Werkgevers schenken weinig aandacht aan vaderschapsverlof

26 oktober 2016 Consultancy.nl

Nederlandse werkgevers zijn niet of nauwelijks bezig met het verbeteren van het beleid voor vaderschapsverlof. Minder dan een kwart van de werkgevers biedt vaders meer dan twee verlofdagen, het door de wet bepaalde minimum, en slechts 18% van de werkgevers overweegt het aantal beschikbaar gestelde dagen voor vaderschapsverlof te verhogen. Geluk voor toekomstige vaders is dat ze vanaf 1 juli volgend jaar bij wet vijf vaderschapsdagen krijgen van hun werkgever.

In het afgelopen decennium hebben organisaties wereldwijd steeds meer aandacht gevestigd op hun beleid rondom ouderschapsverlof. Hiermee willen ze onder meer inspelen op de veranderende vraag vanuit werknemers, de groeiende ‘war for talent’ en het continue streven naar goed werkgeverschap.

Volgens een recent internationaal onderzoek van HR adviesbureau Mercer, biedt 76% van de bedrijven die beschikken over een wereldwijde ouderschapsverlofregeling, ook een verlofregeling voor vaders. Een van de belangrijkste meetgegevens van vaderschapsverlof: het aantal dagen dat vaders vrij mogen nemen van werk bij de geboorte of adoptie van een kind.

Werkgevers schenken weinig aandacht aan vaderschapsverlof

Een nieuw onderzoek door Mercer Nederland toont dat in vergelijking met andere landen, Nederlandse werkgevers karig zijn met het verschaffen van vaderschapsverlofdagen bovenop de wettelijke norm. Wettelijk gezien hebben mannen in ons land recht op gemiddeld twee vaderschapsverlofdagen (vrouwen krijgen gemiddeld 78 dagen zwangerschapsverlof). Het staat bedrijven echter vrij om meer dagen vrij te geven dan de wettelijke norm, vaak met de bedoeling om goed werkgeverschap te tonen. Hier wordt in de praktijk echter weinig gebruik van gemaakt – slechts 24% geeft meer verlofdagen (gemiddeld 3) dan het wettelijk voorgeschreven minimum, de overige 76% houdt zich aan de wettelijke norm. Ter vergelijking: vaders in Zwitserland krijgen gemiddeld vijf dagen extra.

27% van de Nederlandse bedrijven verschaft alleen vaderschapsverlof aan de biologische vader, terwijl 60% dat doet voor de meest brede definitie van vaderschap: de biologische vader of secundaire verzorger, ongeacht geslacht. Wereldwijd verschaft gemiddeld 54% van de bedrijven enkel de biologische vader verlofdagen, terwijl 34% een ruimere definitie volgt en rekening houdt met de rechten van de primaire verzorger, ongeacht welk geslacht.

Vooruitkijkend concluderen de onderzoekers dat de animo binnen het Nederlandse bedrijfsleven om hun trackrecord op het gebied van vaderschapsverlof te verbeteren, relatief laag is. Minder dan een vijfde (18%) denkt na over het verhogen van het vaderschapsverlof, hoewel ze toevoegen dat ze niet van plan zijn om dit in de nabije toekomst te doen. Dit heeft volgens Bartjan Willenborg, Marketing Leader bij Mercer, vooral te maken met het feit dat vanaf 1 juli 2017 sowieso het aantal vaderschapsdagen al verhoogd wordt naar 5. “Maar de discussie blijft ondanks deze wetswijziging interessant en de vraag is of vaders en moeders gezamenlijk een vast aantal verlofdagen mogen opnemen dat zij naar eigen inzicht kunnen verdelen.”

Nieuws

Meer nieuws over