Kiemen van vernieuwing zichtbaar in het sociaal domein

17 februari 2016 Consultancy.nl

Gemeenten en aanbieders zetten voorzichtige stappen op weg naar de beoogde vernieuwing in het sociale domein. Partnerships worden aangegaan, creatieve oplossingen worden bedacht en de dienstverlening naar burgers krijgt een impuls. Maar er zijn ook grote belemmeringen en is er nog een lange weg te gaan voordat de implementatie van de transitie als een succes kan worden bestempeld.

Iets meer dan een jaar geleden, op 1 januari 2015, werden de zogeheten decentralisaties van kracht. Taken uit de AWBZ en de jeugdzorg zijn overgeheveld naar gemeenten en ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet*. Doelstellingen van de decentralisaties zijn op hoofdlijn om de dienstverlening en efficiency** in het sociale domein naar een hoger niveau te tillen. Ook stelt het gemeenten in staat om meer sturing te kunnen geven aan de uitvoering van beleid doordat ze dwarsverbanden kunnen leggen tussen de Wmo/Awbz, de jeugdzorg en het domein van werk en inkomen.

Het speelveld is door deze transities ingrijpend gewijzigd, zowel voor gemeenten als voor dienstverleners actief in het sociaal domein als burgers. Om inzicht te krijgen in de effecten van de veranderingen besloot ActiZ – een branchevereniging voor ondernemers in de zorg – om onderzoek te doen naar het fenomeen. De branchevereniging schakelde hiervoor de hulp in van BMC, waarmee het regelmatig samenwerkt op het vlak van onderzoek en advies. Samen gingen de partijen op pad naar gemeenten en aanbieders om de ontwikkelingen in kaart te brengen, waarbij de focus lag op de langdurige zorg. Belangrijkste onderzoekvragen: hoe krijgt vernieuwing in het sociaal domein vorm en welke rol spelen aanbieders daarbij?

Uit het onderzoek komt naar voren dat zorgorganisaties graag willen vernieuwen. Zo zijn aanbieders onder meer druk bezig met het ontwikkelen van nieuwe, innovatieve arrangementen. Doordat de gemeente alleen het doel en de intensiteit van de ondersteuning aangeeft, maar niet het type voorziening, krijgen aanbieders meer ruimte om maatwerk te leveren aan de klant. Bovendien werken aanbieders steeds vaker met partijen uit andere domeinen. De samenwerking in de keten levert een geïntegreerde dienstverlening op, en levert tegelijkertijd een bijdrage aan de efficiencyslag die gemaakt dient te worden. Bovendien worden vrijwilligers steeds meer en beter ingezet.

Ook gemeenten zijn actief bezig met het omarmen van de transitie. De houding wordt vanzelfsprekend gedreven door de noodzaak als gevolg van de bezuinigingen, toch merken de onderzoekers op dat de bereidheid over de hele linie aanwezig is. Gemeenten hebben hun beleid op de langdurige zorg aangescherpt en maken op allerlei manieren een transitie naar meer balans tussen samenwerking en concurrentie in het speelveld. De rol als ‘verbinder’ wordt steeds vaker aangenomen, bijvoorbeeld door het bij elkaar brengen van zorgaanbieders met uitvoerders en door het faciliteren van samenwerkingsverbanden en burgerinitiatieven. Tot slot worden stappen gezet met domein-overstijgende samenwerking (bijvoorbeeld de inzet van Wajongers in de zorg) en staat innovatie hoger op de agenda van bestuurders en gemeentesecretarissen (bijvoorbeeld de inzet van meer budget en subsidiegeld voor vernieuwing).

De vernieuwingsslag moet echter in de context van een lange termijn transformatie worden geplaatst, stellen ActiZ en BMC. Vanuit dit oogpunt blijkt dat de vernieuwing nog in de kinderschoenen staat. Er zijn “kiemen van vernieuwing” zichtbaar en gemeenten en zorgorganisaties hebben een basis gelegd van waaruit zij samen verder kunnen werken, aldus de onderzoekers.

Stappen zetten
Willen gemeenten en aanbieders hun volwassenheid opschroeven dan dienen een aantal stappen te worden gezet. Juridische beperkingen in het landschap moeten uit de weg worden geruimd. Zo lopen gemeenten en zorgorganisaties tegen een grote hoeveelheid regels aan die vernieuwingstrajecten behoorlijk in de weg zitten. “Pleidooi is dan ook om daar een oplossing voor te vinden,” schrijven de onderzoekers. Het beleid op de langdurige zorg en de uitvoering daarvan behoeft een verdere aanscherping en ook kunnen nog meer randvoorwaarden geschept worden die samenwerking in de keten stimuleren. Zo kan het bijvoorbeeld regelen van de zorgvraag (en dienstverlening) fors verbeterd worden als gemeenten en verzekeraars meer samen optrekken bij de inkoop van zorg. En tot slot: bestuurlijke en professionele vastberadenheid nodig. “Een lange adem is nodig om de vernieuwing te realiseren.”

* De Wmo stelt dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Het gaat daarbij om taken als begeleiding, het organiseren van mantelzorg en opvang in geval van huiselijk geweld of gevallen van psychische stoornis. De Participatiewet maakt gemeenten verantwoordelijk voor regelingen op het terrein van werk en inkomen.

** De decentralisaties gaan gepaard met grote bezuinigingen. Gemeenten moeten dus meer doen met minder geld.

Nieuws