Evert Wolters keert terug naar Necker van Naem

02 mei 2012 Consultancy.nl

Evert Wolters, die vóór juli 2010 al enkele jaren als onderzoeker bij politiek-bestuurlijk adviesbureau Necker van Naem werkte, is weer terug. Wolters werkte de afgelopen twee jaar bij het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING). Consultancy.nl vroeg hem naar zijn visie op het openbaar bestuur. Een verhaal vol inspirerende uitdagingen en kansen, waarbij we volgens de adviseur als konijntjes de raspaarden in onszelf moeten ontwikkelen. 

Wat neem je mee uit je tijd bij KING?
Verhalen over de veranderende omgeving van gemeenten en over wat dat betekent voor het werk dat gemeenten doen. Dat is niet alleen een verhaal van KING natuurlijk. Maar bijvoorbeeld als het om dienstverlening gaat wel een verhaal dat Tof Thissen consequent uitdraagt. 

Wist jij dat het beeld dat ambtenaren hebben van wat burgers aan dienstverlening belangrijk vinden volstrekt tegenovergesteld is aan wat die burgers echt vinden? Waar burgers vinden dat de dienstverlening van gemeenten qua randvoorwaarden en betrouwbaarheid van processen best op orde is, verwachten ze qua gedrag en inlevingsvermogen van ambtenaren veel meer dan ze nu krijgen. Ambtenaren denken dat het precies andersom zit. Dat is erg! Want het betekent dat als gemeenten niet goed om zich heen kijken, ze volstrekt in de verkeerde dingen investeren! En dan heb ik het alleen nog maar over dienstverlening. 

Ook als je naar bestuurskracht kijkt, is er een enorme verschuiving gaande. Waar maatschappelijke vraagstukken vroeger door overheid, bedrijven en maatschappelijke instellingen werden opgepakt, gebeurt dat nu steeds vaker door bedrijven, maatschappelijke instellingen en... juist: burgers! De overheid is op sommige terreinen een steeds minder vanzelfsprekende partner. Burgers gaan het meer en meer zelf oplossen. Een enorme uitdaging voor iedereen die hart heeft voor het lokale openbare bestuur. 

Wat vind je daar zo uitdagend aan? Is het niet juist een bedreiging?
Als we er niet goed mee omgaan, is het inderdaad een bedreiging. Omdat dan het verschil tussen mensen die alles zelf wel regelen en mensen die tussen wal en schip terecht komen steeds groter wordt. Maar ook door een dreigend gebrek aan draagvlak voor besluiten. Omdat ze in oude instituties genomen worden met te weinig oog voor de veranderingen die zich ‘buiten' voltrekken. De uitdaging is om dat niet te laten gebeuren. Ik ben daar hoopvol over trouwens. Ik zie dat die instituties en de mensen die erin werken over veel meer veerkracht beschikken dan we denken. Dat naar boven halen, dat vind ik enorm uitdagend. 

Onlangs hoorde ik op de radio een mooi verhaal over hoe paardenfokkers hun dure raspaarden naar het Midden-Oosten vervoeren. Dat is hartstikke duur en risicovol en het moet wel heel blijven, natuurlijk. Dus wat doen die paardenfokkers? Ze zetten niet het veulen op het vliegtuig, maar plaatsen het embryo van zo'n paard in een konijn en vliegen dan dat konijn naar een Saudische sjeik. Hoe ze dat verder opknappen weet ik eigenlijk niet, maar waar het mij hier om gaat is dat er in deze wereld dus konijnen zijn met een raspaard in zich! Wonderlijk. 

As je nu eens zo kijkt naar de mensen die werken in het openbaar bestuur. We mogen in vergelijking met kunstenaars en andere genieën ogenschijnlijk maar gewone konijntjes zijn, door maatschappelijke ontwikkelingen worden we steeds vaker aangesproken op het raspaard in ons. Het gaat erom dat we dat edele dier in onszelf ontdekken en grootbrengen! Het uitdagende vind ik dat die urgentie nu ook voelbaar begint te worden. Als we het niet doen, gaan de paarden in de echte wereld er zonder ons vandoor! Dan missen we de kudde! 

Dus als konijntjes moeten we het raspaard in onszelf ontwikkelen? Kun je dat concreter maken? 
Ik denk het wel. In reactie op maatschappelijke ontwikkelingen organiseren koplopergemeenten verantwoordelijkheid zo ver mogelijk naar de randen van de organisatie. Dat stelt ambtenaren in staat om zich meer als maatschappelijke ondernemers te gedragen. En dat vraagt weer om vertrouwen en loslaten van bestuur en politiek. Dan zie ik zo al twee konijnen in raspaarden veranderen. 

Ten eerste die ambtenaar. In plaats van het uitvoeren van afspraken van boven, gaat zij nu zelf op zoek naar maatschappelijke kansen. En vervolgens volstaat zij niet meer met het overbrengen van een opdracht, maar smeedt ze allianties die van de grond komen omdat zowel externe spelers als de gemeente er brood in zien. Dat lukt niet als je jezelf niet meeneemt. Dat vraagt om inspiratie van dat edele dier in ons. Waarom wil ik dit? En hoe gebruik ik mijn persoonlijke skills om zo te manoeuvreer dat de verschillende spelers zich kunnen inzetten voor dit idee? Waar haal ik nog een beetje extra energie vandaan om bij tegenslag toch het initiatief te blijven nemen? Hoe complexer de omgeving buiten, hoe meer je op je kern als mens wordt aangesproken, om te kunnen doen wat je wilt doet. 

Dan het raadslid. Hij wordt al jarenlang aangesproken om zich vooral op het ‘wat' te richten. Want het ‘hoe' is een zaak van het college. Echter: waar de samenleving steeds meer het initiatief neemt, zal het raadslid steeds meer een procesrol spelen. Dus toch die hoe-vraag, maar dan op een hoger abstractieniveau. In plaats van de inhoudelijke randvoorwaarden te bepalen van bijvoorbeeld een ruimtelijk project, bewaakt het raadslid nu de manier waarop die inhoud tot stand komt. Is voldaan aan procesvereisten die representativiteit moeten waarborgen? Is er genoeg en goed gesproken met belanghebbenden? Hier geldt hetzelfde als voor de ambtenaar: het raadslid zal nog meer dan vroeger met zijn eigen drijfveren geconfronteerd worden. Durf ik dit over te laten aan de samenleving? Waarom wil ik in dit geval toch mijn stempel drukken, of juist niet? Of misschien juist op een heel andere manier dan vroeger? 

Je spreekt over ontwikkelingen die gaande zijn. Ken je een voorbeeld? 
Voorbeelden zijn er genoeg. De gemeente Zwolle heeft een ambtenaar die in de maatschappij een makelaarsfunctie vervult. De gemeente Zeist boekte haar bezuinigingen in na sessies waarin ze zelf inhoudelijk geen zeggenschap nam. De gemeente Assen stelde een nieuwe welzijnsvisie vast op basis van interactieve sessies met stakeholders. Daar hadden raadsleden slechts een procesbegeleidende rol.

Maar ook in rekenkamerland. Ik vind het onderzoek Subsidieverwerving van de Rekenkamercommissie Almere (2011) een goed voorbeeld van hoe een rekenkamer op een nieuwe manier kan manoeuvreren. Gaandeweg het onderzoek en in contact met de ambtenaren die zich met subsidieverwerving bezighouden, heeft de rekenkamer het oorspronkelijke normenkader omgewerkt tot een afwegingskader voor de raad om aan de hand daarvan met elkaar het gesprek over subsidieverwerving aan te gaan. 

Er worden in dat onderzoek overigens gewoon conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan over subsidieverwering in Almere. En die zijn op sommige punten ook scherp, maar je leest in het hele rapport de dialoog tussen rekenkamer en organisatie. Hier is een rekenkamer aan het werk geweest die zijn objectiviteit niet zoekt in vooraf geformuleerde normen, maar in het open en eerlijke gesprek tussen volwassen spelers. Dat is iets wat heel goed past bij wat ik hierboven bedoel met mijn beeldspraak over konijn en paard. 

Als ik hier meer mee wil, wat raad je dan aan?
Allereerst een leestip. Lees De Boom en het Rizoom van o.m. Martijn van der Steen en Mark van Twist. Dat verwoordt op een hele duidelijke en uiteindelijk praktische manier welke ontwikkelingen er gaande zijn en wat dat betekent voor gemeenten. Maar ook zo'n rapport van de Rekenkamercommissie Almere. Dat is echt de moeite waard om eens na te slaan. Qua openheid en toon is het een verademing.

Verder is mijn belangrijkste tip het ergens anders te zoeken dan je tot nu toe gewend was. Ga naar buiten, naar andere gemeenten, naar bedrijven, initiatieven. Kijken hoe zij werken, wat voor de mensen die daar werken van belang is, wat hun drijfveren zijn. Eigenlijk gaat het er gewoon om je nieuwsgierigheid aan het werk te zetten. En dat gebeurt bijna automatisch door het contact met buiten te zoeken en het gesprek aan te gaan. Er zijn genoeg gemeenten die al veel stappen hebben gezet en daar ook graag over vertellen. Ik leg graag het eerste contact voor je.

Nieuws

Meer nieuws over