Rabobank, BDO en ECFB starten familiebedrijven kennisplatform

11 februari 2016 Consultancy.nl

Rabobank, BDO en het Erasmus Centre for Family Business hebben de handen ineen geslagen en gaan samen wetenschappelijk onderzoek doen naar familiebedrijven. Het eerste onderzoek, dat in het voorjaar van 2016 wordt verwacht, gaat over het thema strategieverandering na generatiewisseling.

Voor BDO, een accountants- en adviesorganisatie met zo’n 2.150 werkzame professionals in Nederland, behoort het familiebedrijven segment tot een van de belangrijkste doelgroepen van de onderneming. Om meer inzichten te krijgen in de belangrijkste trends en ontwikkelingen van familiebedrijven in Nederland heeft BDO een partnership afgesloten met Rabobank en het Erasmus Centre for Family Business (ECBF) – een universitair centrum dat zich uitsluitend toespitst op deze doelgroep. BDO en Rabobank werken al jaren samen op het gebied van familiebedrijven en stonden onder meer aan de basis van het Nederlands Centrum voor Familiebedrijven (NCFB). Door deze nieuwe samenwerking met het ECFB wordt NCFB opgeheven en gaat laatstgenoemde over in het nieuwe partnership.

“Ons doel is om jaarlijks tot nieuwe inzichten over het familiebedrijf te komen, om zo beter te begrijpen wat familiebedrijven uniek en soms letterlijk onnavolgbaar maakt. Ongeacht de branche hebben deze ondernemers namelijk allemaal de gemeenschappelijke dimensie van het familiebedrijf; het is niet alleen maar je baan, maar als ware een verlengstuk van je persoonlijke identiteit”, zegt Pursey Heugens, Professor aan de RSM en mededirecteur van het ECFB.

In het eerste jaar van het langjarige samenwerkingsverband gaan de onderzoekers met name kijken naar de manier waarop de wisseling van de wacht binnen familiebedrijven plaatsvindt, en de impact daarvan op de cijfers. Beschikbare data toont aan dat de cijfers “verontrustend” te noemen zijn. Slechts 30% tot 35% van familiebedrijven overleeft de eerste generatiewisseling en minder dan 5% overleeft de derde. “Bovendien daalt de winstgevendheid van familiebedrijven alarmerend na iedere opvolging”, zegt Heugens. Deze slechte score is reden voor nader onderzoek naar de organisatie, strategie en governance van familiebedrijven, aldus Heugens.

De onderzoekers trekken een aantal hypotheses en voorlopige conclusies in hun onderzoek. Een daarvan is dat bedrijfsopvolgers zich in de eerste plaats rentmeester voelen in plaats van ondernemer. Deze vorm van “conservatiever ondernemerschap” kan een enorme rem vormen op ondernemen. De vraag hoe, in het bijzonder bij de overdracht, ondernemerschap en innovatie behouden kan blijven vormt daarom een van de belangrijkste onderzoeksvragen. Een ander gebied dat werd onderzocht is welke impact de betrokkenheid van de (eerdere) eigenaar heeft op de managementvrijheid van huidige DGA’s. Om een stevige vinger in de pap te houden stellen oprichters van een familiebedrijf na de overdracht vaak allerlei governance-regelingen op, waarmee zij bijvoorbeeld hun (doorslaggevende) stem behouden bij belangrijke strategische besluiten. Dit type gedrag, ook bekend als het ‘eerste-generatie-syndroom’, kan een behoorlijke drempel zijn voor het ondernemerschap voor de toekomst.

Naast het genereren van “hoogwaardige content”, die de dienstverlening van BDO zal verrijken, aldus Joost Vat, partner bij BDO, ziet de zakelijk dienstverlener het partnership en onderzoeksprogramma ook als een manier om de verbinding met en tussen familiebedrijven te faciliteren.

Volgens een ander recent onderzoek naar familiebedrijven, door Baker Tilly Berk en Nyenrode Business Universiteit, speelt ook de timing van een overdracht een belangrijke rol in het succes van de bedrijfsoverdracht. Familiebedrijven zijn in ons land goed voor 53% van het BNP en bijna de helft (49%) van alle werkgelegenheid.

Nieuws

Meer nieuws over