KplusV begeleidt IPC-onderzoeksproject gericht op biomassa

04 mei 2016 Consultancy.nl

Begin april vond de kick-off plaats van het IPC-onderzoeksproject ‘Verwaarding van biomassa/reststromen’. Onder leiding van Stichting Biobased Business, KplusV en ASQA Subsidies gaan veertien MKB-bedrijven aan de slag met innovaties gericht op de verwaarding van biomassa en reststromen. Zo willen zij een belangrijke impuls geven aan de overgang naar een meer ‘biobased economy’.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO; onderdeel van het ministerie van Economische Zaken) wil innovatie in het Nederlandse bedrijfsleven stimuleren. Om dit te realiseren, heeft RVO verschillende actieplannen opgesteld en subsidieregelingen in het leven geroepen. Een van deze subsidieregelingen is het InnovatiePrestatieContract, ook bekend als IPC en in gebruik sinds 2005. De doelstelling van het IPC is om groepen van tien tot twintig MKB-ondernemingen uit dezelfde regio en binnen dezelfde keten of branche samen te brengen, zodat zij samen aan de slag kunnen gaan met meerjarige innovatietrajecten. Voor 2016 is een bedrag van bijna €2,8 miljoen beschikbaar gesteld voor deze regeling.

Sinds de start van de IPC-regeling is een groot aantal projecten van subsidie voorzien. De database van RVO laat zien dat tot nu toe 2.435 ondernemingen van de regeling gebruik hebben gemaakt. Veertien van deze ondernemingen nemen deel aan het IPC-onderzoeksproject ‘Verwaarding van biomassa/reststromen’. Dit project heeft tot doel om een belangrijke impuls te geven aan de ontwikkeling van het gebruik en de toepassing van biomassa en reststromen als grondstof, als vervanging van fossiele grondstoffen. De MKB-ondernemingen die deelnemen aan het innovatieproject ontvangen subsidie om gezamenlijk succesvolle en economisch verantwoorde biobased innovaties te realiseren. De overgang op biobased producten wordt gezien als een belangrijke stap binnen de transitie naar een duurzame en groene economie. Het IPC-project is opgezet vanuit het idee dat er in deze overgang veel kansen liggen voor ondernemingen, maar ondanks de aanwezigheid van voldoende kansen is er nog veel werk aan de winkel voordat men kan spreken van een ‘biobased economy’.

‘Verwaarding van biomassa/reststromen’ sluit als project nauw aan op de doelstellingen van het Biobased Economy-programma van RVO. Dit cross-sectorale topcluster zet in op de ontwikkeling en het gebruik van bioraffinage en biobased polymeren. “De transitie naar een biobased economy leidt tot veel economische activiteiten, nieuwe (activiteiten bij) MKB-bedrijven en nieuwe product-marktcombinaties voor bestaande bedrijven”, aldus de RVO. Het innovatieproject beoogt hierop in te spelen door innovaties op het gebied van verwaarding van biomassa en reststromen te koppelen aan kennis uit de procestechnologie en de potentiële applicaties daarvan bij eindgebruikers te onderzoeken. Die applicaties kunnen flink variëren. Voorbeelden die genoemd worden zijn onder meer het winnen van eiwitten uit planten voor de productie van vleesvervangers en het gebruik van algen voor waterzuivering. Ook het ontwikkelen van biologisch afbreekbaar plastic en het verwerken van eierschalen tot huidverzorgingsproducten behoren tot de mogelijkheden.

In totaal nemen zes consortia van veertien bedrijven deel aan het tweejarige samenwerkingsproject. De deelnemende partijen zijn: InnoStart Consulting, Technology 2 Market, PureWaterWell, Turbin, AF&F Effluent Polishing, Maan Research & Development, KNN Bioplastic, Proti-Farm R&D, Sterkenburg, Noblesse Proteïns, Hyproba, Tolkamp InPro, Jonker Petfood en Maja R&D Services. Samen gaan zij zich inzetten voor de ontwikkeling van nieuwe biobased producten en processen.

Het programma wordt begeleid en gemonitord door drie externe partijen: KplusV, een consultancybureau met zo’n negentig adviseurs dat zich beweegt op het snijvlak van innovatie, ondernemerschap en organisatieadvies, en onder andere gespecialiseerd is in de biobased economy en circulaire economie; Biobased Business*, een stichting die het Nederlandse bedrijfsleven ondersteunt bij het opzetten van nieuwe commerciële activiteiten gericht op de biobased economy; en ASQA Subsidies, een subsidieadviesbureau uit Sappemeer dat zich richt op technologische innovatiesubsidies. Zij zullen onder meer de collectieve en individuele activiteiten van de deelnemers begeleiden en spelen een actieve rol in het organiseren van bijeenkomsten voor de deelnemers en het versoepelen en stimuleren van onderlinge communicatie.

Het is juist deze communicatie die “de bron vormt voor de echte vernieuwingen”, aldus de organisatoren. KplusV en ASQA Subsidies zullen zich er om die reden voor inspannen dat aan de juiste randvoorwaarden voldaan wordt om effectieve kennisdeling te faciliteren. “Innovatie, samenwerking en kennisoverdracht staan centraal”, aldus Edwin Hamoen, senior consultant bij KplusV en expert op het gebied van de biobased economy en renewable energy. “De ontwikkelingen en de uitdagingen van alle consortia lenen zich uitstekend voor cross-sectorale samenwerking. Elk consortium houdt zich immers bezig met de ontwikkeling van productieketens. Om de impact van deze innovaties te vergroten, gaan de verschillende consortia de ontwikkelde kennis actief delen om van elkaar te leren”, aldus Hamoen. “Zo profiteren de bedrijven niet alleen van hun eigen activiteiten en de kennis die zij daarbij opdoen, maar ook van de activiteiten van de andere bedrijven die deelnemen aan het project.”

* Stichting Biobased Business, die optreedt als penvoerder, heeft eerder al met KplusV samengewerkt rondom de oprichting van de Biobased Business Accelerator, een broedplaats voor biobased business-initiatieven in Nederland.

Nieuws