Onderwijskwaliteit van docenten op universiteiten laat te wensen over

15 juni 2016 Consultancy.nl

Het onderwijs van circa 30% van de universitaire docenten in Nederland is ondermaats. Dat stellen veertien topdocenten in interviews met adviesbureau Goudsteen & Company. De nadruk zou te veel liggen op onderzoek doen, waarbij onderwijs geven slechts bijzaak is. 

Binnen de onderwijswereld wordt er maar weinig onderzoek gedaan naar de onderwijskwaliteit in het wetenschappelijke onderwijs aan Nederlandse universiteiten. Een verklaring hiervoor is volgens veel onderwijswetenschappers dat de focus bij universiteiten – als wetenschappelijke centra – helemaal niet ligt op de kwaliteit van het onderwijs, maar op de kwaliteit van het onderzoek. Dat blijkt uit onderzoek van Goudsteen & Company, een adviesbureau uit Zwolle. Voor het onderzoek hield het adviesbureau interviews met veertien topdocenten van Nederlandse universiteiten. Deze topdocenten hebben allen een Docent-van-het-jaar-prijs of een van de andere Onderwijsprijzen gewonnen. Bovendien spraken de onderzoekers met zestig onderwijswetenschappers.

Het onderzoek, dat in hoofdlijnen gaat om de belangrijkste eigenschappen van universitaire topdocenten, geeft daarnaast ook inzicht in de disbalans tussen onderwijs en onderzoek op de Nederlandse universiteiten. “Universiteiten zijn als centra van wetenschap enorm gefocust op het vergaren van kennis door onderzoek. Opzienbarend genoeg krijgt de kwaliteit van overdracht van die vergaarde kennis zeer weinig aandacht. Vanuit de universiteiten ontbreken prikkels om het onderwijs te verbeteren”, aldus Peter Langerak, Associate Partner bij Goudsteen & Company. “Het is belachelijk dat onderwijskwaliteit zo’n taboe is, het heeft aan deze universiteit geen prioriteit”, illustreert een van de respondenten. 

Kwaliteit universitaire docenten volgens topdocenten

Doordat de focus op onderzoek ligt, wordt door een deel van de docenten minder waarde gehecht aan het geven van kwalitatief goed onderwijs. Volgens schattingen van de topdocenten laat de onderwijskwaliteit van 30% van de universitaire docenten te wensen over. 25% behoort tot de categorie topdocenten, die zichzelf onderscheiden door constant het onderwijs te willen verbeteren en er alles aan doen om studenten te ondersteunen. Volgens de topdocenten is er echter ook een deel van de ‘slechte’ docenten dat wel goed onderwijs wil geven, maar dit niet kan vanwege het gebrek aan begeleiding. “Zij worden voor de leeuwen geworpen en knappen af op onderwijs, of ze zitten het uit. Dat vind ik ontzettend jammer”, aldus een van de respondenten.

Gebrek aan beoordeling
Een ruime meerderheid van de docenten van bijna 80% geeft aan dat zij en hun collega’s niet formeel beoordeeld worden op hun onderwijsprestaties. De prikkels om beter onderwijs te gaan geven ontbreken hierbij volgens de topdocenten. “Zowel disfunctioneren als de extra inzet voor topprestaties worden gedoogd”, aldus Langerak. Een respondent vult aan: “Docenten maken een afweging: ik kan het onderwijs wel verbeteren, maar hoeveel extra tijd kost me dat?”

Aan de onderwijswetenschappers vroegen de onderzoekers waarom er in wetenschappelijk onderzoek zo weinig aandacht is voor de onderwijskwaliteit op universiteiten. Zij gaven in totaal zes verschillende redenen voor het ontbreken van wetenschappelijke aandacht voor onderwijskwaliteit in het WO. Dit blijkt een vicieuze cirkel te zijn. 24% geeft aan dat de onderwaardering van het onderwijs ervoor zorgt dat er minder onderzoek naar gedaan wordt. Omdat het niet belangrijk gevonden wordt, is er volgens 32% dan ook geen geld beschikbaar voor onderzoek. Het onderzoek dat wel gedaan wordt gaat vervolgens niet over de kwaliteit van docenten, meldt 16%, en dat komt volgens 10% doordat de rol van de docent wordt onderschat.

Waarom is de docent in wetenschappelijk onderzoek een ondergeschoven kindje?

De perceptie bestaat bij veel mensen dat de verantwoordelijkheid voor studieresultaten volledig bij de student zelf ligt. Vakinhoudelijke kennis is genoeg om te kunnen doceren, is de algemene gedachte, daar zijn verder geen onderwijsvaardigheden voor nodig. 10% geeft aan dat het lastig is om onderzoek te doen naar de onderwijskwaliteit van docenten. Tot slot vertelt 8% dat er wel onderzoek gedaan wordt, maar vanwege de kleinschaligheid van dit onderzoek is de impact daarvan ook laag. De lage impact zorgt er op zijn beurt voor dat onderwijs geen belangrijk onderzoekonderwerp wordt gevonden, wat de cirkel volgens de onderzoekers rond maakt. 

Naar aanleiding van het onderzoek van Goudsteen & Company komen er geluiden van herkenning uit zowel de onderwijswereld als de politiek. Minister Bussemaker vertelde tegenover de NOS dat zij het probleem herkent: “De balans tussen onderzoek en onderwijs is de afgelopen jaren doorgeslagen naar onderzoek en moet weer in balans komen. Het moet voor excellente docenten net zo normaal zijn om carrière te maken als voor excellente onderzoekers.” Om die reden heeft zij onder meer het Comeniusbeurzenprogramma gelanceerd, dat erop gericht is om verbetering en vernieuwing van het onderwijs te stimuleren door goede docenten in het hoger onderwijs te belonen voor hun inspanningen. 

Nieuws

Meer nieuws over