Den Haag werkt aan betere leefbaarheid met smart-cityprogramma

13 september 2016 Consultancy.nl

Het creëren van banen heeft in Den Haag hoge prioriteit. Tien procent van de Haagse beroepsbevolking had in 2015 geen werk. Daarmee staat de stad in de top drie van Nederlandse steden met een hoge werkloosheid. Om de concurrentiekracht en de economie van de stad te verbeteren, is Den Haag een smart-cityprogramma gestart.

“Den Haag moet aantrekkelijker worden om te wonen en als vestigingsplaats voor bedrijven”, zegt Brian Benjamin, programmamanager Smart City Den Haag. “Ons programma kan daaraan een bijdrage leveren.” Marieke Fijnvandraat van PwC voegt toe: “Bij smart cities gaat het om een integrale visie op de stedelijke ontwikkeling.” Fijnvandraat is gespecialiseerd in innovatie- en netwerkstrategie en al in een vroeg stadium betrokken bij het smart-cityprogramma van Den Haag. 

Behoefte van inwoners

“Binnen het programma combineren we verschillende technologieën op het gebied van informatie en communicatie. Daardoor krijgt Den Haag beter grip op de processen in de stad, met als doel de dienstverlening optimaal af te stemmen op de behoefte van de inwoners. Dat komt de leefbaarheid ten goede en daardoor de aantrekkelijkheid van de stad als vestigingsplaats voor bedrijven. Het gaat onder meer om zaken als parkeren, slimme verlichting, veiligheid, route-informatie en luchtkwaliteit”, aldus Fijnvandraat.

Gemeente Den Haag

Visie en ambitie

De voordelen van het smart-cityconcept zijn groot. Helaas blijkt het realiseren ervan in de praktijk niet eenvoudig. “Het is niet dat het Nederlandse steden ontbreekt aan visie en ambitie om met het smart-cityconcept aan de slag te gaan”, zegt Benjamin. “Alle zichzelf respecterende steden in ons land hebben beleid op dit terrein. Maar het blijkt moeilijk om de stap te zetten van visie naar uitvoering. In veel steden blijft het bij losse pilots die geen vervolg krijgen.” 

Uitrol fundament

De kern van het probleem is dat Nederlandse steden niet beschikken over de vereiste technische voorzieningen die het mogelijk maken diensten verder op te schalen en daarmee rendabel te maken. Fijnvandraat: “Alle smart-citytoepassingen hebben een gemeenschappelijk fundament, zowel in de onderliggende infrastructuur als in de benodigde aanpassingen in de openbare ruimte. De juiste technische voorzieningen moeten aanwezig zijn. Daarbij kun je denken aan een constante stroomvoorziening, hoogwaardige communicatienetwerken, routers, switches, enzovoort. Maar er zijn ook voorzieningen in het straatmeubilair nodig om antennes, sensoren en camera’s te kunnen plaatsen. Die zijn er nu niet.”

Technische beperkingen

Benjamin sluit zich daarbij aan: “Een stadsbrede, hoogwaardige infrastructuur voor smart-cityapplicaties ontbreekt nog. We hebben in Nederland prachtige, historische binnensteden, waarbij het behoud van een mooi stadsgezicht belangrijk is. De benodigde ondergrondse infrastructuur is daar lastig uit te rollen. Dat komt niet alleen door technische beperkingen, maar ook door allerlei regels en procedures waaraan moet worden voldaan. Voor je het weet, ben je jaren verder.”

Singapore

Benjamin heeft de afgelopen tijd werkbezoeken gebracht aan wereldsteden als New York, Shanghai en Singapore. Benjamin: “Een stad als Singapore is nog niet zo oud. Bij het plannen van de stad is destijds al rekening gehouden met de mogelijkheid om de technische infrastructuur onder de stad te kunnen aanpassen of vernieuwen. Dit maakt het voor Singapore aanzienlijk eenvoudiger om de smart-cityvisie te concretiseren.” 

Marieke Fijnvandraat, Brian Benjamin

Denken vanuit oplossingen

Een andere belemmering waar Nederlandse gemeenten mee te maken hebben, is de financiering. Benjamin: “Veel gemeenten missen de budgettaire ruimte om de stap van visie naar uitvoering te kunnen zetten. In Den Haag kiezen we er daarom voor om bij het ontwikkelen van oplossingen nauw samen te werken met marktpartijen. Om het voor bedrijven interessant te maken aan smart-cityprojecten mee te werken, is schaalgrootte een belangrijke voorwaarde. Projecten moeten genoeg omvang hebben om commercieel interessant te zijn. Van onze kant stellen we de voorwaarde dat bedrijven bereid moeten zijn hun businessmodellen aan te passen als dat nodig is. Het is essentieel dat zij nadenken vanuit de oplossingen die wij nodig hebben en niet vanuit hun standaardaanbod van producten en diensten.” 

Goed moment

De ontwikkeling van stedelijke gebieden is in de praktijk een goed moment als het gaat om het realiseren van smart-citytoepassingen. Fijnvandraat: “Op zo’n moment zijn er minder beperkingen. De grond gaat open, waardoor ook de infrastructuur kan worden vernieuwd. Dat is ideaal. Vanuit de gemeente is er budget en zulke projecten hebben voldoende schaal om voor marktpartijen interessant te zijn om mee te doen en op maat oplossingen te ontwikkelen. Het is bovendien een manier van werken die makkelijk te herhalen is. Een draaiboek voor gebiedsontwikkeling kan eenvoudig worden overgezet op andere plaatsen en projecten. Dat is niet alleen interessant voor de gemeente, maar ook aantrekkelijk voor de bedrijven die in het project participeren. Je moet er natuurlijk wel voor zorgen dat de werkzaamheden voor de uitrol van de infrastructuur voor “slimme” toepassingen in het draaiboek worden meegenomen. Dat vergt nauwe afstemming in het programmamanagement.”

Handboek

Benjamin: “Dat is iets waaraan we de afgelopen tijd hard hebben gewerkt. We hebben het Handboek Openbare Ruimte van Den Haag zo aangepast dat daarin nu ook de werkzaamheden zijn opgenomen voor de smart-cityinfrastructuur. Zijn er nu in de stad plannen om een bepaald gebied opnieuw in te richten of te ontwikkelen? Dan kan dat gebied op basis van het handboek op een betaalbare en efficiënte manier worden voorbereid op smart-citytoepassingen. Op dit moment is dat naar onze mening de beste methodiek.” 

Dit artikel is eerder geplaatst in Inzake, het digitale magazine van PwC Nederland (verschijnt vier keer per jaar).

Nieuws

Meer nieuws over