Fiscale concurrentiepositie Verenigd Koninkrijk achteruit door Brexit

01 mei 2017 Consultancy.nl

De onzekerheid rond de Brexit zorgt dat bedrijven minder snel investeren in het Verenigd Koninkrijk. Bedrijven binnen het Verenigd Koninkrijk zijn een stuk positiever gestemd over het Britse belastingregime dan bedrijven uit andere G7-landen.

Elk jaar doet KPMG onderzoek naar de concurrentiepositie van de UK. Hoe aantrekkelijk is de UK in vergelijking met andere landen voor investeerders? Dit jaar zijn de uitkomsten van het onderzoek extra interessant vanwege de aanstaande Brexit. Het overheersende beeld dat naar voren komt is dat de UK als gevolg van de Brexit weliswaar wat terrein verliest ten opzichte van ander landen, maar desondanks een sterke positie behoudt. Wat hierbij opvalt, is dat de Britten zelf een stuk positiever gestemd zijn dan Europeanen op het vaste land. Ook blijkt dat Nederland en Ierland worden gezien als de landen die het meeste kans hebben te profiteren van de huidige onzekere situatie.

Verschil in perceptie

Het onderzoek werd gehouden onder de honderd grootste beursgenoteerde Britse bedrijven (waaronder ook dochterondernemingen van buitenlandse bedrijven) en de zestig grootste bedrijven uit andere G7-landen. Belastingexperts van die 160 bedrijven kregen vragen voorgelegd over meerdere factoren die van invloed zijn op het investeringsklimaat.

Countries with the most competitive tax regimes 2012-2016 (UK view)

Zo keken de auteurs onder meer naar de aantrekkelijkheid van het belastingregime. Een vergelijking van de 2016 resultaten met die van het jaar ervoor laten een opvallend verschil zien tussen het beeld onder Britse bedrijven en de bedrijven uit de andere G7-landen. De honderd Britse bedrijven zetten de UK, net als in 2015, op plaats twee, achter Ierland en voor Luxemburg en Nederland. Het gat tussen Ierland en de UK is flink toegenomen: waar er in 2015 slechts één procentpunt verschil was, waren dat er afgelopen jaar negen. Bij de zestig niet-Britse bedrijven is het verschil met 2015 echter veel groter: onder deze groep verliest de UK maar liefst 28 procentpunten en zakt daarmee van de eerste naar de vijfde plaats. Daarmee moet het nu onder meer Ierland en Nederland voor zich dulden.

Waar komt dit grote verschil tussen Britse en niet-Britse bedrijven vandaan? Hoewel het mogelijk deels kan worden verklaard vanuit een verschil in prioriteiten ten aanzien van de verschillende onderdelen van een belastingstelsel, lijkt het ook aannemelijk dat het verschil de uiteenlopende verwachtingen over de (fiscale) toekomst van de UK buiten de Europese Unie reflecteert. Binnen de UK lijken belastingexperts deze toekomst met meer vertrouwen tegemoet te zien dan hun collega’s in de andere G7-landen. “Het onderzoek laat zien dat er een groot verschil in perceptie is tussen de bedrijven in de UK en daarbuiten. Buitenlandse ondernemingen zien door Brexit duidelijk aanzienlijke veranderingen optreden in handelsakkoorden en tarieven”, stelt Robert van der Jagt van KPMG Meijburg hierover.

UK versus international competitors in 2015

Onzekerheid

Het opvallende verschil in perceptie wijst ook op de vele aspecten van de Brexit die nog altijd onduidelijk zijn. De onderhandelingen met onder meer de Europese Unie zullen nog veel tijd in beslag nemen en de voortdurende onzekerheid die daarbij hoort lijkt het Britse investeringsklimaat niet ten goede te komen. In het onderzoek van 2015 is te zien hoezeer stabiliteit wordt gezien als de grootste kracht van de UK: het bezet in de top vijf zowel de eerste (politieke stabiliteit) als de derde plaats (macro-economische stabiliteit). Van der Jagt: “Historisch gezien werd de aantrekkelijkheid van het Verenigd Koninkrijk voor bedrijven altijd ingegeven door haar positie als handelsnatie en haar stabiele politieke en fiscale systeem. Brexit maakt hieraan duidelijk een eind. De mogelijke ontregeling die het verlaten van de Europese Unie tot gevolg heeft en de onzekerheid over de toekomstige economische vooruitzichten bezorgen veel bestuurders duidelijk hoofdbrekens.”

Dit heeft ook te maken met de perceptieverschillen rondom de factoren die een rol spelen bij het wel/niet binnen de UK gevestigd blijven. De onderzoekers vroegen de respondenten aan te geven wat zij bij de beslissing om bedrijfsfuncties al dan niet in de UK voort te zetten. als belangrijkste factoren beschouwen. Niet-Britse bedrijven, in tegenstelling tot hun Britse branchegenoten, blijken gevoeliger voor twee factoren die een impact hebben op internationale handel, te weten ‘gunstige invoerrechten en handelsovereenkomsten’ en ‘toegang tot een interne markt’. Die twee belangrijke aspecten zullen in de komende Brexit onderhandelingen veelvuldig aan bod komen .

Difference between UK and Non-UK company priorities

Britse bedrijven zijn op hun beurt gevoeliger voor de ‘beschikbaarheid en kosten van geschoolde arbeid’. Dat lijkt er op te wijzen dat Britse bedrijven zich grote zorgen maken over de nadelige effecten die zouden kunnen optreden wanneer de Brexit onderhandelingen eindigen in harde eisen ten opzichte van immigratie. Ook zijn Britse organisaties, in hogere mate dan hun non-UK branchegenoten, bezorgd over de ‘toegang tot infrastructuur’.

Het lijkt dan ook niet verwonderlijk dat de huidige onzekerheid de positie van de UK verzwakt. Hoewel de door sommigen voorspelde exodus van buitenlandse bedrijven vooralsnog uitblijft, laat het KPMG onderzoek wel zien dat bedrijven minder snel geneigd zijn nieuwe investeringen te doen in de UK. Waar er tot 2016 in de UK sprake was van een netto toestroom van bedrijven / bedrijfsonderdelen, wordt er voor de komende periode rekening gehouden met een netto uitstroom voor zo goed als alle juridische entiteiten.

Companies looking to re-locate functions into or out of the UK

Hiermee lopen de Britten een belangrijke bron van Directe Buitenlandse Investeringen (DBI) mis. Van der Jagt: “De bestuurders van de onderzochte bedrijven geven aan dat Brexit de komende twaalf maanden de grootste invloed heeft op de investeringen en de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk. Zij verwachten ook dat een aanzienlijke reductie van investeringen en hoogwaardige activiteiten, zoals in werkgelegenheid en onderzoek & ontwikkeling, een gevolg kan zijn.”

Kans voor Nederland?

Nederland en Ierland komen duidelijk uit de bus als de landen die naar verwachting het meeste zullen profiteren van de onzekerheid en mogelijke uitstroom van zakenactiviteit. Terwijl het belastingregime van Ierland veruit het beste scoort, wordt Nederland als meest waarschijnlijke vestigingsplaats aangewezen voor alle bedrijfsonderdelen behalve productie. Dit laat zien dat een belastingregime weliswaar belangrijk is, maar zeker niet allesbepalend. In hoeverre Nederland daadwerkelijk weet te profiteren van de Brexit zal natuurlijk nog moeten blijken, voorlopig is er vooral nog veel onduidelijkheid, aldus de onderzoekers. Dit is ook duidelijk terug te zien in de afwachtende houding van het bedrijfsleven. Grote beslissingen, waaronder die over de plaats van vestiging, worden liever uitgesteld totdat er meer helderheid is over de veranderende positie van het Verenigd Koninkrijk.

Gerelateerd: Nederland moet vestigingsklimaat verbeteren om Brexit kansen te pakken.

Nieuws

Meer nieuws over