Nederlanders bezorgd over financiële toekomst, vooral dertigers

06 juli 2016 Consultancy.nl

Twee derde van professionals wereldwijd verwacht dat zij na hun pensionering slechter af zijn dan de generatie van hun ouders. Met name dertigers maken zich zorgen over hun financiële toekomst, blijkt uit internationaal onderzoek van Willis Towers Watson. Ook in Nederland maken professionals zich meer dan gemiddeld zorgen over hun financiële toekomst. 

Anno 2016 en de komende jaren krijgt de wereldwijde en Nederlandse pensioensector te maken met enorme veranderingen van het landschap. De veranderende demografische samenstelling van de Nederlandse bevolking en de langere verwachte levensduur van mensen zorgen er voor dat steeds meer mensen aanspraak maken op pensioenvoorzieningen. Tegelijkertijd worstelt de beroepsbevolking steeds vaker met de financiële lasten van gepensioneerden. De voortdurende onrust die binnen de financiële markten heerst (en die een impact heeft op de waarde van pensioenfondsen en hun dekkingsgraden,) de golf aan nieuwe regelgeving binnen de sector en tal van overige trends in de markt maken het beeld compleet.

Deze ontwikkelingen maken dat professionals zich – ten aanzien van hun pensioen – in toenemende mate zorgen maken over hun toekomstige welvaart. Een recent onderzoek van Willis Towers Watson, uitgevoerd onder 30.000 professionals in negentien landen, schetst over het algemeen een pessimistische stemming. Wereldwijd gezien geeft bijvoorbeeld bijna twee derde (66%) van de respondenten aan dat ze ten aanzien van hun pensioen verwachten slechter af te zullen zijn dan hun ouders. In Europa ligt dit percentage op meer dan driekwart (76%). Bovendien verwacht wereldwijd gemiddeld een derde (34%) dat zij – 15 jaar na het ingaan van hun pensioen – niet over voldoende middelen zullen beschikken om rond te komen. En gekeken naar een periode van 25 jaar na ingang van het pensioen, ligt dit percentage zelfs op meer dan de helft (53%). Voor Europa zijn soortgelijke percentages te zien (33% versus 58%).

The long-term outlook

Op basis van de antwoorden van alle respondenten, waaronder zo’n 1.000 in ons eigen land, maken de onderzoekers onderscheid tussen vier type werknemers als het gaat om hun financiële zorgen. Allereerst is er de groep die zich zowel op de korte als lange termijn geen zorgen maakt (‘unworried’). De tweede groep (‘future worries’) beslaat professionals die zich uitsluitend zorgen maken over de lange termijn en groep drie (‘current worries’) omvat werknemers die zich alleen zorgen maken over de korte termijn. Groep vier (‘struggling’) heeft betrekking op professionals die financiële pensioenzorgen hebben op de zowel korte als lange termijn.

Uit de bevindingen van Willis Towers Watson valt op te maken dat wereldwijd gezien ongeveer de helft (47%) zich geen zorgen maakt over hun financiële situatie rond hun pensioenleeftijd, terwijl een kwart (25%) van de respondenten zich zorgen maakt over de lange termijn. In Europe uiten gemiddeld ongeveer evenveel professionals (46%) geen financiële zorgen, terwijl een iets groter percentage (30%) zich zorgen maakt op de lange termijn. Nederlandse respondenten hebben in verhouding gemiddeld nog minder financiële pensioenzorgen. Bijna zes op de tien (58%) respondenten, maakt zich niet druk op zowel de korte als lange termijn. Als het gaat om professionals die zich op korte termijn zorgen maken, dan is dat in ons land ruim een kwart (28%), een relatief hoog percentage vergeleken met de wereldwijde en Europese gemiddelden (respectievelijk 10% en 7%).

Financial worries

In Nederland zijn het met name young professionals die zeer bezorgd zijn over hun financiële situatie. “Twintigers en dertigers hebben te maken met financiële uitdagingen zoals een studielening, hypotheek en de kosten van de opvoeding van kinderen. Hierdoor krijgen lange termijn thema’s, zoals pensioensopbouw, minder aandacht”, legt Edwin de Jong uit, senior consultant bij Willis Towers Watson. Dit heeft ook te maken met het vertrouwen dat mensen hebben in het pensioensysteem. Zo verwacht 72% van de ondervraagde Nederlandse professionals dat wanneer zij met pensioen gaan sociale zekerheidsniveaus aanzienlijk zullen zijn afgenomen. 

Zorgen hebben impact op prestaties

Uit het onderzoek blijkt verder dat financiële zorgen een negatieve invloed kunnen hebben op het persoonlijke en professionele leven van werknemers.

Kijkend naar de wereldwijde cijfers dan valt bijvoorbeeld op te maken dat professionals die kampen met financiële zorgen hogere stresslevels laten zien. Logischerwijze verschillen de percentages van respondenten die stress ervaren per groep. Zo ervaart 68% van de respondenten wereldwijd stress als gevolg van financiële zorgen, terwijl dit in de groep die zich geen zorgen maakt, ‘slechts’ een kwart (26%) betreft. De Europese waarden en die in de Asia Pacific regio liggen niet heel veel hoger – respectievelijk 72% vs 26% en 73% vs 30%. Van de Nederlanders die zich op dit moment zorgen maken over hun financiële situatie, heeft maar liefst 64% last van stress.

Issues employees face tend to cluster

Deze stresslevels hebben een negatieve impact op de gezondheid van veel professionals. Ten aanzien van werknemers met zowel lange als korte termijn financiële zorgen (‘struggling’) voeren Europa en Azië de boventoon als het gaat om het percentage werknemers dat te maken krijgt met een slechtere gezondheid als gevolg van stress. In Nederland heeft ongeveer een derde van de werknemers in deze categorie last van een slechtere gezondheid.

De slechtere gezondheid en hogere stresslevels hebben op hun beurt negatieve gevolgen voor werkgevers, door de negatieve impact op de productiviteit, betrokkenheid en tevredenheid van werknemers. Kijkend naar werkplekken met hoge stresslevels kent Europa een relatief hoge mate van verzuim, in vergelijking met de rest van de wereld. Zo is er in Europa sprake van een gemiddeld verzuim van 6,2 FTE dagen – wereldwijd ligt dit gemiddelde op 4,1. Ook in minder stressvolle werkplekken ligt het verzuim in Europa overigens het hoogst.

Why doest it matter?

In Nederland is het met name de vierde groep, die – vooral vergeleken met de groep die zich helemaal geen zorgen maakt – meer kans loopt op negatieve gevolgen van hun financiële zorgen. Zo bestaat er bij deze groep een tien keer zo grote kans dat hun financiële zorgen een weerslag hebben op hun werk. Ook is de kans dat deze professionals ongepland afwezig zullen zijn op het werk 30% groter en bestaat er een even zo grote kans dat zij minder betrokkenheid tonen. Bovendien ervaart deze groep dubbel zo vaak stress op het werk, in verhouding tot de eerste groep.

Compared to unworried

De onderzoekers concluderen dat voor bijna de helft van de Nederlandse professionals geldt dat zij gematigd positief zijn over een actieve bemoeienis van werkgevers met hun financiële leven. “Werkgevers kunnen hun werknemers helpen door flexibiliteit en persoonlijke keuzes te bieden bij het bestrijden van persoonlijke financiële zorgen, zegt De Jong. Hij geeft een aantal voorbeelden: “Zo zijn er bedrijven die niet alleen een ruime pensioenbijdrage bieden, maar medewerkers bovendien de keuze bieden aan welke spaarinstrumenten – zoals een individueel spaarplan of het bedrijfspensioenplan – zij een deel van dat geld willen toewijzen. Dat kan medewerkers helpen met hun financiële doelstellingen, zowel op korte als op middellange en lange termijn.”

Het is voor werkgevers essentieel om te beseffen dat de situatie van werknemers verschillend is en dat werkgevers dus niet met één algehele oplossing kunnen volstaan, geeft De Jong aan. Zo heeft meer dan de helft geen financiële problemen, één op de drie lange termijn zorgen, één op de zeven korte termijn zorgen, en worstelt ruim één op de tien met zowel de korte als de lange termijn.

Nieuws

Meer nieuws over