Naar succesvolle samenwerking in ketens, netwerken en allianties

30 maart 2017 Consultancy.nl

Wie werkt aan complexe maatschappelijke problemen, herkent het volgende beeld: veel betrokken partijen die elkaar nodig hebben om resultaten te bereiken zonder dat iemand doorzettingsmacht heeft. Hoe bereik je dan toch gezamenlijk resultaat? In de praktijk blijkt dit lastig te doen op een wijze die transparant is, gelijkwaardig, inspirerend en op tempo. Tijd om dit op een andere manier te doen: samen op reis met Programmatisch Netwerken. Adviseurs van Capgemini Consulting delen hun visie.

Complexe problemen aanpakken vraagt om samenwerken. Onze samenleving verandert in hoog tempo als gevolg van digitalisering, globalisering en flexibilisering. De maatschappelijke uitdagingen zijn complexer. Organisaties zien steeds meer in dat het antwoord op deze vraagstukken niet door hen alleen kan worden gegeven. Er ontstaan daarom steeds meer (publiek-private) samenwerkingsverbanden. Enkele voorbeelden uit onze praktijk:

  • De behoefte aan noodhulp is verdubbeld, de kosten van noodhulp zijn verdrievoudigd en de vraag is sterk veranderd. Innovatie is nodig om aan deze veranderende omstandigheden tegemoet te komen, kosten te verlagen en impact te verhogen. Het Rode Kruis, het ministerie van Buitenlandse Zaken, UNICEF Nederland, gemeente Den Haag en VNO-NCW zijn daarom de Dutch Coalition for Humanitarian Innovation (DCHI) gestart, waarbij inmiddels meer dan 50 organisaties zijn aangesloten.
  • Organisaties binnen de strafrechtketen constateren dat in veel gevallen bij (op het oog) lichte vormen van huiselijk geweld en jeugdcriminaliteit sprake is van achterliggende problematiek bij slachtoffers of verdachten. Om herhaling te voorkomen en de veiligheid te waarborgen helpen interventies die alleen zijn gericht op straf niet of onvoldoende. Politie en strafrechtketen partners experimenteren daarom vanuit het programma ZSM met nieuwe vormen van samenwerking, waarbij casuïstiek wordt afgestemd met zorgpartners en partners uit het sociale domein.
  • In de zorg leidt decentralisatie tot steeds intensievere samenwerking tussen zorginstellingen, (jeugd)zorg, gemeenten en andere lokale partijen om lokaal maatwerk te bieden. Innovaties in de zorg zoals nieuwe ziekenhuisconcepten en eHealth vragen hechte samenwerking met het bedrijfsleven. In het Zorgpact werken het ministerie van VWS en OCW, zorginstellingen, onderwijs en bedrijfsleven samen om lokale zorgpartners hierbij te ondersteunen.

Programmatisch Netwerken

  • In de regio Haaglanden hebben de gemeentes, samen met het onderwijs en het bedrijfsleven, de noodklok geluid over het gebrek aan voldoende geschoolde technische vaklieden voor de regio. Zij hebben daarom een gezamenlijke techniekagenda ontwikkeld. Partners geven uitvoering aan de agenda en werken samen in een flexibele organisatie met een bestuurlijk topoverleg.
  • Medio 2007 stemde de Tweede Kamer in met de Pardonregeling voor een afgebakende groep mensen die nog onder de oude Vreemdelingenwet vielen. Hierdoor kregen gemeenten een aanvullende opdracht om 27.700 mensen voor 1 januari 2010 te huisvesten. Om dit resultaat te bereiken is de Taskforce Huisvesting Statushouders als landelijke aanjager en procesbegeleider ingericht om COA, gemeenten en corporaties positief kritisch te volgen en te ondersteunen. Ruim twee maanden voor de beoogde einddatum heeft de Taskforce haar activiteiten kunnen beëindigen.
  • De rol van de overheid met betrekking tot gezond en veilig werken is in de afgelopen jaren veranderd. We zien een beweging van een overheid die stuurt via wet- en regelgeving naar een overheid die partijen faciliteert. Om gezond en veilig werken structureel te borgen wordt er binnen het programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken van het ministerie van SZW samengewerkt tussen sociale partners, brancheorganisaties, kennisinstituten en de overheid. De Rijksoverheid stelt kaders, betrokken partijen geven binnen deze kaders gezamenlijk invulling aan het arbeidsomstandighedenbeleid binnen de eigen branche of sector.

Partijen in netwerken doen niet alles per definitie altijd samen, maar organiseren zich wanneer dat nodig is voor het bereiken van het beoogde resultaat. Deze (tijdelijke) allianties, netwerken en ketens vragen om een eigentijdse wijze van organiseren. De nadruk ligt steeds meer op het realiseren van gezamenlijke meerwaarde en het regisseren van het netwerk. Het resultaat is leidend. Dit vraagt om een wendbare manier van organiseren en het kiezen van een passende aanpak en organisatievorm met de juiste partners, met veel ruimte en autonomie voor professionals.

Samen op reis met Programmatisch Netwerken

Met onze aanpak Programmatisch Netwerken helpen wij organisaties om de samenwerking vorm te geven. Het is geen stappenplan of blauwdruk, het is een gids of een kompas die richting geeft aan de reis. Programmatisch Netwerken bestaat uit een aantal vaste ankerpunten: Framen van het vraagstuk | Focus van de inzet | Mobiliseren van de uitvoering | Borgen en verder brengen.

Deze fases zijn uitgewerkt in het wiel van Programmatisch Netwerken (zie figuur). Het wiel wordt flexibel ingezet. Op reis volgens een strak schema is immers nooit leuk, er moet voldoende ruimte blijven voor spontane excursies. Er is geen vast startpunt van het wiel, het startpunt is de fase waarin de samenwerking op dat moment zit.

Belangrijk om resultaten te bereiken in netwerken is dat er een motor is die het geheel in beweging houdt, die de partijen motiveert en stimuleert. Capgemini Consulting vervult vaak de rol van motor of reisleiding.

Raamwerk Programmatisch Netwerken

Framing van het vraagstuk

Succesvol samenwerken vraagt een helder beeld over wat je wilt bereiken en wie daar een belangrijke bijdrage in te leveren heeft. Elk van de partijen werkt vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid, doelen en belangen. Partners worden in deze fase ondersteund bij het bepalen van het echte vraagstuk waar zij samen aan willen werken. Daarbij is aandacht voor hoe individuele doelen kunnen worden gerealiseerd in de gezamenlijke reis. Door hier expliciet aandacht aan te besteden ontstaat verbinding met het gewenste resultaat op uitvoerend en bestuurlijk niveau.

De frame fase gaat om het beantwoorden van een aantal basisvragen. Wat is ons reisdoel? Wie gaan er mee op reis? Hebben we een concrete bestemming voor ogen of is de reiservaring meer van belang? Soms is het resultaat duidelijk te identificeren. Een voorbeeld hiervan is de Taskforce Huisvesting Statushouders. Naar aanleiding van de ‘Pardonregeling in 2007’ moest er voor 27.700 mensen passende huisvesting komen die alleen gerealiseerd kon worden door samenwerking tussen gemeenten, corporaties, COA, IND en overheid. Een complexe opgave, met een concreet en helder eindresultaat. Soms is het resultaat veel minder tastbaar. Dan gaat het om het op gang brengen van een beweging, die uiteindelijk tot resultaat zal leiden. Het programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken is hier een voorbeeld van.

Focus van de inzet

Het samen beklimmen van de Himalaya vraagt een andere voorbereiding dan het samen bouwen van een nieuwe cultuur. Het reisdoel bepaalt dus in grote mate de benodigde inzet. In de focus fase bepalen partijen gezamenlijk de manier waarop ze het vraagstuk aanpakken (strategie en organisatie) en leggen de randvoorwaarden zoals financiën en capaciteit met elkaar vast. Daarbij draait het om vragen zoals: hoe zorgen we ervoor dat we elkaar onderweg niet uit het oog verliezen? Wie betaalt welk gedeelte van de reis? Belangrijk is dat de organisaties het vertrouwen uitspreken in elkaars expertise en ruimte bieden om het uiterste uit hun mogelijkheden te halen.

Als de reisbestemming onbekend is, is het soms moeilijk vooraf de randvoorwaarden te bepalen. Zo is het vormgeven van de samenwerking tussen de ZSM-partners en partners uit het sociaal- en zorgdomein een zoektocht. Zij hadden weinig zicht op wat er voor nodig is structureel samen te gaan werken rondom actuele casuïstiek. Er is daarom voor gekozen op kleine schaal te experimenteren en zo te ontdekken welke randvoorwaarden noodzakelijk zijn voor een structurele samenwerking.

Mobiliseren van de uitvoering

Geen beweging zonder actie. In de engage-fase vindt de uitvoering van de activiteiten plaats en is de reis begonnen. Het is belangrijk om snel concrete activiteiten op te zetten en resultaten te laten zien, dit brengt energie en motiveert de deelnemers aan het netwerk. Voor het programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken is gestart met een netwerk van tien focusbranches waar energie, expertise en goede praktijken aanwezig waren. Er zijn inspiratievideo’s ontwikkeld waarin enkele branches en bedrijven vertellen waarom ze gezond en veilig werken belangrijk vinden en hoe zij hier mee omgaan. Daarmee kon snel aan een brede achterban getoond worden hoe zelf organiseren van gezond en veilig werken in de praktijk tot positieve resultaten leidt. Deze aanpak is een belangrijke motor bij het op gang brengen van een beweging rondom gezond en veilig werken.

Programmatisch Netwerken helpt organisaties met het vormgeven van samenwerkingsverbanden

Borgen en verder brengen

In de sustain-fase gaat het om het doorlopend verbeteren en versterken van het netwerk en het vanaf de start nadenken over de borging van de resultaten van het (tijdelijke) netwerk of samenwerkingsverband. Activiteiten als monitoring, evaluatie en het in kaart brengen van mogelijke succes- en faalfactoren helpen om de inzet van het netwerk te verbeteren: ‘Wat gaan we morgen anders doen’.

Ter ondersteuning van de beweging is voor het Zorgpact een ontwikkelingsgerichte monitor gecreëerd onder de naam Regionale Volgspot. Deze monitor is van en voor de regio. Via gesprekken en een interactieve sessie wordt met elke regio vastgesteld wat de ambities zijn, waar ze daarin staan en wat er in goede samenwerking tussen de partners nog moet gebeuren om die te realiseren. Soms blijkt dat de ambitie moet worden bijgesteld door nieuwe ontwikkelingen. Daarmee levert de monitor aan elke regio weer zijn eigen vervolgagenda. Daarmee is de monitor input voor het starten van de volgende cyclus van het wiel.

Motor van het proces

Een tijdelijke ‘buitenboordmotor’ die de samenwerking ondersteunt en faciliteert, blijkt een belangrijke succesfactor om de gezamenlijke bestemming te bereiken. De eigen inzet van partners is daarbij essentieel, zij maken de verandering door. Van onze opdrachtgevers horen we dat onze rol als motor helpt om resultaten te bereiken, energie vast te houden en betrokkenheid van de partners te garanderen. Wij voegen als tijdelijke buitenboordmotor het organiserend vermogen toe dat nodig is om te komen tot succesvolle samenwerking.

Programmatisch Netwerken leidt tot gezamenlijk resultaat

Met onze kennis van Programmatisch Netwerken hebben we verschillende opdrachtgevers geholpen resultaat te boeken.

  • De Dutch Coalition for Humanitarian Innovation heeft geleid tot een groeiend en bloeiend netwerk van steeds meer organisaties waaronder bedrijven, kennisinstellingen, overheidsorganisaties en humanitaire instellingen die gezamenlijk innovaties vormgeven: er is inmiddels een innovatiefunnel met een groeiend aantal innovatie projecten.
  • Het bieden van procesbegeleiding aan samenwerking tussen partners van de strafrechtketen en in de zorg en het sociaal domein heeft als resultaat dat andere interventies zijn gekozen, die beter bijdragen aan veiligheid. Door een goed onderbouwde effectmeting kan nu op bestuurlijk niveau de volgende fase worden gestart.
  • Het opzetten en uitvoeren van de ontwikkelingsgerichte monitor voor Zorgpact heeft er voor gezorgd dat regio’s een sterkere focus kregen en hun samenwerking effectiever kunnen organiseren en verder uitbouwen.
  • De samenwerking in de regio Haaglanden rondom onderwijs heeft geleid tot nieuwe opleidingsprogramma’s, gezamenlijke voorzieningen, doorlopende leerlijnen en een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
  • Het ondersteunen van gemeenten en corporaties door de Taskforce Huisvesting Statushouders heeft geleid tot het versneld realiseren van huisvesting voor 27.700 statushouders door gemeenten en corporaties.
  • Het programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken van het ministerie van SZW heeft een beweging op gang gebracht van actief en betrokken netwerk van branches, bedrijven en andere organisaties die zelf gezond en veilig werken organiseren. Het programma is door de Katholieke Universiteit Leuven geselecteerd als Europese goede praktijk in het kader van het SESAME-project van de Europese Unie. Dit project richt zich op het verbeteren van gezond en veilig werken in het midden en kleinbedrijf.

Auteurs van het artikel zijn Marleen van Amersfoort (Senior Vice President), Henk van Terwisga (Principal Consultant), Sabine van Eck (Principal Consultant), Eva Miltenburg (Managing Consultant), Arnold van Velzen (Managing Consultant) en Karina Rauh (Managing Consultant).

Nieuws