Het belang van Integraal Risicomanagement in de pensioensector

10 oktober 2016 Consultancy.nl

Integraal Risicomanagement (IRM) is in toenemende mate een hot topic in de pensioensector. Zo kondigde De Nederlandse Bank op 31 augustus bijvoorbeeld een onderzoek aan naar de ‘integrity risk appetite’ van banken, verzekeraars, pensioenfondsen, trustkantoren en betaalinstellingen. De integrity risk appetite moet aangeven welke mate van integriteitsrisico’s een instelling kan en wil lopen bij het realiseren van haar doelen of missie.

Professioneel IRM kan helpen bij het maken van een aantal belangrijke afwegingen, zoals de mate waarin wordt ingezet op IT-beveiliging, hoeveel invloed er gewenst is bij de uitbesteding van de pensioenadministratie, welke rol integriteit moet spelen bij de selectie van een vermogensbeheerder, et cetera. IRM is dan ook een belangrijk middel om verantwoording af te leggen en antwoord te geven op de vraag waaraan door een pensioenfonds geld wordt uitgegeven en waarom. Het onvoldoende bewust zijn van risico’s kan achteraf leiden tot vervelende discussies als zo’n risico zich heeft gemanifesteerd.

De vraag of het bestuur hier niet op voorbereid had moeten zijn, is dan onvermijdelijk. Met een goede voorbereiding en heldere onderbouwing van bepaalde keuzes kun je enerzijds risico’s beperken tot een acceptabel niveau en kun je anderzijds op een gedegen manier verantwoording afleggen, ook als het risico zich heeft voorgedaan. Een flink aantal fondsen is zich al enige tijd nadrukkelijk bewust van de toegevoegde waarde van IRM. Sommige partijen hebben daar invulling aan gegeven, maar met wisselend succes. Voor een deel van de sector geldt dat er op IRM-gebied nog veel moet gebeuren. Uiteraard heeft met name een aantal grote fondsen al flink geïnvesteerd in de opzet en invulling van een IRM-proces en daar zijn dan ook zeker ‘good practices’ te vinden.

Het belang van Risicomanagement in de pensioensector

Het toepassen van Integraal Risicomanagement

Om IRM effectief te kunnen toepassen is het belangrijk om antwoord te geven op drie essentiële vragen. Een eerste is of de doelstellingen van het fonds concreet en compleet zijn. Die hangen nauw samen met de missie en visie van het betreffende fonds. Belangrijke onderdelen zijn daarbij bijvoorbeeld welke reputatie wordt nagestreefd en welk kostenniveau acceptabel is. Hoe duidelijker en concreter het bestuur de risico’s koppelt aan haar doelstellingen, hoe effectiever de werking van IRM is.

Ten tweede: zijn de risico’s voldoende tastbaar gemaakt en is de risicohouding concreet geformuleerd? Dat betekent dat voor ieder risico - financieel en niet-financieel - wordt bepaald welke blootstelling acceptabel is. Dit zal afhangen van de relatie van het risico met de doelstellingen en dat verschilt uiteraard per pensioenfonds. Een derde - en misschien wel meest essentiële – vraag is of er echt sprake is van ownership en risicobewustzijn op bestuursniveau. Dat deel van IRM kan niet worden uitbesteed en is cruciaal voor het slagen van IRM. 

Over de hele linie is een duidelijke trend zichtbaar van meer bewustzijn over de noodzaak van IRM, zowel bij pensioenfondsbestuurders als bij uitvoerders. Uitvoerders lijken zich daarbij vaker te realiseren dat zij pensioenfondsbesturen duidelijkheid moeten verschaffen over de risico’s en de beheersing daarvan bij alles wat bij de uitvoering hoort. Daar is overigens nog een wereld te winnen. Maar tegelijkertijd groeit het besef dat uitvoerders niet verantwoordelijk kunnen zijn voor de invulling van IRM bij pensioenfondsen. Die verantwoordelijkheid ligt echt bij het bestuur. Gezien de aard van de relatie vormt de uitvoerder uiteindelijk toch een van de grootste risico’s voor een pensioenfonds. Goede afspraken tussen beide partijen moeten dan ook vooral gaan over de risico’s, de wijze van beheersing en de transparantie hierover in de relatie.

Een artikel van Floris van Rijn, senior consultant bij adviesbureau Willis Towers Watson.

Nieuws

Meer nieuws over