Wmo, Jeugdwet en Participatiewet kampen met te veel regeldruk

22 december 2016 Consultancy.nl

De drie nieuwe grote wetten in het sociaal domein – de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet – kampen tijdens de uitvoering met te veel regeldruk. De doelstelling om de regeldruk te verminderen tijdens de decentralisaties in het sociaal domein is daardoor nog niet waargemaakt, constateren consultants van Berenschot. 

Per 1 januari 2015 zijn drie nieuwe wetten in het sociaal domein in werking getreden: de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. Deze drie wetten zorgden voor een aanzienlijke uitbreiding van de taken waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn in het sociaal domein. De overkoepelende doelstelling van de wetten was om gemeenten meer eigen verantwoordelijkheid en autonomie te geven in de uitvoering van deze taken, om zo de dienstverlening aan burgers te verbeteren en de kosten omlaag te brengen. 

Een van de onderliggende doelstellingen van de decentralisaties was een vermindering van de regeldruk voor burgers die gebruikmaken van de geboden hulp- en zorgverlening. Uit onderzoek van Berenschot blijkt echter dat gemeenten aan deze doelstelling nog geen gehoor hebben kunnen geven. Het onderzoek, getiteld ‘Regeldruk in het toegangsproces tot het sociaal domein 2016’, werd uitgevoerd in opdracht van adviesorgaan Actal – het Adviescollege toetsing regeldruk. De onderzoekers namen de periode vanaf 1 januari 2015 onder de loep onder meer door middel van een grootschalig surveyonderzoek onder ruim 6.000 mensen. Om de representativiteit te vergroten, hebben de onderzoekers de data gewogen op leeftijd, geslacht, provincie en opleiding. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er nog steeds veel werk aan de winkel is om een vermindering in regeldruk te kunnen realiseren.

Belemmeringen per processtap

Volgens veel burgers is het nog steeds een complexe zoektocht om toegang te vinden tot voorzieningen in het sociaal domein. “De bureaucratie bij de aanvraagprocedures is nauwelijks nog verminderd”, stellen de onderzoekers. Volgens een derde van de respondenten is het proces van de aanvraag min of meer gelijk gebleven. 22% van hen is daarentegen van mening dat het proces alleen maar complexer geworden is, terwijl slechts 5% het proces eenvoudiger vindt dan voor 2015. Bovendien geeft 28% van de respondenten aan dat het doen van een aanvraag meer tijd is gaan kosten dan voor 2015, tegenover 7% die dat nu sneller lukt dan voorheen.

Uit de resultaten blijkt dat het proces van aanvraag 10 grote belemmeringen telt die de ervaren regeldruk van burgers verhoogd. De informatievoorziening is volgens het onderzoek vaak onduidelijk en in sommige gevallen krijgen burgers zelfs helemaal geen informatie over de aanvraagprocedure. De meeste belemmeringen bevinden zich in de processtap aanvraag of melding doen. Zo vindt men het lastig om de juiste ingang naar het proces te vinden en om de benodigde formulieren in te vullen, terwijl vanuit de gemeenten soms meerdere malen om informatie gevraagd wordt en gemeenten er lang over doen om te reageren op aanvragen.

Belemmeringen rondom het formuleren van de hulpvraag zijn volgens de consultants dat er niet één duidelijke aanspreekpunt is, en dat er niet altijd een (goed) keukentafelgesprek met de burger plaatsvindt om de hulpvraag in kaart te brengen. Tot slot is er rondom het beslismoment van de gemeente vaak onduidelijkheid over de criteria waarop gemeenten de aanvraag beoordelen en hun beslissing toelichten, evenals over de besluittermijn en mogelijkheden om bezwaar te maken tegen beslissingen. 

Verder komt uit het onderzoek naar voren dat gemotiveerde besluitvorming, duidelijkheid over (wettelijke) termijnen en een cliëntvriendelijke houding van de gemeente de ervaren regeldruk juist helpen te beperken. “Andere manieren om de ervaren regeldruk te reduceren, zijn bijvoorbeeld een betere inzet van het keukentafelgesprek, slimmer gebruik van de gegevens die bekend zijn bij de overheid en toepassing van de mogelijkheden van digitalisering”, aldus Dirk-Jan Schoneveld, een van de onderzoekers bij Berenschot. De auteurs benadrukken wel dat gemeenten nog druk bezig zijn om de decentralisaties en de uitvoering van hun nieuwe taken goed vorm te geven. Voor sommige zaken zal het dus nog even duren voordat mensen ook daadwerkelijk de gewenste vereenvoudiging kunnen gaan ervaren.

Oplossingen per belemmering

Adviezen voor gemeenten

Om gemeenten te helpen bij het verbeteren van de situatie, hebben de onderzoekers twaalf oplossingsrichtingen opgesteld. Zo moeten de gemeenten ervoor zorgen dat informatie over het aanvraagproces beter vindbaar wordt en begrijpelijker voor burgers. Een ander belangrijk verbeterpunt is het verbeteren van het keukentafelgesprek. “Om het keukentafelgesprek te verbeteren, zijn verschillende oplossingsrichtingen denkbaar: leidt medewerkers goed op, informeer de burger ook schriftelijk over het keukentafelgesprek en wees expliciet over het doel van het keukentafelgesprek”, aldus Schoneveld. De informele aanpak om met burgers in contact te komen is een sterk instrument om regeldruk te verminderen stellen de onderzoekers.

Ook aan de IT-kant kunnen veel verbeteringen worden doorgevoerd. Zo raden de consultants gemeenten aan om de aanvraagprocedure te uniformeren en een cliëntvolgsysteem te introduceren evenals een track & trace voorziening. Maar ook oudere generaties die minder bekend zijn met digitale aanvragen en online omgevingen moeten goed kunnen worden geholpen, wat volgens de onderzoekers betekent dat de gemeenten ook een alternatief moeten bieden voor de digitale route. “Bij een alternatief in de vorm van persoonlijk contact kan gedacht worden aan de inrichting van een spreekuur op een plek waar de burger aanwezig is. Ook een telefonische hulplijn of een goed toegankelijk gemeentelijk loket kan hieraan bijdragen”, aldus Schoneveld.

Nieuws

Meer nieuws over