VVD: Bedrijven te afhankelijk van subsidieadviesbureaus

08 februari 2016 Consultancy.nl

72% en 82% van de subsidieaanvragen van MIT- en WBSO-regelingen loopt via subsidieadviesbureaus. Volgens VVD Tweede Kamer lid Michiel van Veen lekken hierdoor te veel innovatiegelden naar externe bureaus en volgens hem moet dit percentage omlaag gebracht worden. Van Veen wijst onder meer op het feit dat de slagingskans voor ondernemers die een subsidieprocedure zonder intermediair doorlopen net zo hoog is als wanneer wel van een extern bureau gebruik wordt gemaakt.

In Nederland bestaan ontelbaar veel subsidieregelingen, variërend van subsidies voor particulieren (toeslagen als huurtoeslag, zorgtoeslag, etc.) tot subsidies voor ondernemers. Voor de laatste groep biedt de overheid honderden regelingen, waarvan bedrijven mogelijk gebruik kunnen maken, vaak met het doel om hun financiering voor hun bedrijfsplannen rond te krijgen. Bij het aanvragen van subsidie voor ondernemers spelen subsidieadviesbureaus vaak een belangrijke rol. In het geval van bijvoorbeeld de zogeheten MIT-regeling* loopt 72% van de subsidieaanvragen via zo’n intermediair. In 2015 werd ruim €50 miljoen beschikbaar gesteld voor deze subsidie voor het midden- en kleinbedrijf, blijkt uit onderzoek. En bij de zogeheten WBSO-regeling** ligt de afhankelijkheid van tussenpersonen nog hoger. Maar liefst 82% van deze aanvragen loopt via een intermediair. “Argumenten die ondernemers aandragen voor het inschakelen van subsidieadviesbureaus zijn vooral tijd en gemak”, stelt minister van Economische Zaken Henk Kamp.

Subsidieadviesbureaus werken veelal op basis van ‘no-cure no-pay’, een uurtarief of combinaties van deze twee. De advieskosten bedragen veelal 5% tot 15% procent van de subsidie die wordt aangevraagd, waardoor volgens de Kamer van Koophandel zo’n €50 miljoen tot mogelijk zelfs €150 miljoen van de verstrekte innovatiegelden naar externe bureaus vloeit. “Dat is zonde van het geld”, stelde VVD Tweede Kamer lid Michiel van Veen recentelijk. “Dat moet echt omlaag. Ik wil niet dat er een gevoel ontstaat bij ondernemers dat zonder adviesbureau de slagingskans op toekenning kleiner is”, licht hij verder toe. Hij wijst naar cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hieruit blijkt dat de slagingskans voor ondernemers die de procedure zelfstandig doorlopen gelijk is aan die van ondernemers die wel gebruik maken van een intermediair. Zonder extern advies liggen de administratieve lasten circa €1000 lager, zo blijkt.

Ook brancheorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf, MKB-Nederland, is van mening dat de aanvraagprocedure van bovenstaande subsidies anno 2016 zonder problemen door ondernemers zelf kan worden gedaan. Volgens een woordvoerder zijn het echter de ondernemers zelf die vaak bewust kiezen voor het gebruiken van een intermediair, wat volgens MKB-Nederland overigens geen kwalijke zaak is. Vooral het tijdsaspect kan een belangrijke rol spelen bij de keuze voor een tussenpersoon. Particulieren en ondernemers kiezen bij hun belastingaangifte immers ook geregeld voor een aangifte via een extern belastingkantoor. Wel benadrukt de brancheorganisatie dat met de grote hoeveelheid van Nederlandse en Europese regelingen, het soms handig kan zijn om een expert in te schakelen, die diepere kennis heeft van de verschillende subsidieregelingen.

Ook de Kamer van Koophandel (KvK) biedt ondernemers enkele tips ten aanzien van subsidies en subsidieadvies. Zo stelt de KvK als vuistregel dat het bij subsidiebedragen vanaf €50,000 mogelijk interessant kan zijn om een externe subsidie-adviespartij in te schakelen – bij lagere bedragen loont het uit kostenoogpunt vaak eenvoudig niet. De keuze voor het juiste bureau hangt af van de aard van de aanvraag. Een technologiesubsidie vraagt andere kennis en expertise dan bijvoorbeeld een cultuursubsidie. Wanneer er subsidies nodig zijn die meerdere terreinen omvatten, dan kan een groter bureau handiger zijn. Wanneer de aanvraag zich daarentegen beperkt tot een enkel aspect, zoals Research & Development (R&D), dan kan het zinvol zijn om een klein gespecialiseerd bureau in te schakelen, aldus het advies van de KvK. Een kleiner bureau hanteert daarbij vaak lagere tarieven.

* De MKB-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)-regeling heeft als doel innovatie bij het midden- en kleinbedrijf over regiogrenzen heen te stimuleren.

** Met de WBSO-regeling helpt het ministerie van Economische Zaken bedrijven om de financiële lasten van research en development (R&D)-projecten te verlagen. Met de WBSO kunnen ondernemers de loonkosten en andere uitgaven voor R&D-projecten fiscaal aftrekken. Dit jaar stelt Economische Zaken ruim een miljard euro beschikbaar voor de gunning van dit belastingvoordeel.

Nieuws

Meer nieuws over