zorgen dat de door de melkveehouderij geproduceerde hoeveelheid fosfaat in Nederland onder het door Europa gestelde minimum blijft. Om hieraan te kunnen voldoen zal de veestapel in 2017 al moeten inkrimpen. Als dit niet gebeurt, verliest Nederland haar derogatie (het recht op extra uitstoot van gas uit mest) en dit kan de sector bijna €1 miljard schade opleveren.

Ten slotte probeert de sector al te anticiperen op de gevolgen van de klimaatafspraken die zijn vastgelegd in het Akkoord van Parijs. In afwachting van de concrete maatregelen die de Nederlandse regering op basis van dit akkoord zal nemen, inventariseren zuivelbedrijven zoveel mogelijk waar de uitdagingen en kansen zullen liggen. Het regeerbeleid zal mede rekening moeten houden met het pakket voorstellen dat de Europese Commissie november 2016 presenteerde als uitwerking van het Akkoord van Parijs. Hierin staat onder meer dat de niet-ETS (Emission Trading Scheme) sectoren, waar de zuivelsector ook onder valt, in 2030 36% minder broeikasgassen mogen uitstoten dan in 2005 het geval was. Het ligt volgens de onderzoekers van EY dan ook voor de hand dat op dit gebied ook voor de zuivelsector een uitdaging zal liggen. Tegelijk wijzen ze erop dat de broeikasgassen afkomstig van de zuivelsector grotendeels door dieren worden geproduceerd. Hierdoor moet men er rekening mee houden dat deze gassen niet onbeperkt kunnen worden teruggedrongen zonder hiermee het dierenwelzijn te schaden.

Zuivelbijdrage aan de Nederlandse economie 2014

3. Ontwikkelingen in de sector en de wereld

In het rapport komt ook naar voren dat de zuivelsector de afgelopen tijd te maken heeft gehad met een aantal sterk veranderende omstandigheden. Tot 2007 was de melkprijs binnen de EU redelijk stabiel als gevolg van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat werd gekenmerkt door onder meer exportsubsidies, overheidssteun en quota. Doordat de bescherming van de Europese markt steeds verder werd afgebouwd, is de Europese melkprijs sinds ongeveer tien jaar geleden veel meer gelijk gaan lopen met die op de wereldmarkt. Hierdoor wordt de prijs van alle melk nu bepaald aan de hand van de relatief kleine hoeveelheid (8,5%) die wereldwijd wordt verhandeld. Ondernemers binnen de Nederlandse zuivelsector hebben door deze verandering moeten leren omgaan met een sterk schommelende melkprijs. Daarnaast werd per 1 april 2015 ook het melkquotum afgeschaft, wat leidde tot een aanzienlijke groei in de Nederlandse melkproductie. Dit ging bovendien gepaard met een groei in investeringen gericht op capaciteitsvergroting.

Tezamen kunnen deze ontwikkelingen volgens de onderzoekers in de toekomst een bedreiging vormen wat betreft de financiering van melkveebedrijven. Veel van deze bedrijven staan onder druk onder meer door de volatiele melkprijzen en het eerdergenoemde fosfaatbeleid. Bovendien zorgt de schaalvergroting binnen de sector ervoor dat er steeds grotere investeringen gefinancierd moeten worden. Tegelijkertijd stellen banken steeds meer voorwaarden aan het verstrekken van financiering, mede omdat de hieraan verbonden risico’s zijn toegenomen als gevolg van de sterk schommelende prijzen op de gehele agrarische markt.

Wel denken de onderzoekers dat de Nederlandse zuivelsector over het algemeen goed in staat is om met het nieuwe gegeven van prijsvolatiliteit om te gaan. Door kwalitatief hoogstaande zuivelproducten te leveren, weten Nederlandse ondernemingen veel waarde aan de melk toe te voegen – hiermee onderscheiden ze zich op de internationale markt.

Melkprijs

Ook over rol van Nederland binnen de toekomstige ontwikkelingen op de wereldwijde zuivelmarkt is het rapport vrij positief gestemd. Hoewel de Europese zuivelmarkt vrijwel verzadigd is, zal de wereldwijde vraag naar zuivel de komende tien jaar naar verwachting elk jaar met zo’n 2% tot 3% stijgen. Aangezien de wereldwijde melkproductie jaarlijks naar verwachting met slechts 1% zal groeien, neemt de vraag in relatie tot het aanbod toe. Deze stijgende vraag wordt gestimuleerd door onder andere bevolkingsgroei, welvaartsgroei en verstedelijking. Deze ontwikkelingen vinden vooral plaats in Zuidoost-Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Latijns-Amerika. Aangezien Nederland momenteel vooroploopt wat betreft de zuivelexport naar niet-Europese landen, menen de adviseurs dat hier zeker kansen liggen voor de Nederlandse sector.

In dit verband wordt in het bijzonder ook de sterk stijgende vraag naar melkpoeder vanuit met name China genoemd. Doordat de lokale productie steeds verder achterblijft bij de behoefte is er een stijgend tekort dat tegen 2023 naar schatting 3.600 kiloton per jaar bedraagt, oftewel achttien keer de huidige melkpoederproductie van Nederland. Nederland exporteert voor meer dan €1 miljard aan melkpoeder aan China.

Productiewaarde zuivelindustrie

De onderzoekers zien dus voldoende groeimogelijkheden voor de Nederlandse export van zuivelproducten – een conclusie die ook werd gesteld in een eerder rapport van Roland Berger. Hierbij wijzen ze er ook op dat de jaarlijkse exportwaarde van Nederlandse zuivelproducten de afgelopen jaren al is toegenomen van €5,4 miljard in 2010 tot €6,5 miljard in 2016. Om de kansen optimaal te benutten, moet de sector vooral inzetten op producten met veel toegevoegde waarde. Nederlandse bedrijven kunnen hierbij volgens het rapport bouwen op een uitstekend imago op het gebied van kwaliteit.

4. Export van kennis en technologie

De vierde en laatste kernboodschap van de marktanalyse richt zich op de toenemende urgentie van wereldwijde vraagstukken omtrent voedselzekerheid en op de prominente rol die mogelijk voor de Nederlandse zuivelsector is weggelegd in de omgang hiermee. De groeiende wereldwijde vraag naar zuivel betekent niet alleen dat Nederland meer zuivelproducten aan het buitenland kan verkopen, het biedt de sector in ons land ook de kans om zijn kennis van het vak te exporteren.

Hierbij komen enkele van de thema’s samen die ook al aan bod kwamen bij de voorgaande kernboodschappen, aangezien de toekomstige uitdaging er grotendeels in zal liggen om op een duurzame manier voldoende voedsel te produceren voor een steeds groter wordende wereldbevolking. Het is volgens de onderzoekers in dit verband van groot belang dat de Nederlandse zuivelsector zijn innovatieve manier van werken niet voor zichzelf houdt, maar deze juist deelt met zuivelbedrijven in andere landen: “alleen door wereldwijde innovatie zal het mogelijk zijn voldoende voedsel te produceren zonder de aarde hiermee overmatig te belasten”, aldus de auteurs.

Momenteel stimuleert de Nederlandse overheid dit soort initiatieven al door geld beschikbaar te stellen om vanuit de (agrarische) voedselsector kennis te investeren in het buitenland. Zo was er in 2016 een project om de melkkwaliteit en efficiëntie van de Iraanse zuivelsector te verhogen. Daarnaast is er het Sino-Dutch Dairy Development Centre (SDDDC), welke Nederlandse kennis inzet om de productie, veiligheid en kwaliteit van zuivel in China te verbeteren.

Exportbestemmingen van kaas uit Nederland

De onderzoekers verwachten dat de goede expertise van de Nederlandse zuivelsector de komende decennia een belangrijke rol kan gaan spelen bij het aangaan van de complexe uitdagingen die de wereld op dit gebied te wachten staan. Jarenlange intensieve samenwerking tussen melkveehouderij, wetenschap, bedrijven en overheid hebben ervoor gezorgd dat Nederland wereldwijd vooroploopt op het gebied van innovatie en kennis. Door deze kennis te delen en te investeren in het buitenland, kan de Nederlandse zuivelsector bijdragen aan de wereldwijde ontwikkeling en verspreiding van efficiënte technieken en vernieuwende concepten.

In de overgang naar steeds duurzamere productiemethoden zal het van toenemend belang zijn om de voedselproductie zoveel mogelijk lokaal te organiseren. Het is in dit verband volgens het rapport dan ook geen reële optie om alleen maar in te zetten op de export van zuivelproducten, in de eerste plaats is het de kennis uit de sector die de grens zal moeten oversteken.

Nieuws

Meer nieuws over