Inwoners grote steden ergeren zich vooral aan bromfietsen

25 januari 2016 Consultancy.nl

In de vier grootste gemeenten van ons land – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht – ergert men zich sterk over brommers en snorfietsen. Vooral in de binnenstad klagen inwoners over de overlast, die vooral bestaat uit gevaarlijk rijgedrag, te hard rijden en geluidsoverlast. Amsterdammers en 50-plussers ergeren zich het meest aan de voertuigen in hun stad.

Om in kaart te brengen welke voertuigen de meeste ergernis oproepen in de grote steden en om welke redenen, heeft I&O Research in opdracht van Milieudefensie onderzoek gedaan onder ruim 1.000 inwoners van de vier grootste gemeenten van Nederland – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (de G4). Aan hen werd de vraag gesteld of zij zich wel eens ergeren aan zeven verschillende soorten voertuigen.

Uit de enquête komt naar voren dat de brommer/scooter de meeste ergernis wekt in de grote steden met bijna de helft (49%) van de respondenten die aangeven zich hier ‘altijd’ of ‘vaak’ aan te ergeren, waarvan 11% altijd. Daarna ergeren de inwoners van de grote steden zich het meest over snorfietsen/snorscooters met 43%, waarvan 12% altijd. In totaal ergert 56 procent van alle inwoners zich aan brom- en/of snorfietsers.

Er zijn in Nederland ruim 1,1 miljoen brom- en snorfietsen, blijkt uit data van het CBS. 136.000 hiervan bevinden zich in de vier grootste gemeenten van Nederland (G4) – Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Dat zijn er best veel, maar per 1.000 inwoners lijkt de brommer/snorfiets-dichtheid mee te vallen. Gemiddeld tellen de G4 gemeenten 59 scooters en snorfietsen per 1.000 inwoners, ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde van 65 stuks. Van de G4 ligt alleen in Amsterdam het gemiddelde hoger dan in de rest van ons land (65), met 68 van dit soort voertuigen per 1.000 inwoners. Het straatbeeld is echter anders – een redelijk deel van de bromfietsen in de grote steden is afkomstig uit omliggende steden en dorpen, en hier houden de cijfers geen rekening mee.

Ook de elektrische scooter wekt veel ergernis, met bijna een derde (32%) van de respondenten die last heeft van dit soort voertuigen. Hierna zijn auto’s en fietsen de meest ergerlijke voertuigen volgens G4-inwoners – met respectievelijk 30% en 27% die zich hier altijd of vaak aan ergert. Elektrische fietsen – een van de snelst groeiende segmenten van de voertuigenmarkt – wekken de minste ergernis met 11% die zich ergert, en 36% die zich nooit ergert. 

Woongebied
Afhankelijk van het woongebied ergeren meer of minder respondenten zich over de verschillende voertuigen. Hoewel overal in de gemeente brommers en snorfietsen het irritantst gevonden worden, zijn inwoners van buitenwijken eerder geërgerd aan fietsen dan aan auto’s en elektrische scooters, die in de binnenstad en de wijken daaromheen juist als ergerlijker worden ervaren. In de binnenstad ergert men zich het meest over het verkeer, en naarmate respondenten verder van de binnenstad af wonen neemt hun ergernis aan voertuigen steeds verder af. Een uitzondering is de elektrische fiets, die met 14% ergerlijker gevonden wordt in buitenwijken dan in de meer centraal gelegen wijken van de gemeente.

Bronnen van ergernis
Van de top 3 meest ergerlijke voertuigen is ingezoomd op de redenen waarom men zich hieraan ergert. Gevaarlijk rijgedrag is de belangrijkste bron van ergernis bij zowel brommers (85%), snorfietsen (81%) als elektrische scooters (73%). Ook te hard rijden wordt als zeer ergerlijk ervaren met respectievelijk 78%, 66% en 55% die zich hieraan ergert bij deze voertuigen. De top 3 ergernissen wordt afgesloten door het geluidsoverlast van de voertuigen, elektrische scooters uiteraard uitgesloten. 

Oplossingen
In het onderzoek zijn enkele mogelijke oplossingen voor de ergernissen voorgelegd aan de respondenten. De meerderheid van de respondenten is voorstander voor het strenger handhaven van de verkeersregels door de politie, en dan vooral tegen gevaarlijk rijgedrag en te hard rijden door scooter- en brommerrijders – 8 op de 10 inwoners is hier voorstander van. Vooral 50-plussers en Amsterdammers zijn voor deze strengere handhaving. Ook het verplicht jaarlijks keuren van voertuigen op snelheidslimiet en uitstoot wordt door veel van de G4-inwoners aangegeven als belangrijke maatregel – driekwart is voor.

Het compleet verbieden van scooters en brommers kan echter niet op een meerderheid rekenen. 47% is tegenstander van een algemeen verbod, terwijl 40% voor een verbod is. Als een dergelijk verbod toch zou worden ingevoerd geven de meeste scooter- en brommerrijders aan vaker de fiets te pakken (51%) of minder naar de binnenstad te gaan (41%).

Nieuws

Meer nieuws over