Olympische topsporters verdienen warm fiscaal onthaal in Nederland

16 augustus 2016 Consultancy.nl

De bonus die Olympische sporters ontvangen voor het winnen van een bronzen, zilveren of gouden medaille, zouden zij onbelast moeten kunnen wegzetten. Daarvoor pleit Wiebe Brink, partner bij EY. De sporters zouden deze incidentele inkomsten goed kunnen gebruiken voor sport gerelateerde uitgaven of voor het betalen van studiekosten, zodat zij na hun sportcarrière aan het werk kunnen op de reguliere arbeidsmarkt.

Met de Olympische Spelen in volle gang rijst opnieuw de vraag of er een speciale fiscale regeling moet komen voor topsporters in Nederland. Tijdens grote sportevenementen zoals de Olympische Spelen wordt vaak de discussie gevoerd over het wel of niet belasten van de medaillebonus, die topsporters ontvangen van de NOC*NSF wanneer zij een medaille winnen. “De discussie is niet nieuw, al meerdere malen is geprobeerd om tot een speciale regeling te komen. Het is echter vaak pas bij de aanvang van een groot sportevenement, zoals nu bij de Olympische Spelen in Rio, dat er weer ‘momentum’ is voor de discussie, en de sporters dan uiteraard ‘gehoord’ worden”, legt Wiebe Brink uit, Partner bij EY Tax en specialist op het gebied van het adviseren van topsporters en sportorganisaties.  EY - Rio 2016Brink heeft recent een blog geschreven over het terugkerende discussiepunt. De EY partner is voor een speciale fiscale regeling: “Natuurlijk moeten onze Nederlandse topsporters ook gewoon belasting betalen. Maar het zou zo mooi zijn als we na alle huldigingen en ongetwijfeld mooie woorden fiscaal ook een gebaar kunnen maken naar onze medaillewinnaars.” Als reden hiervoor geeft hij dat topsporters toch ‘bijzondere beestjes’ zijn, die minder dan hun leeftijdsgenoten de tijd hebben om stil te staan bij hun carrière na hun sportjaren. Door de medaillebonus niet direct te belasten, kan de belasting topsporters de ruimte bieden om een studie te betalen.

“En financieel houdt het bij de meeste sporters ook niet over, dus om dan de vaak incidentelere inkomsten na het winnen van een medaille maar eens grotendeels weg te belasten en niet te gebruiken voor een op maat gemaakte overbruggingsregeling, is dan volgens mij een gemiste kans”, stelt Brink. Volgens hem kan de medaillebonus ook goed dienen als ‘overbruggingspotje’, zodat sporters een buffer hebben voor toekomstige sport gerelateerde kosten. Hij voegt toe: “En als het geld hiervoor dan niet wordt aangewend, zou je bijvoorbeeld in de eerste drie tot vijf jaar na het beëindigen van de sportcarrière hieruit een extra financiële aanvulling kunnen betalen om een stukje overbrugging te bereiken. En die uitkering mag dan best belast zijn, dan is er in elk geval een stukje belastinguitstel bereikt. Een beetje analoog aan de voetballers en de wielrenners voor wie wel al heel lang een pensioenregeling bestaat.”

De medaillebonus voor een Nederlandse sporter in Rio is overigens minder hoog dan de bonus die zij in Londen 2012 konden krijgen. Goud levert een sporter anno 2016 nog €25.500 op, ten opzichte van €30.000 in 2012. Ook zilver (€22.500 naar €19.125) en brons (€15.000 naar €12.750) zijn minder waard geworden. Brink sluit af: “Kom op Den Haag. Brazilië heeft al afgesproken om geen belasting te heffen over de medailleopbrengsten van de Nederlandse topsporters. Nu wij nog!”

Nieuws

Meer nieuws over