Nieuwe inkoopmethodes kunnen groene stroom transitie versnellen

15 augustus 2016 Consultancy.nl

Nederlandse groene stroom is nog altijd schaarser dan we zouden willen, bleek onlangs weer uit onderzoek van Somo en Greenpeace. Veel gemeenten in Nederland, grootverbruikers van energie, vergroenen hun grijze stroom met ‘foute’ buitenlandse garanties van oorsprong (GVO’s of groencertificaten) stelden de onderzoekers in hun rapport ‘Kortsluiting op de markt voor groene energie’.

Maar terwijl het debat nu vooral blijft steken rond het begrip ‘sjoemelstroom’ en ‘goede en foute GVO’s’, zou het eigenlijk moeten gaan over de vraag hoe gemeenten en andere grootverbruikers een impuls kunnen geven aan de verduurzaming van het Nederlandse energielandschap, bijvoorbeeld via eigen opwek en nieuwe vormen van energie-inkoop.

Het is namelijk geen kwestie van onwil. Consumenten en grootverbruikers willen in toenemende mate weten waar hun elektriciteit vandaan komt en ze geven er de voorkeur aan hun stroom vooral van Nederlandse duurzame energieprojecten in te kopen. Door (Nederlandse) GVO’s te kopen hopen ze dat daarmee ook meer duurzame energieprojecten tot stand komen. Het aanbod kan echter niet voldoen aan die vraag, waardoor wordt uitgeweken naar buitenlandse GVO’s, die goedkoper en op grotere schaal beschikbaar zijn. Het gevolg daarvan is dat in Nederlandse groene stroom minder wordt geïnvesteerd dan we zouden willen.

Nieuwe businessmodellen voor betaalbare duurzame energie

Daarnaast komt de ontwikkeling van duurzame energieprojecten veel te traag tot stand, waardoor we niet eens in de buurt komen van de Nederlandse ambities en doelstellingen op het gebied van duurzame energie. Een van de oorzaken is dat de vraag niet aansluit bij het aanbod. Grootverbruikers sluiten energiecontracten voor slechts één tot vier jaar en dat is niet in lijn met de investeringshorizon en terugverdientijd van duurzame energieprojecten. De ontwikkeltijd van energieprojecten bestrijkt in de praktijk minimaal vijftien jaar. Het gevolg van die discrepantie is dat Nederland kansen laat liggen en veel mooie plannen niet worden gerealiseerd. 

Grootverbruikers kunnen een impuls geven aan de ontwikkeling van duurzame energie door zich rechtstreeks te verbinden aan energieprojecten en zich voor langere termijn te committeren als afnemer van de energie. Dit vergt een nieuwe rolverdeling tussen consument, producent en de leverancier. De eerste contouren daarvoor tekenen zich af in het buitenland, maar ook in Nederland zoals bijvoorbeeld Google die energie rechtstreeks inkoopt in de Eemshaven. 

Grootverbruikers worden zo onderdeel van de business case. Door op een andere manier energie in te kopen kunnen meer windmolenparken, warmtekrachtcentrales en getijdencentrales worden gerealiseerd en kan het aanbod van Nederlandse groene stroom in lijn worden gebracht met de vraag.

De dialoog moet dus gaan over betere samenwerking tussen de vraag- en aanbodzijde van de markt, door middel van nieuwe inkoopmethodes, waardoor nieuwe businessmodellen ontstaan voor betrouwbare en betaalbare duurzame energie van eigen bodem. In zo’n dialoog ligt de nadruk op nieuwe vormen van inkoop en samenwerking. De toevlucht tot buitenlandse GVO’s zal daardoor minder zijn en de energietransitie zal de impuls krijgen, die te lang is uitgebleven. 

Jeroen van de Kletersteeg is directeur van Climex, adviesbureau voor energie-inkoop en marktplaats voor groencertificaten en emissierechten.

Nieuws

Meer nieuws over