Publiek-private digitale investeringsagenda nodig om voorop te blijven

04 juli 2016 Consultancy.nl

Nederland behoort anno 2016 tot de wereldwijde top van digitale economieën en daar mogen we best trots op zijn. Tegelijkertijd kunnen we echter niet achterover leunen, aangezien de ontwikkelingen op digitaal gebied overal ter wereld een ongekende en alsmaar hogere snelheid aannemen. Stilstand betekent achteruitgang, waarschuwt een nieuw onderzoek van The Boston Consulting Group. Om dat scenario te vermijden zou de Nederlandse overheid digitalisering hoger op de politieke agenda moeten zetten en een grootschalige publiek-private investeringsagenda moeten ontwikkelen om de concurrentie voor te blijven.

Digitalisering is een van de belangrijkste trends van dit moment, die vrijwel ieder segment van het bedrijfsleven op zijn kop zet en ook in Nederland heeft het fenomeen een steeds grotere invloed op ons leven en de economie. De kern van digitalisering draait om een transformatieve verschuiving in technologie, die zowel op de overheid als individuen een enorme invloed heeft. Naast meer efficiëntie en globalisering verandert het ook de manier waarop bedrijven opereren en  hoe markten zich openstellen. Voor zowel bedrijven als de overheid is het omarmen van digitalisering en voorop lopen op dit gebied essentieel, om wereldwijd concurrerend te kunnen blijven en om werkgelegenheid binnen de maatschappij te kunnen bevorderen.

Uit nieuw onderzoek van management consultancy The Boston Consulting Group (BCG) blijkt onder meer dat de impact van digitalisering inmiddels voelbaar is in vrijwel alle industrieën en sectoren in onze samenleving. Onder de belangrijkste technologische verschuivingen die digitalisering stimuleren vallen ontwikkelingen als Internet of Things (IoT), Big data analytics, robotica en concepten als augmented of virtual reality.

Digital technology reshaping industries

Nederland is een van de koplopers op het gebied van digitalisering en behoort tot de wereldwijde top van digitale economieën, concluderen de onderzoekers. In de afgelopen jaren hebben tal van studies laten zien dat Nederland ten aanzien van digitalisering op het hoogste niveau meedraait. Zo schaalt het World Economic Forum in zijn ‘Global Competitive Index’ Nederland in op een vijfde plaats. En in de Digital Density Index van Accenture en Oxford Economics, die de mate meet waarin digitale technologieën zijn doorgedrongen tot bedrijven en de economie van een land, staat Nederland zelfs fier op de eerste plaats.

Niet alleen scoort Nederland sterk op digitalisering, ook kent ons land volgens de auteurs een sterke startup scene, die vooral is geconcentreerd rondom Amsterdam en Eindhoven. Daar hebben zich diverse grote techbedrijven met hun Europese hoofdkantoor gevestigd, waaronder organisaties als Tesla, Uber en Netflix. Kennisoverdracht en een sterke interesse in het techdomein zijn belangrijke pluspunten van Nederland, aldus de onderzoekers.

e-GDP

De combinatie van bovenstaande factoren maakt dat Nederland een relatief sterke interneteconomie kent. Volgens data van BCG was de interneteconomie van ons land (e-GDP) vorig jaar goed voor 6.8% van het BBP – een relatief hoge score. Met het oog op de versnelde groei in de markt en met de aantrekkende focus en investeringen in digital verwachten de onderzoekers dat Nederland tegen 2020 een toppositie zal gaan innemen.

Overmoedigheid?

Ondanks alle lof voor Nederland door economen en denktanks, moet Nederland echter ook waken voor overmoedigheid ten aanzien van zijn toppositie in alle internationale innovatie indices, waarschuwen de onderzoekers van BCG in het rapport. Volgens de auteurs moeten zowel de overheid en het bedrijfsleven in actie komen om de digitale economie de komende jaren nog verder te verbeteren. Doen ze dat niet, dan loopt Nederland het gevaar om te dalen in de rankings. Het onderzoeksrapport, dat in opdracht van Google werd opgesteld, concludeert dat Nederland het op dit moment weliswaar goed doet, maar stelt op basis van een toekomstanalyse ook dat de voorloperspositie van ons land lang niet zo solide is als over het algemeen wordt aangenomen.

Zo pleiten de onderzoekers voor een verbetering van de toegang tot investeringskapitaal voor startups en het MKB-segment. “Toegang tot ‘venture capital’ om innovatieve startups te financieren en deze te laten groeien in het land is een essentieel aandachtsgebied”, schrijven de onderzoekers. Zo lag in 2014 het aandeel van investeringskapitaal, op het totale BBP van Nederland op 0,26%*, net boven het Europese gemiddelde van 0,24%, maar ver onder de 0,76% van toonaangevende landen (bijna drie keer zo hoog als het Nederlandse gemiddelde).

Ook moet de B2B markt voor e-commerce nog aan volwassenheid winnen, stellen de onderzoekers (de B2C markt is goed voor €16,1 miljard). 76% van de Nederlanders shopt online, maar slechts 17% van het MKB – de ruggengraat van de economie – verkoopt zijn producten online. Verder concludeert BCG dat er in ons land een groot gebrek is aan IT professionals – bijna 50% van Nederlandse IT organisaties lukt het maar net aan om hun openstaande functies in te vullen. Hoewel de markt razendsnel digitaliseert bedraagt het aantal afgestudeerde professionals met een IT-profiel ‘slechts’ 3% van het totaal. De onderzoekers verwachten dat er rond 2020 een gebrek aan zo’n 54.000 IT professionals zal bestaan. Ook de efficiëntie van de arbeidsmarkt moet over de hele linie verbeterd worden, stellen de onderzoekers. Wereldwijd staat Nederland bijvoorbeeld op de 17de plek in de internationale ranglijst van ‘meest efficiënte arbeidsmarkten’.

Assessment

De onderzoekers zien nog meer verbeterpunten voor Nederland voor de komende jaren. Zo moet Nederland zijn houding ten opzichte van faillissementen veranderen, zowel vanuit een juridisch als cultureel perspectief, om ondernemerschap te stimuleren en risicobereidheid van ondernemers te verhogen. Verder wijzen de onderzoekers op verbeterpunten in de wetgeving van Nederland. Weliswaar doet Nederland het goed op een aantal punten, maar het kan zich – in de afhandeling van platform businessmodellen en de mate van openheid voor en het bevorderen van het experimenteren met nieuwe technologieën – nog verbeteren. Daarnaast kan Nederland zich verbeteren ten aanzien van de flexibilisering van de arbeidsmarkt en op het snijvlak van IP- en data veiligheidswetgeving.

De consultants benadrukken verder dat diverse landen op het gebied van digitalisering een flinke inhaalslag aan het maken zijn. “De goede uitgangspositie van Nederland mag geen reden zijn om achterover te leunen. Digitalisering en globalisering zorgen voor razendsnelle veranderingen in de markt. Overmoedigheid kan er toe leiden dat landen, waaronder ook Nederland, in korte tijd worden ingehaald”, schrijven de auteurs. Met andere woorden, het gevaar dat Nederland wordt ingehaald door markten die digitalisering sneller oppikken, ligt op de loer. Ter illustratie becijferen de onderzoekers dat tussen 2014 en 2020 de kloof tussen de bijdrage van de interneteconomie van Nederland en China aan hun respectievelijke BNP, met meer dan 50% verkleind zal worden. Vooral  Hongkong, China, Taiwan en Zuid-Korea worden door de onderzoekers als grote concurrenten genoemd, voor Nederland en voor Europa in het algemeen.

Digitale investeringsagenda
De onderzoekers dringen aan op een integrale ‘digitale investeringsagenda’, die uit diverse beleidsmaatregelen en initiatieven bestaat. Voorbeelden die de auteurs geven zijn onder andere een soepelere belastingwetgeving, investeringsfondsen die door pensioenfondsen gerund worden of bijvoorbeeld de focus op het vinden van investeerders uit het buitenland. Ook wijzen de onderzoekers op het belang van onderwijs en pleiten er voor dat scholen digital zo vroeg mogelijk op het lesprogramma zetten. Verder zijn de onderzoekers van mening dat het voor startups en MKB’ers gemakkelijker moet worden gemaakt om mee te mogen doen aan aanbestedingstrajecten, of dat ondernemerschap van eigen werknemers binnen startups lager belast zou moeten worden.

Digital single market

Wanneer beleidsmakers in ons land voldoende aandacht schenken aan bovenstaande uitdagingen en hun hervormingsagenda met succes weten te implementeren, dan liggen er lucratieve rendementen in het verschiet, stellen de consultants. Ze becijferen dat Nederland, wanneer het zich internationaal gezien een digitale leider mag blijven noemen (en bovenop Europa’s DSM strategie**), tegen 2020 circa 1,1% aan extra BBP zou kunnen realiseren ten opzichte van de 'baseline'. Wanneer Nederlandse ondernemers disruptieve technologieën omarmen (big data analyse, IoT, robotica en augmented reality), dan kan de impact op onze economie nog eens 50% hoger uitvallen en de groei zelfs laten uitkomen op 4,3%, becijfert BCG. Tegen 2020 zou dat een stijging van het Nederlandse BBP van meer dan €97 miljard betekenen, waarmee ons land zou behoren tot een van de snelst groeiende economieën ter wereld.

Wanneer deze cijfers vertaald worden naar werkgelegenheid, dan kunnen tegen 2025 zo’n 650.000 voltijdbanen gecreëerd worden, circa 7% van de huidige beroepsbevolking. Veel van deze banen zullen naar verwachting ontstaan binnen kleine en innovatieve ondernemingen, maar volgens de onderzoekers zullen ook gevestigde spelers die voldoende investeren in digitalisering kunnen blijven groeien. “Dit is een kans die Nederland niet mag laten lopen”, sluiten de auteurs af.

* Data afkomstig van de European Venture Capital and Private Equity Association (EVCA).

** De berekeningen veronderstellen dat Europa de komende jaren zijn plannen voor een Digital Single Market (DSM) zullen uitrollen. DSM is gebaseerd op het principe dat bedrijven en regeringen volop kunnen profiteren van de mogelijkheden van digitalisering zonder beknot te worden door regelgeving in een van de 28 lidstaten (27 wanneer de Brexit formeel wordt doorgezet). Volgens berekeningen van Cambridge Econometrics kan DSM tegen 2020 mogelijk €415 miljard per jaar aan extra waarde opleveren voor de Europese economie.

Nieuws