Ontwikkel nieuwe militaire doctrine voor de cyberwereld

28 december 2015 Consultancy.nl

Defensie blijft zich voorbereiden op wapengekletter op het internet door geld vrij te maken voor de ontwikkeling van offensieve cybercapaciteiten. Dat Nederland hier geld voor vrijmaakt is begrijpelijk. Het internet biedt een groot scala aan opties om militair in te grijpen. Niet alleen persoonsgegevens en communicatielijnen, maar ook vitale infrastructuur, zoals luchtverkeersleiding, pijpleidingtransport en banken, zijn voor een belangrijk deel aan het internet gekoppeld. Deze verbondenheid maakt dat offensieve cybercapaciteiten op afstand militaire operaties met fysieke gevolgen in gang kunnen zetten. Toepassingen die gebruik maken van bijvoorbeeld revolutionaire sensoren, big data en ‘Precision Guided Munitions’ faciliteren daarbij de voor de krijgsmacht zo belangrijke precisie in militair optreden.

Voorbereiding op een cyberoorlog lijkt dan ook een goede investering. Cyberwapens als botnets, virussen, maar ook ‘achterdeurtjes’ in veel gebruikte software zijn relatief goedkoop. Bovendien hangt effectiviteit af van kwaliteit en niet van kwantiteit, waardoor juist een klein land zijn rol op het wereldtoneel kan vergroten. Maar Nederland is niet alleen in de ambitie zich als offensieve cybermacht te ontwikkelen. Momenteel bevestigen 29 landen militaire- of veiligheidsorganisaties te hebben opgericht die zich richten op offensieve cybercapaciteiten. De Verenigde Staten alleen geeft jaarlijks al miljarden uit aan het eigen cybercommando en ook landen als China, Rusland en Iran zouden tienduizenden cybermanschappen paraat hebben.

Wereldwijde Cybercrime

Binnen deze internationale wapenwedloop zal Nederland zich dus moeten onderscheiden. Hoewel het daarbij verleidelijk is te blijven investeren in de nieuwste technologieën, kan ook een voorsprong worden genomen in de toepassing ervan. Cyberwapens verschillen van fysieke wapens doordat zij vaak eenmalig inzetbaar zijn, specifiek voor één doel worden ontwikkeld en een beperkte levensduur hebben. Ook het internet als ‘slagveld’ laat zich niet vatten in strategische analogieën van de traditionele fysieke wereld. Landsgrenzen zijn verdwenen, strijders zijn niet meer alleen in dienst van staten, en attributie van aanvallen is lastig.

Opvallend is daarom dat nieuwe wapens nog vaak op conventionele wijze worden ingezet. Zo proberen sommige overheden met cyberwapens het internet binnen de eigen geografische landsgrenzen te controleren. Ook zijn doelwitten weinig vernieuwend: kijk naar de dagelijkse hackpogingen om de systemen van het Pentagon, de heilige graal van traditionele oorlogsvoering, binnen te komen. De reacties op cyberaanvallen zijn net zo traditioneel: de Verenigde Staten die na de Sony-hack met een magere bewijslast besluit de sancties op Noord-Korea aan te scherpen, of Rusland dat als gevolg van patriottische hackers in de Baltische Staten zelfs een discussie over mogelijke NAVO-inzet ontketent.

De huidige inzet van cyberwapens bevestigt weer eens dat militaire strategieën uit het verleden populair blijven. In het digitale domein worden we geconfronteerd met geheel nieuwe mogelijkheden en grenzen. Hier ligt een belangrijke kans: wil Nederland optimaal profiteren van investeringen in nieuwe wapens, dan zal het zich moeten onderscheiden door een militaire doctrine te ontwerpen die past bij de unieke kenmerken van de digitale omgeving. 

Militaire doctrine

Een focus op strategie, en niet alleen investeren in technologie, voorkomt militair pionieren. Een nieuwe doctrine kan verduidelijken hoe cyberwapens zich tot niet-militaire doelen verhouden, op welke wijze cyberwapens ondersteunend zijn aan fysiek militair optreden en hoe deze wapens bijdragen aan een open, vrij en veilig internet. Daarbij kan doordacht richting worden gegeven aan vraagstukken als: kunnen nieuwe wapens bijdragen aan humanitaire interventies? Mogen zij preventief worden ingezet? en kunnen cyberwapens ethisch of legaal zijn als deze de context nog niet bestaat?

Een nieuwe doctrine voegt één of meerdere treden toe aan de huidige militaire escalatieladder (dreigen met inzet en daadwerkelijk inzetten). Cyberwapens worden zo niet alleen ingezet om vijandelijke cyberdreiging te saboteren, maar ook defensief en zelfs preventief toegepast door de tegenstander toegang tot fysieke militaire middelen te ontmoedigen, bemoeilijken of zelfs geheel te ontzeggen. Hierdoor wordt in (fysieke) conflicten tijd gewonnen en voorkomen dat er doden of gewonden vallen.

Nederland kan met een nieuwe doctrine technologische voorsprong in offensieve cybercapaciteiten vertalen naar een strategische voorsprong op het wereldtoneel. Een positie die de G20, G8 of zelfs de VN-veiligheidsraad dichterbij brengt. Onze begroting zal zich nooit kunnen meten met de miljardeninvesteringen van de Amerikanen of de vele cyberbataljons van de Chinezen of Russen. Maar een strategische visie kan Nederland helpen om met nieuwe wapens aan de wieg te staan van een revolutie in oorlogsvoering.

Een artikel van Pieter Cobelens, voormalig directeur van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in Nederland en Strategisch Adviseur bij advieskantoor Policy Research Corporation (PRC), en Anouk Vos. Bij het adviesbureau verantwoordelijk voor de cyberpraktijk.

Nieuws