B&A Groep en minister onder vuur voor mislukt onderwijsproject

18 oktober 2016 Consultancy.nl

Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, is onder vuur komen te liggen in de Tweede Kamer voor haar besluit om een consultant van B&A Groep in te huren. De adviseur in kwestie, Hans Kamps, aandeelhouder en bestuurder van B&A Groep, is in opspraak gekomen nadat openbaard werd dat hij aan het roer heeft gestaan van een faliekant mislukt onderwijsproject binnen de overheid, en volgens ambtenaren zelfs heeft gefraudeerd met subsidiegeld. Kamps geeft toe dat er fouten zijn gemaakt, maar bestrijdt de fraudeaantijgingen.

Op 7 oktober bracht Het NRC een groot verhaal naar buiten met de titel ‘Vijf leerlingen geholpen voor 1 miljoen euro’. In het artikel reconstrueerden de journalisten op uitgebreide wijze de ontwikkelingen rondom het omstreden onderwijsproject ‘De Werkschool’. Dit project werd in 2010 gelanceerd door Hans Kamps, kort nadat hij zijn eerdere idee ‘het Vakcollege’ met een persoonlijke winst van €1 miljoen had verkocht aan uitzendbureau USG. Het nieuwste initiatief richt zich op het ontwikkelen van een onderwijsformule die de meest kwetsbare kinderen op het speciaal onderwijs aan werk kan helpen. Doelgroep van de Werkschool zijn met name kinderen met beperkingen of gedragsproblemen.

In die periode worstelen de overheid en gemeenten met het aan het werk krijgen van deze leerlingen. Actuele problemen waarmee de overheid onder meer kampte waren vroegtijdige schoolverlaters en jeugdwerkloosheid. Niet verrassend werd het project van Kamps dan ook in eerste instantie positief verwelkomd door het Rijk. De landelijke Stichting De Werkschool werd opgericht, met Hans Kamps aan het roer, samen met B&A Groep medeoprichters en directeuren Oscar Papa en José ten Kroode, die respectievelijk als secretaris en penningmeester van de stichting fungeerden. De ambities lagen hoog: in het eerste jaar wilde Kamps zo’n vijfhonderd tot drieduizend leerlingen aan werk helpen, en na drie jaar zou de lat op minimaal 18.000 per jaar komen te liggen.

B&A Groep en minister onder vuur voor mislukt onderwijsproject

Stichting De Werkschool

Volgens Kamps fungeert de stichting als een onafhankelijk orgaan, waarin diverse partijen “een stem hebben”. De NRC journalisten concluderen echter dat het Kamps’ adviesbureau B&A was, dat veruit het meeste belang had bij de stichting. Enige tijd na de lancering uitte REA, een organisatie die gehandicapten opleidt voor de arbeidsmarkt en een van de leden van het bestuur van de stichting, haar zorgen over de in hun ogen monopoliepositie die B&A Groep zou innemen. Zij kaartten dit meerdere malen aan bij Kamps, maar nadat er geen actie werd ondernomen, besloot REA de stichting te verlaten. Hierop verzetten ook andere bestuurders zich tegen de bedenker en uitvoerder van het Werkschoolproject. 

Ook vanuit het Rijk werd er aan de bel getrokken. Diverse ambtenaren wezen Kamps op de te sterke positie die B&A innam binnen de stichting en gaven aan te willen vermijden dat de suggestie van “ongeoorloofde staatssteun” werd gewekt. Om dit te voorkomen werd Kamps verzocht om naast B&A ook andere adviespartijen uitvoeringsprojecten binnen het traject te gunnen. Kamps deed deze belofte bij de formele subsidieaanvraag en het Rijk besloot, ondanks hun zorgen, om eind november 2011 de subsidieaanvraag goed te keuren. Een bedrag van drie miljoen verspreid over drie jaar werd aan de stichting toegekend.

Na enkele maanden werden de eerste resultaten van De Werkschool opgeleverd en de overheid was alles behalve enthousiast over het activiteitenrapport dat Kamps verstrekte. Afgezien van de onduidelijkheid over hoeveel kinderen aan het werk waren geholpen was het vooral het ondoorzichtige uitgavenplaatje dat ambtenaren zorgen baarde. Het bleek dat de subsidie in een BV terecht was gekomen, waarin Kamps samen met Papa en Ten Kroode financiële belangen hebben, via enkele tussen-BV’s en holdings. Bovendien was het leeuwendeel van de subsidie van jaar 1 vanuit de bewuste BV gebruikt voor adviesprojecten die waren gegund aan B&A Groep. Met andere woorden, er leek niks terechtgekomen te zijn van de “spreiding van opdrachten” zoals door Kamps beloofd.

Alarmbellen gaan af

Het Rijk besloot hierop de financiën van de stichting in detail onder de loep te nemen. Naast declaraties van vier ton aan de drie B&A medeoprichters had Kamps zichzelf bovendien als consultant (“Kamps fungeert immers als het boegbeeld van de Werkschool”) ingehuurd, waarbij hij zichzelf een tarief van €161.150 toebedeelde. En dat terwijl B&A Groep voor het eerste jaar al €150.000 had gedeclareerd voor geleverd werk van Kamps als consultant. Ambtenaren van het ministerie konden de omvang van deze, in hun ogen, fraude nauwelijks geloven.

Rijksoverheid

Het ministerie besloot hierop onderzoeksbureau Panteia in te schakelen, om te onderzoeken wat het project nu werkelijk had opgeleverd. De analyse leerde dat – uit een pool van vijf Werkschool netwerken – er na jaar 1 slechts drie leerlingen een arbeidsplaats hebben bemachtigd en dat er twee leerlingen stage mochten gaan lopen. Een hard gelag tegenover de 50 tot 100 leerlingen die op grond van het rekenwerk van Kamps waren geprojecteerd. Na enig getouwtrek meldden Kamps en zijn zakenpartners vervolgens dat het opnemen van de managementfee een “administratieve fout” was geweest.

In mei 2013 liet het Rijk Kamps weten dat de subsidie zou worden stopgezet, op gronde van een schending van de Europese aanbestedingsregels en belangenverstrengeling. Daarnaast schreef het ministerie dat het handelen van Kamps en zijn zakenpartners voldoende aanleiding vormde voor “volledige intrekking” van de subsidie. Ondanks deze uitspraak bleef de subsidie voor de adviesopdrachten van B&A tot aan de datum van het subsidiebesluit in 2011 echter van kracht. De gedachte hierachter: het ministerie wist geruime tijd van de monopoliepositie van B&A, maar had dat zo lang genegeerd dat het ministerie een rechtszaak naar verwachting niet zou winnen.

Naast de financiële afwikkeling, zag het ministerie zich met nog een probleem opgezadeld: de roemloze ondergang van het project te moeten melden aan de Tweede Kamer. Het ministerie heeft volgens de NRC journalisten het desastreus verlopen project zoveel mogelijk onder de radar van de kritische Tweede Kamer proberen te houden. In een breder rapport (Voortgangsrapportage Passend Onderwijs), werd pas op de voorlaatste pagina gerept over het mislukte project en de stopgezette subsidie. “Vanwege procedurele fouten inzake het niet naleven van de Europese aanbestedingsregels en onvoldoende belangenscheiding, is besloten de subsidie stop te zetten”, was te lezen in het rapport. Op dat moment viel het nauwelijks iemand op, niet politici, niet de media, en ook niet Consultancy.nl.

Kamps en Bussemaker

Hoe deze zaak zich de afgelopen jaren op deze manier heeft kunnen ontwikkelen, blijft tot op de dag van vandaag nog steeds een raadsel. Sommige politici wijzen op de rol die Jet Bussemaker heeft gespeeld. Zij is volgens ingewijden van het NRC een “goede bekende” van Kamps. In 2004 werd Kamps mede op Bussemakers voorspraak benoemd tot lid van de SER. En voor haar aantreden als minister op 5 november 2012, toen kabinet- Rutte II zijn regeringsperiode startte, was Bussemaker Lid van de Raad van Advies van B&A Groep. Gedurende haar periode als minister bemoeide zij zich, om schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, naar eigen zeggen formeel niet met de Werkschool.

Tweede Kamer

Begin deze maand, toen verschillende politici Bussemaker over de casus aan de tand voelden, omschreef D66'er Paul van Meenen de relatie tussen Kamps en de minister als “uiterst dubieus”. De PvdA-minister gaf in haar antwoord aan dat er van belangenverstrengeling geen sprake was – bij haar aantreden had ze haar adviesfunctie bij B&A immers opgegeven en het dossier had ze overgedragen aan collega-minister Edith Schippers. 

Tweede Kamer leden stelden ook kritische vragen aan Bussemaker over waarom ze Kamps in 2015, ondanks zijn dubieuze trackrecord, toch weer in de arm had genomen. In de zomer van vorig jaar benoemde Bussemaker Kamps namelijk een half jaar lang als gezant bij het noodlijdende ROC Leiden, voor drie dagen per week. De B&A bestuurder kreeg €124.000 overgemaakt voor zijn werkzaamheden. Bussemaker was in haar verweer vrij duidelijk: ze moest de onderwijsconsultant opnieuw in de arm nemen omdat hij nu eenmaal, vanwege zijn “gezaghebbendheid en expertise”, de beste kandidaat was voor de nieuwe klus.

In een reactie op de zaak bestrijdt Kamps dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling en onrechtmatig handelen. “Ik vind dat de stichting en de BV op een transparante wijze zijn vormgegeven”, aldus de consultant tegenover het NRC. Over het feit dat klussen van de stichting werden gegund aan zijn eigen bureau zei hij: “Het ministerie wist vanaf het begin hoe de zaken lagen, en pas later werd bezwaar aangetekend tegen de monopoliepositie van B&A”.

Nieuws