BDO: Middelgrote bedrijven in de bouw presteren beter

18 april 2016 Consultancy.nl

Bouwbedrijven die tussen de €25 miljoen en €75 miljoen per jaar aan omzet genereren, presteren beter dan hun branchegenoten die meer of minder per jaar binnenhalen. Dat blijkt uit onderzoek van BDO. Vooral onderaannemers/toeleveranciers presteren goed in deze omzetklasse, doordat ze minder last hebben van de negatieve effecten van een grotere organisatie.

De Nederlandse bouwsector heeft het de afgelopen jaren zwaar gehad. Projecten werden uitgesteld vanwege de crisis, de prijzen stonden aanhoudend onder druk en forse tegenvallers in de uitvoering hebben geleid tot verliezen en zelfs faillissementen binnen de bouw. Naast de verliezers zijn er echter ook ‘outperformers’, bouwspelers die financieel goed blijven presteren, en niets lijken te merken van de crisis en nasleep daarvan. BDO Branchegroep Bouw, de bouwadviestak van BDO Nederland, vroeg zich af wat hun geheim is.

Om te onderzoeken wat de goed presterende bouwbedrijven wel of niet doen ten opzichte van hun minder presterende branchegenoten, heeft BDO Branchegroep Bouw 350 ondernemingen uit de Nederlandse bouwsector ondervraagd. De resultaten werden verwerkt in het rapport ‘Het geheim van de Uitblinkers: Succesfactoren in de Nederlandse Bouwsector.’ Opvallend is volgens de onderzoekers dat vooral middelgrote bouwondernemingen – tussen de €25 en €75 miljoen omzet – goed zijn blijven presteren. Waar deze omzetklasse bovengemiddelde rendementen behalen, zitten kleinere ondernemingen (< €25 miljoen), maar vooral grote ondernemingen (> €75 miljoen omzet) onder het gemiddelde aantal rendementspunten in de Nederlandse bouw.

“Er blijkt in de praktijk een optimum te bestaan voor wat betreft de grootte van ondernemingen. Een grotere omvang betekent (zeker in de bouwsector) meer inkoop- en efficiencyvoordelen, wat de performance ten goede komt. Maar boven een bepaalde omvang houdt dit positieve verband op en gaan mechanismen met een negatieve impact een belangrijke(re) rol spelen”, licht BDO-partner Michiel Wijnans toe, die gespecialiseerd is in de bouwsector en medeauteur is van het rapport. Vaak brengen de activiteiten van grote ondernemingen meer risico’s met zich mee, omdat daar de tegenvallers des te groter kunnen zijn. Fouten of miscommunicaties in grote complexe projecten leiden eerder tot forse verliezen, aldus de onderzoekers.

Onderaannemers en Toeleveranciers
Kijkend naar het type bouwbedrijven dan scoren de ‘Onderaannemers en Toeleveranciers’ het beste. Deze groep bedrijven halen samen met de ‘Installatiebedrijven’ meer rendement uit hun activiteiten dan het gemiddelde van de totale sector. Volgens BDO-adviseur en medeauteur Gertjan Roest wordt de positieve score van onderaannemers/toeleveranciers “met name veroorzaakt doordat deze groep in mindere mate projectmatig werkt en qua aard meer leverancier van goederen/diensten is.” In dit segment wordt vooral veel rendement behaald door de bovenkant van de middelmarkt (tussen de €50 miljoen en €75 miljoen) en de kleine ondernemingen (< €10 miljoen omzet). De bedrijven daartussen zijn aanzienlijk minder succesvol en scoren ver onder het gemiddelde. Opvallend is dat in elk segment de bedrijven tussen de €25 en €75 miljoen omzet de best presterende spelers blijken.

Installatiebedrijven
De categorie Installatiebedrijven behaalt na de Onderaannemers / Toeleveranciers het beste rendement. Het positieve rendement ligt vooral ten grondslag aan het feit dat de installatiebranche “ook voor een belangrijk deel is gericht op service- en onderhoudswerkzaamheden aan bestaande panden (vastgoedbeheer) en hierdoor minder last heeft gehad van de malaise in de nieuwbouw van woningen en panden”, legt Roest uit. Daarnaast richt deze groep zich sterk op het aangaan van partnerships. Zo werken zij vaak samen met zowel de (product)leveranciers van de installaties als met de hoofdaannemers binnen de bouwketen. Het meest winstgevend binnen de groep installatiebedrijven is het omzetsegment tussen de €50 - €75 miljoen, aangezien hier schaalvoordelen een essentiële rol spelen, aldus de onderzoekers.

Aannemingsbedrijven
Uit het onderzoek blijkt dat ‘Aannemingsbedrijven’ binnen alle omzetklassen financieel gezien minder succesvol zijn dan de branche als geheel. Daarbij ligt het rendement bij de grotere aannemingsbedrijven (omzetklassen €50-€75 miljoen en >€75 miljoen) lager dan bij de kleinere aannemingsbedrijven (<€50 miljoen). Een mogelijke verklaring hiervoor is volgens Roest dat “de grotere aannemingsbedrijven complexere projecten uitvoeren, waarbij als gevolg van prijsdruk een te lage compensatie plaatsvindt voor het projectrisico dat zij op zich nemen.”

Grond- weg- en waterbouw
Kijkend naar de ‘Grond- weg- en waterbouw (GWW) bedrijven’ dan valt op te maken dat in de omzetklassen tot € 50 miljoen het gemiddelde rendement van GWW-bedrijven hoger dan dat van de bouwbranche als geheel. Bij GWW-bedrijven met een omzet >€50 miljoen is er echter een flink lager rendement zichtbaar dan bij bedrijven van vergelijkbare omvang binnen de bouwbranche. Roest: “Ook hier komt dit mogelijk doordat GWW-bedrijven veelal complexere projecten uitvoeren, waarbij een te lage compensatie plaatsvindt voor de projectrisico's die zij lopen”.

Projectontwikkelaars
Voor ‘Projectontwikkelaars’ zijn de rendementen binnen vrijwel elke omzetklasse lager dan het branchegemiddelde. Volgens Roest komt dit verschil vooral voort uit het feit dat projectontwikkelaars bovengemiddeld veel last hebben gehad van de daling van de verkoopprijzen van nieuwe woningen, de lagere vraag naar utiliteitsbouw en de aangescherpte financieringseisen. Verder blijkt uit het onderzoek dat bij de grote Projectontwikkelaars (> €75 miljoen omzet) de rendementsscore lager ligt dan bij de kleinere/middelgrote Projectontwikkelaars. Dit komt volgens de onderzoekers mogelijk door de afwaarderingen van forse grondposities in de laatste jaren.

De onderzoekers keken tenslotte naar de succesfactoren en focuspunten van de bedrijven in de bouw. De respondenten konden aangeven in hoeverre zij de diverse onderdelen van de bedrijfsvoering bepalend vinden voor het succes van hun onderneming. Uit de resultaten blijkt dat klantgerichtheid, personeelsmanagement, procesbeheersing, strategie, innovatie en partnerships als belangrijkste deelgebieden worden gezien in de branche als geheel. Net als in de rest van de sector is voor de Onderaannemers/Toeleveranciers klantgerichtheid de belangrijkste succesfactor, terwijl in dit segment op zaken als innovatie en partnerships veel minder gefocust wordt.

Nieuws

Meer nieuws over