Planning voor de implementatie van de nieuwe Omgevingswet

20 juni 2016 Consultancy.nl

De nieuwe Omgevingswet, de grootste herziening van wet- en regelgeving ooit ,zal – wanneer deze in 2019 in werking treedt – zorgen voor allerlei verbeteringen in de manier waarop ruimtelijke ordening in ons land wordt ingeregeld. De komst van de Omgevingswet betekent echter dat er veel verandert voor tal van stakeholders, van gemeenten en provincies tot waterschappen en ondernemers. Op tijd van start gaan met deze veranderopgave is essentieel, stelt Marco Kerstens, partner bij BMC Advies.

In 2019 is de nieuwe Omgevingswet van kracht. De nieuwe wet van de overheid bundelt de regels voor ruimtelijke projecten en zal naar verwachting een enorme impact hebben – volgens analisten gaat het om de grootste herziening van wet- en regelgeving ooit, en om een van de eerste grootschalige wijzigingen rondom de Nederlandse Ruimtelijke Ordening in ruim 100 jaar. In de Omgevingswet worden 26 bestaande wetten op het gebied van onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur gebundeld en daarmee teruggebracht tot één. Daarnaast wordt het aantal Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s), de pilaren van de Omgevingswet, gereduceerd van 120 naar vier*.

“In 1810 werd in Nederland de Mijnwet van kracht: de eerste wet gericht op de leefomgeving. Sindsdien zijn er talloze wetten en regels op dat gebied bij gekomen. Zo is een ingewikkeld geheel ontstaan, waarin bijna niemand meer de weg kan vinden. Dat moet eenvoudiger en beter. Daarom is er nu het wetsvoorstel voor de Omgevingswet”, aldus het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM).

De impact van de nieuwe Omgevingswet

Deze vermindering van regels moet volgens het ministerie van IenM leiden tot meer kwaliteit voor de leefomgeving, een grotere keuzevrijheid voor ondernemers, kortere procedures en minder onderzoekslasten. Zo zal het makkelijker worden om ruimtelijke projecten te starten, bijvoorbeeld woningbouw op voormalige bedrijventerreinen of de bouw van windmolenparken. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen.

De invoering van de nieuwe Omgevingswet heeft te maken gekregen met vertraging, ten opzichte van de oorspronkelijke planning van het kabinet. Aanvankelijk werd 1 januari 2018 als ingangsdatum aangehouden. Na verloop van tijd liet de minister de datum 1 januari los en werd in de communicatie van het ministerie “2018” aangehouden, waarbij werd gekoerst op het eind van dat jaar. In maart dit jaar meldde de minister dat het wetgevingsproces toch meer tijd kost. “Vanuit een zorgvuldig proces, waarbij voldoende tijd wordt genomen voor de parlementaire behandeling en de implementatie is het niet langer mogelijk om eind 2018 te starten met het nieuwe stelsel. Het eerst mogelijke moment van inwerkingtreding van de stelselherziening wordt voorjaar 2019.”

De belangrijkste reden voor de vertraging vormt de complexiteit van de wetgeving. Zo moeten de kaders van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) – Omgevingsbesluit; Besluit kwaliteit leefomgeving; Besluit bouwwerken leefomgeving en Besluit activiteit leefomgeving – op de rails worden gezet en verder uitgewerkt worden. De openbare consultatieperiode van de vier AMvB’s stond gepland voor april maar gaat pas in juli van start.

Daarnaast lopen er nog allerlei andere complexe trajecten. Zo moet een brug worden geslagen tussen de oude wetgeving en de Omgevingswet. Hiervoor wordt een begeleidende wet ontwikkeld (‘Invoeringswetgeving Omgevingswet’) en ook deze loopt momenteel achter op het initiële schema. Bovendien wordt gewerkt aan aanvullingswetten voor bodem, geluid, grond en natuur. Het is de bedoeling dat de aanvullingswetten gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treden. “De optelsom van alle stappen die gezet moeten worden maakt het een gigantische operatie”, zegt Chris Kuijpers, directeur-generaal Milieu en Internationaal bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. 

Planning voor de implementatie van de nieuwe Omgevingswet

Voor alle stakeholders – de wet raakt gemeenten, provincies, waterschappen, agentschappen en verschillende overige instellingen – zullen de veranderingen een enorme impact hebben op hun bedrijfsvoering. “De impact is vergelijkbaar met die van de transformatie in het sociaal domein”, stelt Marco Kerstens, partner bij BMC Advies, de adviestak van BMC Groep. “De Omgevingswet creëert ruimte voor bewoners, bedrijven en bezoekers om in grote mate van zelfstandigheid richting te geven aan hun eigen leefomgeving. Dit heeft effect op de inhoud en vorm van het ruimtelijke instrumentarium. Maar meer nog heeft het impact op de houding en het handelen van organisaties. De veranderopgave zal slechts voor 20% gaan over techniek, maar voor zeker 80% over cultuur.”

Hierdoor is het volgens Kerstens essentieel om zo vroeg mogelijk te starten met de voorbereidingen voor de nieuwe Omgevingswet. Dat begint met het opstellen van een visie op het ruimtelijke ordening domein, waaruit ambities gedistilleerd kunnen worden. Tegelijkertijd moet er nagedacht worden over een projectorganisatie die de leiding neemt over de veranderopgave. De projectorganisatie stuurt vervolgens de verschillende ontwikkeltrajecten op de inhoud en vorm van het ruimtelijke instrumentarium en op de houding van medewerkers en de cultuur binnen de organisatie.

* De belangrijkste wijzigingen op een rij: van 26 wetten naar 1; van 5.000 wetsartikelen naar 350; van 120 ministeriële regelingen naar 10; van 120 algemene maatregelen van bestuur naar 4; 1 wet voor de hele leefomgeving en van meerdere bestemmingsplannen naar 1 omgevingsplan.

Nieuws