Fiscalisten verdienen meer maar moeten ook meer uren draaien

14 december 2016 Consultancy.nl

In de arbeidsmarkt voor fiscalisten zijn de effecten merkbaar van de aantrekkende economische omstandigheden in Nederland. Het afgelopen jaar heeft ruim 40% zijn of haar inkomen zien stijgen en meer dan een derde van de fiscalisten verwacht in 2017 een salarisverhoging. Tegelijkertijd moeten fiscale adviseurs echter steeds harder werken voor hun geld, waardoor de zorgen over work-life balans en overwerken nadrukkelijker naar de voorgrond treden.

Voor het vijfde jaar op rij hebben Berenschot en mediabedrijf Sdu onderzoek gedaan naar de HR-ontwikkelingen in de fiscaliteit. Met het onderzoek brengen zij de arbeidsvoorwaarden van fiscalisten in kaart en bekijken verschillende aspecten van het werk, zoals de HR-vraagstukken die hen bezig houden, werkgeluk, work-life balans, opleiding & ontwikkeling en leaseregelingen.

Werkdruk neemt toe

Het onderzoek toont aan dat de werkdruk onder fiscalisten toeneemt – 61% van de fiscalisten zegt regelmatig en onbetaald meer uren te maken dan zijn of haar contract voorschrijft. Veel fiscalisten beginnen dit als een probleem te ervaren: 39% geeft aan het belangrijk te vinden dat de werkdruk vermindert. Ter vergelijking, vorig jaar was dat nog 28%.

Fiscalisten vinden dat balans werk-prive is verstoord

De extra uren die gedraaid worden door een groot deel van de fiscalisten hebben ook hun tol op de balans tussen werk en privé die zij ervaren. 16% meent dat deze balans niet op orde is. Aan de door de werkgever geboden ruimte om werktijden flexibel in te delen kan het volgens de onderzoekers niet liggen: 88% van de respondenten heeft die vrijheid. En negen van de tien fiscalisten krijgen van de werkgever voldoende ruimte om het werk zelf te plannen. Kortom, de werkdruk neemt toe. 

Arbeidsvoorwaarden

Uit de survey blijkt dat 43% van de fiscalisten meer is gaan verdienen in 2016. Voor 53% van de fiscalisten is het inkomen onveranderd gebleven, terwijl 4% het moet doen met een lager inkomen dan in 2015. Gevraagd naar de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden in bredere zin, geeft 70% aan dat die het afgelopen jaar gelijk zijn gebleven. 15% spreekt van een verbetering en 16% van een verslechtering. In het geval van verslechtering ging het vooral om versobering van de arbeidsvoorwaarden, zoals het afzien van de reguliere salarisverhoging of het beperken van de verlofrechten.

Volgens de onderzoekers benadrukken de resultaten hoe de fiscaliteit uit de recessie gekrabbeld is. In de editie van 2014 van het onderzoek sprak bijvoorbeeld nog een op de vier fiscalisten over een verslechtering, waar dat nu nog maar een op de zeven is.

Leaseregeling in de fiscaliteit

Gekeken naar de tevredenheid over beloningen, toont het onderzoek gemixte resultaten. Van alle Nederlandse fiscalisten meent 44% dat zij minder dan marktconform worden beloond. 48% zegt marktconform te worden beloond en 8% heeft een meer dan marktconforme beloning. Voor 2017 rekent 37% van de fiscalisten op een salarisverhoging. 

Van de verschillende mobiliteitsregelingen is in de fiscaliteit de leaseauto de meest toegepaste variant, gevolgd door een tegemoetkoming in de reiskosten. Eén op de vijf fiscalisten heeft geen enkele mobiliteitsregeling.

Werktevredenheid

De werktevredenheid van fiscalisten wordt vooral bepaald door sfeer en collegialiteit, uitdagende projecten en opleidings-mogelijkheden. In 2014 en 2015 stond bedrijfsreputatie nog op de derde plaats, maar zakte dit jaar naar een vijfde plaats. “Het blijft dus belangrijk, maar wordt waarschijnlijk door minder schandalen en weinig media-aandacht iets minder belangrijk gevonden voor de werksatisfactie”, vertelt Hans van der Spek, Manager Kenniscentrum HCM bij Berenschot en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek. Andere zaken die belangrijk worden gevonden voor de werktevredenheid zijn flexibele werktijden en beschikbaarheid van nieuwe technologie.

Factoren die de arbeidssatisfactie van fiscalisten bepalen

Uit de analyse komt ook naar voren dat fiscalisten deelname in een winstdelingsregeling en minder filekilometers veel minder van belang vinden voor de kwaliteit van hun werkzame leven. Ook ruimte voor ondernemerschap vinden relatief veel fiscalisten onbelangrijk. De uitspraak ‘Geld maakt gelukkig’ gaat niet op voor de fiscaliteit. De hoogte van het salaris valt buiten de top 5 belangrijkste factoren voor werktevredenheid – al is het aandeel respondenten die hier belang aan hecht wel gestegen ten opzichte van voorgaande jaren.

Zorgen maken fiscalisten zich met name over onvoldoende budget om doelen te bereiken, met ruim 15% die zich hier zorgen over maakt. Deze angst zou samen kunnen hangen met het feit dat de fiscaliteit één van de weinige vakgebieden is waar permanente educatie een absolute voorwaarde is voor blijvende inzetbaarheid. Tekort aan budget zorgt ervoor dat fiscalisten meer zelf moeten meebetalen aan hun scholing. Bijna een kwart (23%) van de Nederlandse fiscalisten zegt dat zelf is meebetaald aan de bijscholing, waarbij het percentage respondenten dat aangeeft dat de eigen bijdrage meer dan 75% bedroeg de afgelopen jaren is toegenomen. 83% van de fiscalisten zegt het afgelopen jaar een opleiding, training of cursus te hebben gevolgd en van die groep geeft 43% aan dat de bijscholing was bedoeld om de vereiste PE-punten te halen.

Op de tweede plek van zorgpunten staan bezuinigingen op de arbeidsvoorwaarden, het punt waar in 2015 nog de meeste zorgen over waren. De derde plaats wordt gedeeld door twee zorgpunten, namelijk negatieve publiciteit over bijvoorbeeld brievenbusfirma’s en belastingontwijking, en bevriezing van het salaris. Opvallend is dat vier van de zorgpunten zo goed als verdubbeld zijn ten opzichte van vorig jaar. Zo maakt in 2016 bijna twee keer zoveel van de fiscalisten zich zorgen over reorganisaties en ontslag en maakt ruim twee keer zoveel van hen zich zorgen om ontgroening in het personeelsbestand. Een ander deel van de fiscalisten is daar juist blij mee, want ten opzichte van 2015 is het percentage fiscalisten dat zich zorgen maakt over concurrentie van jonge collega’s verdubbeld, net als het percentage dat zich zorgen maakt om concurrentie van zelfstandige professionals.

Een analyse van de positieveranderingen over de jaren heen toont aan dat de betere conjunctuur en gunstige economische vooruitzichten invloed hebben op de onderwerpen waar fiscalisten zich zorgen over maken. Tijdens de laagconjunctuur maakten fiscalisten zich vooral zorgen over bezuinigingen op de arbeidsvoorwaarden, bevriezing van het salaris en afname van de vraag naar hun diensten. Inmiddels maken fiscalisten zich daar veel minder zorgen over.

Waar fiscalisten zich zorgen over maken

Fiscalisten zijn honkvast

Een ander gebied waaraan het onderzoek aandacht heeft besteed is de arbeidsmobiliteit. De resultaten tonen aan dat op het moment zo’n 16% van de fiscalisten op zoek is naar ander werk. De belangrijkste redenen die zij noemen om van baan te wisselen zijn op de eerste plaats betere ontwikkelingsmogelijkheden, op de tweede plaats een betere werksfeer en op de derde plaats betere financiële arbeidsvoorwaarden.

Ten opzichte van andere beroepsgroepen blijken fiscalisten behoorlijk honkvast. In andere sectoren ligt het percentage werknemers dat ander werk zoekt een stuk hoger: marketing 44%, ICT 31%, bouw 27%, chemie 25% en advocatuur 19%. “De fiscalist is klaarblijkelijk een honkvaste beroepsbeoefenaar”, aldus Van der Spek. 

Van de fiscalisten die wel op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging gaat 83% op zoek naar werk binnen de fiscale sector. Door de jaren heen is dit percentage redelijk stabiel gebleven. Wat volgens de onderzoekers wel opvalt, is dat er vier keer meer fiscalisten op zoek zijn naar werk bij een andere werkgever dan naar ander werk bij hun huidige werkgever.

Nieuws